Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 1
Zorgend in plaats van zorgbehoevend:
speelt generativiteit een rol bij grootouders die bijdragen
aan de opvoeding en opvang van hun kleinkinderen?
Naam student
Open Universiteit1
Naam student:
Studentnummer:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Cursusnaam: Kwalitatief Onderzoek
Examinator: Aart N. Mudde
Plaatsvervangend examinator: Gjalt-Jorn Peters
Ingeschreven sinds:
Inleverdatum:
,Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 2
(geen abstract)
(geen keywords)
(Toelichting: de opmaak van deze rapportage volgt de template voor papers volgens de 6de editie
van de APA handleiding, die in de Methodologie en Statistiek community in youlearn staat)
Zorgend in plaats van zorgbehoevend:
speelt generativiteit een rol bij grootouders die bijdragen
aan de opvoeding en opvang van hun kleinkinderen?
In gezinnen van tweeverdieners met kinderen kunnen grootouders een waardevolle bijdrage
leveren aan de opvang en opvoeding van die kinderen. De voor- en nadelen van deze vorm van
mantelzorg is echter nog weinig onderzocht. Zoals bleek uit een review richte eerder onderzoek
naar opvoedende grootouders zich vooral op situaties waarin de kinderen waren gestorven, in de
gevangenis zaten, of kampten met drugsproblematiek (Hayslip & Kaminski, 2005). In die situaties
brengt deze vorm van mantelzorg een aantal voordelen met zich mee voor de grootouders, zoals een
sterkere band met de kleinkinderen, een tweede kans als opvoeder waarmee lessen uit het verleden
in de praktijk kunnen worden gebracht, en een duidelijk doel in het leven. Er bestaan echter ook
veel nadelen (Hayslip & Kaminski, 2005), zoals meer stress, een slechtere gezondheid, een lager
inkomen omdat de grootouders vaak minder kunnen werken, en de koppeling van de zorg voor het
kleinkind met het overlijden, de gevangenisstraf, of drugsproblematiek van het kind (i.e. de ouder
van het kleinkind).
,Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 3
Deze gevolgen hebben echter allemaal betrekking op zogenaamd ‘voogdelijk
grootouderschap’, waarbij de grootouders de volledige verantwoordelijkheid voor de kleinkinderen
dragen. Er zijn echter nog twee andere vormen: co-ouderschap en omvangrijke babysitten (Fuller-
Thomson, Serbinski, & McCormack, 2014), waarbij de belasting voor de grootouders lager is.
Hoewel het meeste onderzoek zich richte op mogelijke negatieve gevolgen, belichte een recente
kwalitatieve studie juist beloningen die zorgende grootouders in die twee categorieën ervoeren
(Fuller-Thomson et al., 2014). De bevindingen uit deze studie waren in lijn met het theoretische
kader dat Villar, Celdrán en Triadó (2012) voorstelden: er lijkt sprake te zijn van intergenerativiteit.
Dit is een concept dat oorspronkelijk is voorgesteld om de behoefte te beschrijven om voor andere
generaties te zorgen die wordt ervaren door mensen van middelbare leeftijd. Intergenerativiteit
brengt een aantal persoonlijke en sociale voordelen met zich mee. Op persoonlijk vlak wordt
betekenis gegeven aan iemands leven, gelegenheid geboden voor persoonlijke groei, en draagt het
op die manier bij aan succesvol ouder worden. Op sociaal vlak daagt intergenerativiteit traditionele
opvattingen uit, waarin ouderen worden gezien als hulpbehoevend, en in plaats daarvan ligt de
nadruk op de positieve, actieve rol die ouderen nog kunnen spelen in de samenleving (Villar et al.,
2012).
In Nederland en België is nog weinig bekend over hoe grootouders co-ouderschap en
omvangrijk babysitten ervaren. Onderzoek richtte zich veelal op zorg na scheidingen (e.g. Jappens
& van Bavel, 2013) en voogdelijk grootouderschap (Vogels, 2012). Dit gebrek aan begrip is
problematisch, want op 1 januari 2015 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 van kracht
geworden (Ministerie van Volksgezondheid & Welzijn en Sport, 2014), waardoor in situaties waar
maatschappelijke ondersteuning nodig is eerst gekeken dient te worden welke mantelzorg er
beschikbaar is. Het belang van de rol van mantelzorgers in de Nederlandse maatschappij neemt dus
toe, en wordt zelfs deels geformaliseerd. Dit betekent dat het belangrijk is om een beeld te hebben
van de opvattingen van potentiële mantelzorgers. Om deze reden wordt een eerste kwalitatieve
, Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 4
studie uitgevoerd om in kaart te brengen welke opvattingen ouderen hebben over het bijdragen aan
de opvoeding en opvang van kleinkinderen. Concreet zullen personen van 55 jaar of ouder worden
geinterviewed, zowel met als zonder kleinkinderen, om een beeld te krijgen van de visie van
ouderen. In deze interviews zal in het bijzonder worden stilgestaan bij intergenerativiteit om te
verkennen welke (mogelijke) voordelen ouderen waarnemen. Bovendien zal aandacht worden
besteed aan eventuele nadelen van deze vorm van mantelzorg.
