Methodologie deeltoets 2
Vrije Universiteit Amsterdam
Hoorcollege 7 + H18 en H20
Hoorcollege 8 + H19 en H21
Hoorcollege 9 + H22 en H24
Hoorcollege 10 + H7
Hoorcollege 11 + H7 deel 2
Hoorcollege 12 + H8 en H9
,HC7: Sampling & kwalitatieve interviews (+H18 & H20)
Thrustworthiness
1. Credibility (-internal validity
2. Dependability (-reliability)
3. Confirmability (-objectivity)
4. Transferability (-external validity)
(belangrijk om te onthouden)
Authenticity
Ontological: beter begrip van de sociale situatie
Educatief: betere waardering van andermans perspectieven
Catalytic: wetend dat je een verandering teweeg kan brengen
Tactical: je geeft mensen een stem
Representateert het onderzoek eerlijk verschillende gezichtspunten?
Feministisch onderzoek
Het is eigenlijk een breder ethisch vraagstuk, maar het komt vooral uit de feministische hoek.
Doet het onderzoek recht aan individuen?
Erkent het individuen als actoren met agency (zeggenschap); eigen belangen; visies?
Vooral een belangrijke vraag voor minderheden (sloeg in het begin heel erg op hoe er
onderzoek werd gedaan naar vrouwen)
Zien mensen zichzelf wel terug in de bevindingen? En heb je als onderzoeker de respondenten
genoeg ruimte gegeven om hun eigen inbreng te geven?
Kritiek op kwantitatieve methoden, o.a.:
Mensen worden gezien als objecten
Worden gereduceerd tot categorieën
Het legt middels voorgedefinieerde concepten/antwoorden etic views op, wat stemmen
onderdrukt en waardoor andere visies/interpretaties niet gehoord worden
Eenzijdige, 'exploiterende' relatie (informatie komen halen), bij kwalitatief onderzoek is het
minder exploiterend, omdat je dan echt probeert de perspectieven van de participant te
begrijpen.
Etic perspectief: dit ontwikkel je zelf als onderzoeker, je gebruikt wat je zelf al weet over het
onderwerp
Emic perspectief: je gebruikt de concepten en de betekenisgeving gegeven door je respondenten
Voordelen kwalitatieve methoden:
Participanten worden gezien als actoren ipv objecten - ze kunnen hun stem laten horen
Er is meer ruimte voor (emic) stemmen (bijv. Van minderheden)
Er is een mogelijkheid om iets terug te geven
Maar:
Niet al het kwalitatieve onderzoek doet evenveel recht ad stemmen en minderheden
, Niet altijd empowerend/giving back
Toch altijd een vertaling naar een etic perspectief, de onderzoeker heeft toch een bepaalde
autoriteit
En: kwantitatief onderzoek is nodig om structurele ongelijkheid aan het licht te brengen
Selectie/sampling/steekproeftrekking
QN
(veel casussen)
(meer gestructureerd)
Doel: uitspraken doen over een grotere populatie
Sample moet representatief zijn voor de populatie
Dus:
Liefst: probability sampling (aselecte/willekeurige steekproef)
Minimale bias
QL
(emic; veel details; minder casussen)
(minder gestructureerd)
Doel: uitspraken doen over een fenomeen zoals dat voorkomt (concepten; theorie).
Theoretische/ analytische generalisatie
Sample moet geschikt zijn om inzicht te krijgen in het fenomeen
Dus:
Purposive sampling (doelgerichte selectie)
sidenote: invloed kan je niet goed meten in kwalitatief onderzoek, dus 'wat is de invloed van … op…' is
een kwantitatieve vraag
Purposive sampling
Selectie van onderzoeksobjecten (units of analysis) vanwege hun relevantie in het kader van
de onderzoeksvraag
Representativiteit is niet het belangrijkst. Wel: of/hoe 'iets'bij de respondenten/in de context
voorkomt
Wat is er nog meer van invloed?
Dan bewust kiezen voor: focus of variatie
(criterion sampling; maximum variation sampling)
Selectie op units/eenheden, op verschillende niveaus:
o Mensen
o Setting
o Afdelingen
o Documenten
o Interviewcontexten
o Tijd
Voorbeelden van doelgerichte selectie:
Typical case (respresentatief/exeplifying): vergelijkbaar met andere gevallen
Extreme case: uiterste, 'als het zelfs hier geldt, dan ook in andere situaties'
Deviant/unique case: op zichzelf staand
Critical/revelatory case: critical: hier gebeurt iets bijzonders waarbij je heel gericht je theorie
kunt testen. Revelatory: iets waar je voorheen geen toegang toe had om te bestuderen.
