Samenvatting – HET FONOLOGISCH COHERENTIEMODEL VOOR
LEZEN EN SPELLEN
Hoofdstuk 3 – Het fonologisch coherentiemodel
Macroniveau
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie knoopfamilies: letterknopen,
foneemknopen en betekeniselementknopen. Elke knoop is met elkaar verbonden.
Binnen een familie hebben de knopen een remmende werking op elkaar, buiten
een familie hebben knopen een stimulerende werking op elkaar.
Het netwerk krijgt een geschreven woord aangeboden Letterknopen worden
geactiveerd Sturen informatie door naar de foneemknopen en de
betekeniselementknopen Foneemknopen sturen activatie terug naar
letterknopen en betekeniselementknopen. Letterknopen sturen activatie naar
foneemknopen en betekeniselementknopen, betekeniselementknopen sturen
door naar letterknopen en foneemknopen enz. enz. enz.
Activatie volgt dus een traject door alle knopen, omdat deze voortdurend met
elkaar in verbinding staan.
Komt feedbackactivatie overeen met feedforwardactivatie dan ontstaan er
feedbackloops.
Deze zijn tijdelijk stabiel en zorgen voor een samenhangend, goed werkend
geheel, namelijk resonantie.
Afhankelijk van de vorm waarop een woord wordt aangeboden (geschreven,
spelling of aan een woord denken) wordt een knoop geactiveerd. Ook hierbij
zullen stabiele feedbackloops ontstaan.
Niet elke verbinding tussen de knoopfamilies is even sterk. De dikte van de pijlen
weerspiegelt de sterkte van relaties tussen de eigenschappen van de drie
knoopfamilies. Hoe sterker de verbinding, hoe meer consistent de relatie is.
Omdat we eerst leren spreken en dan pas lezen, is de verbinding tussen
foneemknopen en betekeniselementknopen sterker dan tussen letterknopen en
betekeniselementknopen.
Onderzoek toont aan dat mensen eerder over een spelfout heen lezen
wanneer de klank niet bewaard is gebleven (weikelen i.p.v. weifelen). Er worden
sneller spelfouten gemaakt waarbij de klank wel bewaard blijft (wijfelen i.p.v.
weifelen).
LEZEN EN SPELLEN
Hoofdstuk 3 – Het fonologisch coherentiemodel
Macroniveau
Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie knoopfamilies: letterknopen,
foneemknopen en betekeniselementknopen. Elke knoop is met elkaar verbonden.
Binnen een familie hebben de knopen een remmende werking op elkaar, buiten
een familie hebben knopen een stimulerende werking op elkaar.
Het netwerk krijgt een geschreven woord aangeboden Letterknopen worden
geactiveerd Sturen informatie door naar de foneemknopen en de
betekeniselementknopen Foneemknopen sturen activatie terug naar
letterknopen en betekeniselementknopen. Letterknopen sturen activatie naar
foneemknopen en betekeniselementknopen, betekeniselementknopen sturen
door naar letterknopen en foneemknopen enz. enz. enz.
Activatie volgt dus een traject door alle knopen, omdat deze voortdurend met
elkaar in verbinding staan.
Komt feedbackactivatie overeen met feedforwardactivatie dan ontstaan er
feedbackloops.
Deze zijn tijdelijk stabiel en zorgen voor een samenhangend, goed werkend
geheel, namelijk resonantie.
Afhankelijk van de vorm waarop een woord wordt aangeboden (geschreven,
spelling of aan een woord denken) wordt een knoop geactiveerd. Ook hierbij
zullen stabiele feedbackloops ontstaan.
Niet elke verbinding tussen de knoopfamilies is even sterk. De dikte van de pijlen
weerspiegelt de sterkte van relaties tussen de eigenschappen van de drie
knoopfamilies. Hoe sterker de verbinding, hoe meer consistent de relatie is.
Omdat we eerst leren spreken en dan pas lezen, is de verbinding tussen
foneemknopen en betekeniselementknopen sterker dan tussen letterknopen en
betekeniselementknopen.
Onderzoek toont aan dat mensen eerder over een spelfout heen lezen
wanneer de klank niet bewaard is gebleven (weikelen i.p.v. weifelen). Er worden
sneller spelfouten gemaakt waarbij de klank wel bewaard blijft (wijfelen i.p.v.
weifelen).