Coeliakie
Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg blz. allergie: 192, 305
Vanaf 4 maanden mogen voorzichtig gluten geïntroduceerd worden, die voorkomen
in tarwe, haver, rogge en gerst.
5.5.3 - Lichamelijke aandoeningen
Lichamelijke aandoeningen veroorzaakt door het interne milieu
Voedselovergevoeligheid
Een abnormale reactie op een voedingsmiddel en kan een allergische of niet-
allergische aandoening zijn.
Van een voedselallergie is sprake wanneer er een afwijkende reactie van het
afweerimmuunsysteem is aan te tonen tegen lichaamsvreemde eiwitten.
Voedselallergie wordt familiair aangetroffen.
Koemelkallergie prognose: Symptomen verdwijnen voor 90% op 3-jarige leeftijd.
Voedselintolerantie is een abnormale reactie op voeding terwijl er geen sprake is van
een immunologische reactie, maar er toch reacties optreden die moeilijk te
onderscheiden zijn van een voedselallergie.
Bij voedselaversie ontstaan lichamelijke reacties na het eten van bepaalde
voedingsmiddel door onbewuste psychologische factoren. De aversie treedt niet
op als het voedingsmiddel in onherkenbare vorm gegeten wordt.
Bijhouden van een voedingsdagboek, huidtests (skinpricktest) en bloedonderzoek
(IgE-antistoffen) geven sterke aanwijzingen, verder onderzoek met een eliminatie- en
provocatietest is noodzakelijk voor de juiste diagnostiek.
Behandeling: dieet ter vermijding van het allergeen of trigger. (EpiPen)
Kindergeneeskunde voor kinderverpleegkundige blz. 586,597-598
19.1.2: Voedselintoleranties (gluten) kunnen ook braken veroorzaken.
19.1.3: Chronische diarree bij zuigelingen kan het gevolg zijn van een voedselintolerantie.
19.5.3 – Coeliakie of gluten intolerantie
Aandoening van de dunne darm, gekarakteriseerd door afvlakking van het
darmslijmvlies (villusatrofie) ten gevolge van een permanente intolerantie voor gluten
(eiwitfractie van bepaalde granen zoals tarwe, rogge, gerst).
Het is bekend dat onbehandelde coeliakie een risicofactor is op kwaadaardige
aandoeningen van maag en dunne darm.
Bij de meerderheid blijft de ziekte niet gediagnosticeerd.
Etiologie
De gliadinecomponent uit gluten is toxisch voor het darmslijmvlies van deze
patiënten.
Klinische verschijnselen
Meestal rond de 6 maanden (bij de introductie van gluten) treedt er diarree op.
Typisch is een chronische diarree met frequentie en volumineuze ontlasting,
(steatorroe).
Circa 5% een combinatie van obstipatie, braken en buikpijn.
Groeivertraging is bijna constant aanwezig, vermagering (vooral ter hoogte van
proximale gedeelte van de ledematen), maar hebben een opgezette buik en bol
gezicht.
Anorexia, apathie en hypotonie en prikkelbaarheid zijn vaak aanwezig.
Het komt frequent voor bij auto-immune aandoeningen zoals diabetes of genetische
afwijkingen zoals Down-syndroom (trisomie 21).
Nederlands leerboek jeugdgezondheidszorg blz. allergie: 192, 305
Vanaf 4 maanden mogen voorzichtig gluten geïntroduceerd worden, die voorkomen
in tarwe, haver, rogge en gerst.
5.5.3 - Lichamelijke aandoeningen
Lichamelijke aandoeningen veroorzaakt door het interne milieu
Voedselovergevoeligheid
Een abnormale reactie op een voedingsmiddel en kan een allergische of niet-
allergische aandoening zijn.
Van een voedselallergie is sprake wanneer er een afwijkende reactie van het
afweerimmuunsysteem is aan te tonen tegen lichaamsvreemde eiwitten.
Voedselallergie wordt familiair aangetroffen.
Koemelkallergie prognose: Symptomen verdwijnen voor 90% op 3-jarige leeftijd.
Voedselintolerantie is een abnormale reactie op voeding terwijl er geen sprake is van
een immunologische reactie, maar er toch reacties optreden die moeilijk te
onderscheiden zijn van een voedselallergie.
Bij voedselaversie ontstaan lichamelijke reacties na het eten van bepaalde
voedingsmiddel door onbewuste psychologische factoren. De aversie treedt niet
op als het voedingsmiddel in onherkenbare vorm gegeten wordt.
Bijhouden van een voedingsdagboek, huidtests (skinpricktest) en bloedonderzoek
(IgE-antistoffen) geven sterke aanwijzingen, verder onderzoek met een eliminatie- en
provocatietest is noodzakelijk voor de juiste diagnostiek.
Behandeling: dieet ter vermijding van het allergeen of trigger. (EpiPen)
Kindergeneeskunde voor kinderverpleegkundige blz. 586,597-598
19.1.2: Voedselintoleranties (gluten) kunnen ook braken veroorzaken.
19.1.3: Chronische diarree bij zuigelingen kan het gevolg zijn van een voedselintolerantie.
19.5.3 – Coeliakie of gluten intolerantie
Aandoening van de dunne darm, gekarakteriseerd door afvlakking van het
darmslijmvlies (villusatrofie) ten gevolge van een permanente intolerantie voor gluten
(eiwitfractie van bepaalde granen zoals tarwe, rogge, gerst).
Het is bekend dat onbehandelde coeliakie een risicofactor is op kwaadaardige
aandoeningen van maag en dunne darm.
Bij de meerderheid blijft de ziekte niet gediagnosticeerd.
Etiologie
De gliadinecomponent uit gluten is toxisch voor het darmslijmvlies van deze
patiënten.
Klinische verschijnselen
Meestal rond de 6 maanden (bij de introductie van gluten) treedt er diarree op.
Typisch is een chronische diarree met frequentie en volumineuze ontlasting,
(steatorroe).
Circa 5% een combinatie van obstipatie, braken en buikpijn.
Groeivertraging is bijna constant aanwezig, vermagering (vooral ter hoogte van
proximale gedeelte van de ledematen), maar hebben een opgezette buik en bol
gezicht.
Anorexia, apathie en hypotonie en prikkelbaarheid zijn vaak aanwezig.
Het komt frequent voor bij auto-immune aandoeningen zoals diabetes of genetische
afwijkingen zoals Down-syndroom (trisomie 21).