Om de cognitieve mogelijkheden van [Naam Kind] in te schatten, worden [zijn/haar] resultaten op de
WISC-V-Nl vergeleken met die van leeftijdsgenoten (Nederland en Vlaanderen, [Leeftijdsgroep
Kind]). De scores worden uitgedrukt op een normaal verdeelde schaal, met een gemiddelde van 100
en een standaarddeviatie van 15. De subtestscores worden uitgedrukt op een normaal verdeelde
schaal met een gemiddelde van 10 en een standaarddeviatie van 3. Daarnaast worden de bijhorende
percentielen vermeld (Mediaan = P50).
[Naam Kind] heeft een [Interval(len) Algemene Intelligentie] algemene intelligentie ([TIQ = ?, P =
?, 95% BI = ?]).
Toevoegen indien van toepassing:
● TIQ > 115: TIQ is normatieve sterkte
○ “De algemene intelligentie van [Naam Kind] is een normatieve sterkte.”
● TIQ < 85: TIQ is normatieve zwakte
○ “De algemene intelligentie van [Naam Kind] is een normatieve zwakte.”
De Verbaal Begrip Index meet het vermogen om verworven kennis op te halen en toe te passen. De
prestatie van [Naam Kind] op deze index is [Interval Indexniveau] ([VBI = ?, P = ?, 95% BI = ?]).
Toevoegen indien van toepassing
● Normatieve sterkte/zwakte
○ IQ > 115: IQ is normatieve sterkte
■ “Het verbaal begrip van [Naam Kind] is een normatieve sterkte.”
○ IQ < 85: IQ is normatieve zwakte
■ “Het verbaal begrip van [Naam Kind] is een normatieve zwakte.”
● Relatieve sterkte/zwakte
○ Verschil score en vergelijkingsscore > 15: IQ is relatieve sterkte
■ “Het verbaal begrip van [Naam Kind] is een relatieve sterkte.”
○ Verschil score en vergelijkingsscore < -15: IQ is relatieve zwakte
■ “Het verbaal begrip van [Naam Kind] is een relatieve zwakte.”
● Interne (in)consistentie
○ Significant verschil
■ “Deze index is intern inconsistent. Op de subtest Overeenkomsten scoort
[Naam Kind] [Interval Subtest] (normscore = [?]). Op de subtest
Woordenschat scoort [Naam Kind] [Interval Subtest] (normscore = [?]).
Verder onderzoek is nodig om dit verschil te verklaren.”
○ Geen significant verschil
■ “Deze index is intern consistent.”