Coördinatie
1. Vaardig bewegen
Vaardigheid: de mogelijkheid tot het uitvoeren van een doelgerichte
handeling die leidt tot
een eindresultaat met een hoge consistentie, minimale
energiekost en optimale
timing.
- Doelgericht duidelijke intentie, niet toevallig
- Hoge consistentie groot aantal keer even goed uitgevoerd
- Grote flexibiliteit aanpassen aan omstandigheden (weer,
grond)
- Min energiekost minimale spierinzet, minimale aandacht
- Optimale timing componenten van vaardigheid op elkaar
afstemmen
2. Coördinatie
Coördinatie: het vermogen van het zenuwstelsel om motorische prikkels
met een
aangepaste intensiteit en timing aan de juiste spiergroepen
door te geven,
zodat daaruit een ruimtelijke en tijdelijke precieze,
doelmatige en economische
bewegingsuitvoering volgt, aangepast aan de
omstandigheden.
vermogen om bewegingsmogelijkheden van verschillende lichaamsdelen
op een efficiënte
manier te controleren (basiseigenschap)
1
, Componenten
- Reactievermogen/reactiesnelheid
Zo snel mogelijk op signaal reageren
▪ Visueel, auditief, tactiel (traag naar snel)
▪ Gesloten/open signaal
sporters met snelkracht (vb. roeiers)
- Koppelingsvermogen
Deelbewegingen en enkelvoudige bewegingen afwisselen of
samen gebruiken
▪ Enkelvoudige beweging bestaat uit deelbewegingen
▪ Vaardigheid: opeenvolging van enkelvoudige bewegingen
technische sporten (vb. gymnastiek, speerwerpen) en
bew.rendement
- Oriëntatievermogen
Inschatten en uitvoeren van lichaamshoudingen/bewegingen in
ruimte/tijd
▪ Tegenover tegenstrevers of objecten
▪ Ruimte heeft ook betrekking op omgeving van beweging
▪ Visueel systeem en vestibulair apparaat in binnenoor!!!
- Kinetisch differentiatievermogen
Precieze deelbewegingen binnen een vaardigheid uitvoeren en
aanpassen
▪ Bij lichte veranderingen in uitwendige omstandigheden
- Evenwichtsvermogen
Statisch en dynamisch evenwicht behouden en herstellen
▪ Verticale projectie van lichaamszwaartepunt (navel) binnen
steunvlak houden
▪ Statisch: relatieve rust, evenwichtsbehoud en herstel
▪ Dynamisch: sporten met verplaatsing of grootmotorische
beweging
▪ Visueel- en proprioceptief systeem en vestibulair apparaat
2
1. Vaardig bewegen
Vaardigheid: de mogelijkheid tot het uitvoeren van een doelgerichte
handeling die leidt tot
een eindresultaat met een hoge consistentie, minimale
energiekost en optimale
timing.
- Doelgericht duidelijke intentie, niet toevallig
- Hoge consistentie groot aantal keer even goed uitgevoerd
- Grote flexibiliteit aanpassen aan omstandigheden (weer,
grond)
- Min energiekost minimale spierinzet, minimale aandacht
- Optimale timing componenten van vaardigheid op elkaar
afstemmen
2. Coördinatie
Coördinatie: het vermogen van het zenuwstelsel om motorische prikkels
met een
aangepaste intensiteit en timing aan de juiste spiergroepen
door te geven,
zodat daaruit een ruimtelijke en tijdelijke precieze,
doelmatige en economische
bewegingsuitvoering volgt, aangepast aan de
omstandigheden.
vermogen om bewegingsmogelijkheden van verschillende lichaamsdelen
op een efficiënte
manier te controleren (basiseigenschap)
1
, Componenten
- Reactievermogen/reactiesnelheid
Zo snel mogelijk op signaal reageren
▪ Visueel, auditief, tactiel (traag naar snel)
▪ Gesloten/open signaal
sporters met snelkracht (vb. roeiers)
- Koppelingsvermogen
Deelbewegingen en enkelvoudige bewegingen afwisselen of
samen gebruiken
▪ Enkelvoudige beweging bestaat uit deelbewegingen
▪ Vaardigheid: opeenvolging van enkelvoudige bewegingen
technische sporten (vb. gymnastiek, speerwerpen) en
bew.rendement
- Oriëntatievermogen
Inschatten en uitvoeren van lichaamshoudingen/bewegingen in
ruimte/tijd
▪ Tegenover tegenstrevers of objecten
▪ Ruimte heeft ook betrekking op omgeving van beweging
▪ Visueel systeem en vestibulair apparaat in binnenoor!!!
- Kinetisch differentiatievermogen
Precieze deelbewegingen binnen een vaardigheid uitvoeren en
aanpassen
▪ Bij lichte veranderingen in uitwendige omstandigheden
- Evenwichtsvermogen
Statisch en dynamisch evenwicht behouden en herstellen
▪ Verticale projectie van lichaamszwaartepunt (navel) binnen
steunvlak houden
▪ Statisch: relatieve rust, evenwichtsbehoud en herstel
▪ Dynamisch: sporten met verplaatsing of grootmotorische
beweging
▪ Visueel- en proprioceptief systeem en vestibulair apparaat
2