Vrije Universiteit Amsterdam
Hoorcollege 7 + H18 en H20
Hoorcollege 8 + H19 en H21
Hoorcollege 9 + H22 en H24
Hoorcollege 10 + H7
Hoorcollege 11 + H7 deel 2
Hoorcollege 12 + H8 en H9
,HC7: Sampling & kwalitatieve interviews (+H18 & H20)
Thrustworthiness
1. Credibility (-internal validity
2. Dependability (-reliability)
3. Confirmability (-objectivity)
4. Transferability (-external validity)
(belangrijk om te onthouden)
Authenticity
Ontological: beter begrip van de sociale situatie
Educatief: betere waardering van andermans perspectieven
Catalytic: wetend dat je een verandering teweeg kan brengen
Tactical: je geeft mensen een stem
Representateert het onderzoek eerlijk verschillende gezichtspunten?
Feministisch onderzoek
Het is eigenlijk een breder ethisch vraagstuk, maar het komt vooral uit de feministische hoek.
Doet het onderzoek recht aan individuen?
Erkent het individuen als actoren met agency (zeggenschap); eigen belangen; visies?
Vooral een belangrijke vraag voor minderheden (sloeg in het begin heel erg op hoe er
onderzoek werd gedaan naar vrouwen)
Zien mensen zichzelf wel terug in de bevindingen? En heb je als onderzoeker de respondenten
genoeg ruimte gegeven om hun eigen inbreng te geven?
Kritiek op kwantitatieve methoden, o.a.:
Mensen worden gezien als objecten
Worden gereduceerd tot categorieën
Het legt middels voorgedefinieerde concepten/antwoorden etic views op, wat stemmen
onderdrukt en waardoor andere visies/interpretaties niet gehoord worden
Eenzijdige, 'exploiterende' relatie (informatie komen halen), bij kwalitatief onderzoek is het
minder exploiterend, omdat je dan echt probeert de perspectieven van de participant te
begrijpen.
Etic perspectief: dit ontwikkel je zelf als onderzoeker, je gebruikt wat je zelf al weet over het
onderwerp
Emic perspectief: je gebruikt de concepten en de betekenisgeving gegeven door je respondenten
Voordelen kwalitatieve methoden:
Participanten worden gezien als actoren ipv objecten - ze kunnen hun stem laten horen
Er is meer ruimte voor (emic) stemmen (bijv. Van minderheden)
Er is een mogelijkheid om iets terug te geven
Maar:
Niet al het kwalitatieve onderzoek doet evenveel recht ad stemmen en minderheden
, Niet altijd empowerend/giving back
Toch altijd een vertaling naar een etic perspectief, de onderzoeker heeft toch een bepaalde
autoriteit
En: kwantitatief onderzoek is nodig om structurele ongelijkheid aan het licht te brengen
Selectie/sampling/steekproeftrekking
QN
(veel casussen)
(meer gestructureerd)
Doel: uitspraken doen over een grotere populatie
Sample moet representatief zijn voor de populatie
Dus:
Liefst: probability sampling (aselecte/willekeurige steekproef)
Minimale bias
QL
(emic; veel details; minder casussen)
(minder gestructureerd)
Doel: uitspraken doen over een fenomeen zoals dat voorkomt (concepten; theorie).
Theoretische/ analytische generalisatie
Sample moet geschikt zijn om inzicht te krijgen in het fenomeen
Dus:
Purposive sampling (doelgerichte selectie)
sidenote: invloed kan je niet goed meten in kwalitatief onderzoek, dus 'wat is de invloed van … op…' is
een kwantitatieve vraag
Purposive sampling
Selectie van onderzoeksobjecten (units of analysis) vanwege hun relevantie in het kader van
de onderzoeksvraag
Representativiteit is niet het belangrijkst. Wel: of/hoe 'iets'bij de respondenten/in de context
voorkomt
Wat is er nog meer van invloed?
Dan bewust kiezen voor: focus of variatie
(criterion sampling; maximum variation sampling)
Selectie op units/eenheden, op verschillende niveaus:
o Mensen
o Setting
o Afdelingen
o Documenten
o Interviewcontexten
o Tijd
Voorbeelden van doelgerichte selectie:
Typical case (respresentatief/exeplifying): vergelijkbaar met andere gevallen
Extreme case: uiterste, 'als het zelfs hier geldt, dan ook in andere situaties'
Deviant/unique case: op zichzelf staand
Critical/revelatory case: critical: hier gebeurt iets bijzonders waarbij je heel gericht je theorie
kunt testen. Revelatory: iets waar je voorheen geen toegang toe had om te bestuderen.