JEUGDCRIMINALITEIT
Kaylee van Groesen
694855
,Inhoud
Inleiding ..................................................................................................................................2
De casus .................................................................................................................................3
Hoofdstuk 1: De theoretische basis van jeugdcriminaliteit ........................................................4
1.1 De definitie ....................................................................................................................4
1.2 Overtreders ....................................................................................................................5
1.3 Jeugdcriminaliteit in cijfers .............................................................................................6
Hoofdstuk 2: Het jeugd en adolescentenstrafrecht ...................................................................8
2.1 Het jeugdstrafrecht ........................................................................................................8
2.1 Adolescentenstrafrecht ..................................................................................................9
2.3 Toepasbaarheid strafrecht met betrekking op de casus ...................................................9
Hoofdstuk 3: Verklaringen Criminologie ................................................................................. 10
1.1 Anomie theorie............................................................................................................. 10
1.2 De bindingstheorie ....................................................................................................... 10
1.3 De differentiële associatietheorie ................................................................................. 11
1.3.1 Toepassing op de casus ......................................................................................... 11
Hoofdstuk 4: Criminogene factoren ....................................................................................... 12
4.1 Wanneer is er een verhoogd risico op crimineel gedrag? ................................................ 12
4.1.1 Casus koppeling verhoogd risico ............................................................................ 13
4.2 Criminogene factoren ................................................................................................... 13
4.2.1 Individuele factoren ............................................................................................... 13
4.2.2 Psychosociale factoren .......................................................................................... 13
4.2.3 Maatschappelijke factoren ..................................................................................... 14
4.3 Protectieve factoren met het sociaal ontwikkelingsmodel.............................................. 14
4.4 Het sociaal ontwikkelingsmodel ................................................................................... 15
Hoofdstuk 5: What works-principe ......................................................................................... 16
5.1 Het what works-principe............................................................................................... 16
5.2 De voor en nadelen van het what works-principe ........................................................... 16
5.3 Plan van aanpak praktijkcasus ...................................................................................... 16
Hoofdstuk 6: Kansrijke interventies ........................................................................................ 19
6.1 Erkende interventies ..................................................................................................... 19
6.2 Behandelen en straffen ................................................................................................ 19
4.3 Kansrijke interventies voor de praktijkcasus .................................................................. 20
Literatuurlijst ........................................................................................................................ 21
1
, Inleiding
In het dagelijkse nieuws speelt het momenteel veel; steeds meer jongeren zijn bezig met
criminaliteit. Er is veel onderzoek geweest naar de ontwikkelingen binnen de jeugdcriminaliteit,
naar de verschillende achtergronden van deze jongeren en naar de factoren die kunnen
bijdragen aan crimineel gedrag. Voor de module 4.2 Analyse sociaal onderzoek in de
propedeuse fase, heb ik onderzoek gedaan naar meisjescriminaliteit binnen jeugdcriminaliteit.
Mede hierdoor heb ik meer kennis opgedaan over het onderwerp en met de verdiepingen binnen
jeugdcriminaliteit.
Binnen dit verslag staat de volgende leeruitkomst centraal:
Je bent in staat factoren die een rol spelen bij het ontstaan en verminderen van crimineel gedrag
bij jongeren te onderzoeken en je kunt kansrijke interventies voorstellen om het criminele gedrag
te voorkomen, te verminderen en de kans op herhaling te verkleinen.
Ik zal de theoretische inzichten rondom jeugdcriminologie beschrijven en ik ga onderzoeken hoe
verschillende factoren invloed hebben op crimineel-en recidive gedrag. Door middel van what
works principes, zal ik beschrijven hoe crimineel gedrag wordt aangepakt en wat een plan van
aanpak kan zijn. Ook zal ik uitwerken hoe kansrijke interventies worden gebruikt om
jeugdcriminaliteit te bestrijden en te bestraffen.
Om de onderwerpen binnen dit verslag beter te kunnen begrijpen en duiden zal ik gebruikmaken
van een casus uit mijn praktijk. Ik ben werkzaam op een paardenzorgboerderij en ik werk
voornamelijk met jeugdigen in de leeftijdsgroep van 6 tot 18 jaar. Ik zal de praktijkcasus verder
toelichten en koppelen aan de onderwerpen binnen dit verslag.
2