Methode
Deelnemers
Voor dit onderzoek uit te voeren werd gebruik gemaakt van twee individuele interviews.
Vooraf aan het onderzoek werd meegedeeld dat de deelnemers aan de leeftijdseis van 55 jaar of
ouder moesten voldoen. Er werden twee deelnemers voor het onderzoek geselecteerd. Beide
voldeden aan de leeftijdseis van 55-plus en waren van het mannelijk geslacht. De helft van de
deelnemers hadden kinderen en kleinkinderen. Allebei de deelnemers hadden wel ervaring met de
opvang/opvoeding van kinderen en kleinkinderen.
Het eerste interview werd uitgevoerd met een 65 jarige man. Deze deelnemer is ongehuwd
zonder kinderen maar woonde samen op het moment van het interview. Vroeger stond hij vaak in
voor de opvang van de zoon van een vriendin. Deze eerste deelnemer is gepensioneerd en was
vroeger werkzaam in het WO. Zijn vrije tijd spendeert hij vooral aan wandelen, fietsen, lezen, film,
puzzelen en de hond uitlaten.
Het tweede interview vond plaats met een 68 jarige man. Deze deelnemer is gescheiden en
woont alleen. Hij heeft drie kinderen en twee kleinkinderen, welke de leeftijd hebben van 7 en 5
jaar. Deze deelnemer staat elke week in voor de opvang van zijn kleinkinderen. Deze man is
gepensioneerd en is vroeger altijd werkzaam geweest als politiecommissaris. Zijn passie is muziek
spelen en hij volgt in zijn vrije tijd zwemlessen. Soms maakt hij ook fietstochten in de regio waar
Zorgend in plaats van zorgbehoevend:
speelt generativiteit een rol bij grootouders die bijdragen
aan de opvoeding en opvang van hun kleinkinderen?
Naam student
Open Universiteit1
Naam student:
Studentnummer:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Cursusnaam: Kwalitatief Onderzoek
Examinator: Aart N. Mudde
Plaatsvervangend examinator: Gjalt-Jorn Peters
Ingeschreven sinds:
Inleverdatum:
,Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 2
(geen abstract)
(geen keywords)
(Toelichting: de opmaak van deze rapportage volgt de template voor papers volgens de 6de editie
van de APA handleiding, die in de Methodologie en Statistiek community in youlearn staat)
Zorgend in plaats van zorgbehoevend:
speelt generativiteit een rol bij grootouders die bijdragen
aan de opvoeding en opvang van hun kleinkinderen?
In gezinnen van tweeverdieners met kinderen kunnen grootouders een waardevolle bijdrage
leveren aan de opvang en opvoeding van die kinderen. De voor- en nadelen van deze vorm van
mantelzorg is echter nog weinig onderzocht. Zoals bleek uit een review richte eerder onderzoek
naar opvoedende grootouders zich vooral op situaties waarin de kinderen waren gestorven, in de
gevangenis zaten, of kampten met drugsproblematiek (Hayslip & Kaminski, 2005). In die situaties
brengt deze vorm van mantelzorg een aantal voordelen met zich mee voor de grootouders, zoals een
sterkere band met de kleinkinderen, een tweede kans als opvoeder waarmee lessen uit het verleden
in de praktijk kunnen worden gebracht, en een duidelijk doel in het leven. Er bestaan echter ook
veel nadelen (Hayslip & Kaminski, 2005), zoals meer stress, een slechtere gezondheid, een lager
inkomen omdat de grootouders vaak minder kunnen werken, en de koppeling van de zorg voor het
kleinkind met het overlijden, de gevangenisstraf, of drugsproblematiek van het kind (i.e. de ouder
van het kleinkind).
,Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 3
Deze gevolgen hebben echter allemaal betrekking op zogenaamd ‘voogdelijk
grootouderschap’, waarbij de grootouders de volledige verantwoordelijkheid voor de kleinkinderen
dragen. Er zijn echter nog twee andere vormen: co-ouderschap en omvangrijke babysitten (Fuller-
Thomson, Serbinski, & McCormack, 2014), waarbij de belasting voor de grootouders lager is.
