Digitale geletterdheid: het vermogen digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken
en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen. Informatie begrijpen en doelgericht gebruiken. De
digitaal geletterde is digitaal denkend, digitaal vaardig en digitaal verantwoordelijk.
3 componenten:
- Basiskennis – het begrip van de werking van digitale computers en netwerken: de mentaliteit
van computational thinking.
- Gebruik – de kritische omgang met ICT: het besef van de gevolgen van de digitale revolutie
voor mens en maatschappij.
- Gedrag – het hanteren van normen en waarden: het inschatten van kansen en risico’s; het
afwegen van eigendom, privacy en vrijheid.
Begrippen:
Basiskennis ICT, Computational thinking:
- Het formuleren van problemen zodanig dat het mogelijk is de computer en andere digitale
toepassingen te gebruiken om de problemen op te lossen.
- Het logisch ordenen en analyseren van de data, het op abstract niveau representeren van de
data door middel van bijvoorbeeld modellen en simulaties, algoritmisch denken toepassen
om oplossingen te genereren.
- het analyseren van de mogelijke oplossingen en een keuze maken voor de meest effectieve
en efficiënte stappen en bronnen om tot een uiteindelijke oplossing te komen;
- het generaliseren van het proces om problemen op te lossen zodat het ook bij andere
problemen toegepast kan worden
Informatievaardigheden: het kunnen signaleren en analyseren van informatiebehoefte en op basis
hiervan het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken (toepassen) van relevante
informatie.
Mediawijsheid: het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust,
kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde
wereld.
Drie activiteiten:
- functioneren: mediawijsheid is nodig om optimaal te kunnen functioneren in de
hedendaagse maatschappij
- participeren: mediawijsheid is nodig om goed te kunnen participeren in het maatschappelijk
proces
- produceren: mediawijsheid is nodig omdat de nieuwe media (met name het internet)
uitnodigen tot het produceren (en publiceren) van content door niet-professionals.
Vier competentiegroepen mediawijsheid:
- gebruik
- kritisch begrip
- communicatie – actief, creatief, sociaal mediagebruik
- strategie – begrijpen welke meest geschikt is, zelfkennis
, Digitale geletterdheid is een belangrijk deel van 21e-eeuwse vaardigheden. Het gaat erom deze
vaardigheden bij leerlingen te stimuleren en ze te benutten in het onderwijs waarin ICT-toepassingen
en media een belangrijke plaats innemen. Een geïntegreerde aanpak van de vaardigheden is daarom
van belang.
Vaardigheden om goed te kunnen leren en werken:
- Creativiteit: het bedenken van nieuwe ideeën en deze kunnen uitwerken en analyseren.
- Kritisch denken: het kunnen formuleren van een eigen, onderbouwde visie of mening.
- Probleemoplosvaardigheden: het (h)erkennen van een probleem en om het kunnen komen
tot een plan om het probleem op te lossen.
- Communiceren: het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap.
- Samenwerken: het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen
en ondersteunen.
- Digitale geletterdheid: effectief, efficiënt en verantwoord gebruiken van ICT. Combinatie van
ICT-basisvaardigheden zoals computational thinking, mediawijsheid en
informatievaardigheden.
- Sociale en culturele vaardigheden: effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met
verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.
- Zelfregulering: het kunnen realiseren van doelgericht en passend gedrag.