Hoewel het meeste onderzoek zich richte op mogelijke negatieve gevolgen, belichte een recente
kwalitatieve studie juist beloningen die zorgende grootouders in die twee categorieën ervoeren
(Fuller-Thomson et al., 2014). De bevindingen uit deze studie waren in lijn met het theoretische
kader dat Villar, Celdrán en Triadó (2012) voorstelden: er lijkt sprake te zijn van intergenerativiteit.
Dit is een concept dat oorspronkelijk is voorgesteld om de behoefte te beschrijven om voor andere
generaties te zorgen die wordt ervaren door mensen van middelbare leeftijd. Intergenerativiteit
brengt een aantal persoonlijke en sociale voordelen met zich mee. Op persoonlijk vlak wordt
betekenis gegeven aan iemands leven, gelegenheid geboden voor persoonlijke groei, en draagt het
op die manier bij aan succesvol ouder worden. Op sociaal vlak daagt intergenerativiteit traditionele
opvattingen uit, waarin ouderen worden gezien als hulpbehoevend, en in plaats daarvan ligt de
nadruk op de positieve, actieve rol die ouderen nog kunnen spelen in de samenleving (Villar et al.,
2012).
In Nederland en België is nog weinig bekend over hoe grootouders co-ouderschap en
omvangrijk babysitten ervaren. Onderzoek richtte zich veelal op zorg na scheidingen (e.g. Jappens
& van Bavel, 2013) en voogdelijk grootouderschap (Vogels, 2012). Dit gebrek aan begrip is
problematisch, want op 1 januari 2015 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 van kracht
geworden (Ministerie van Volksgezondheid & Welzijn en Sport, 2014), waardoor in situaties waar
maatschappelijke ondersteuning nodig is eerst gekeken dient te worden welke mantelzorg er
beschikbaar is. Het belang van de rol van mantelzorgers in de Nederlandse maatschappij neemt dus
toe, en wordt zelfs deels geformaliseerd. Dit betekent dat het belangrijk is om een beeld te hebben
van de opvattingen van potentiële mantelzorgers. Om deze reden wordt een eerste kwalitatieve
, Running head: GENERATIVITEIT BIJ ZORGENDE GROOTOUDERS 4
studie uitgevoerd om in kaart te brengen welke opvattingen ouderen hebben over het bijdragen aan
de opvoeding en opvang van kleinkinderen. Concreet zullen personen van 55 jaar of ouder worden
geinterviewed, zowel met als zonder kleinkinderen, om een beeld te krijgen van de visie van
ouderen. In deze interviews zal in het bijzonder worden stilgestaan bij intergenerativiteit om te
verkennen welke (mogelijke) voordelen ouderen waarnemen. Bovendien zal aandacht worden
besteed aan eventuele nadelen van deze vorm van mantelzorg.
Methode
Deelnemers
Voor dit onderzoek uit te voeren werd gebruik gemaakt van twee individuele interviews.
Vooraf aan het onderzoek werd meegedeeld dat de deelnemers aan de leeftijdseis van 55 jaar of
ouder moesten voldoen. Er werden twee deelnemers voor het onderzoek geselecteerd. Beide
voldeden aan de leeftijdseis van 55-plus en waren van het mannelijk geslacht. De helft van de
deelnemers hadden kinderen en kleinkinderen. Allebei de deelnemers hadden wel ervaring met de
opvang/opvoeding van kinderen en kleinkinderen.
Het eerste interview werd uitgevoerd met een 65 jarige man. Deze deelnemer is ongehuwd
zonder kinderen maar woonde samen op het moment van het interview. Vroeger stond hij vaak in
voor de opvang van de zoon van een vriendin. Deze eerste deelnemer is gepensioneerd en was
vroeger werkzaam in het WO. Zijn vrije tijd spendeert hij vooral aan wandelen, fietsen, lezen, film,
puzzelen en de hond uitlaten.
Het tweede interview vond plaats met een 68 jarige man. Deze deelnemer is gescheiden en
woont alleen. Hij heeft drie kinderen en twee kleinkinderen, welke de leeftijd hebben van 7 en 5
jaar. Deze deelnemer staat elke week in voor de opvang van zijn kleinkinderen. Deze man is
gepensioneerd en is vroeger altijd werkzaam geweest als politiecommissaris. Zijn passie is muziek
spelen en hij volgt in zijn vrije tijd zwemlessen. Soms maakt hij ook fietstochten in de regio waar