Samenvatting CBI10306 week 4 – Differentiatie
College 4 – Differentiatie van cellen
Genoom; overal hetzelfde à daarna ontstaan verschillen door differentiatie van cellen.
Structuur van DNA:
- Als een eiwit iets moet herkennen, dan gaat dat altijd door de volgorde die ze zien door de major groove
Baseparing bepaalt specificiteit:
- Twee versus drie waterstofbruggen
- Aminogroep zit met een waterstofbrug verbonden
DNA-replicatie:
- De keten groeit aan het 3 uiteinde
- De synthese van een nieuw DNA-molecuul gaat van het 5 uiteinde
richting 3 uiteinde!!!
- De template streng wordt afgelezen van het 3 uiteinde naar het 5
uiteinde!!!
o Template = voorbeeld streng
DNA-replicatie:
Semi-conservatief: in iedere dochtercel zit altijd de helft van het DNA van de ouder cel en de ander is nieuw
gemaakt.
DNA replicatie begint op een vaste plaats: een Origin of Replication Initiation (ORI).
ORI is een speciale DNA-sequentie die geschikt is gemaakt voor het binden van eiwitten die een dubbele helix
een beetje ontwinden.
In een streng zijn meerdere stukjes met enkel strengs.
,Waar de nieuwe strengen op het template gemaakt worden à twee vorken = replication forks.
Synthese van DNA door DNA-polymerase:
- DNA-polymerase heeft een proofreading activiteit
- Heeft een ingebouwde herstel mechanisme waardoor een enzym ontstaat met bijzonder weinig fouten
Proofreading activiteit van DNA-polymerase:
- Maar 1 fout per 10^7 nucleotiden
Continue and discontinue DNA synthese:
De onderste kun je in 1x maken want die wordt
gesynthetiseerd van 5 naar 3. De bovenste niet want
daar moet je aan het eind beginnen.
Een helft van het DNA wordt in korte stukjes gerepliceerd die daarna aan elkaar worden gezet.
, Twee DNA-polymerase-complexen werken samen:
DNA helicase
DNA primase
Een stuk kan in een keer.
Een ander stuk moet in stukjes.
Okasaki: korte stukjes in het DNA gevonden.
Replicatie van het einde van een chromosoom: het telomerase. Eind van een chromosoom; er is geen
opstapplaats meer. Want er is niks voor een
opstapplaats, het is het eind van het DNA-
molecuul.
Een nieuwe streng kan nooit veel verder
komen dan een stuk van het oorspronkelijke
template.
Het eind zijn gerepeteerde stukken DNA. En
dus niet nodig voor het functioneren van de
cel.
Telomerase: met behulp van ingebouwd
RNA, dupliceert hij van het eind DNA, deze
een nieuw stuk bij te zetten maar dan aan de
3 kant (einde).
- Cel beschermen tegen het korter
maken van het DNA-molecuul
Bij veroudering werkt telomerase minder goed. Minder goed eindjes zetten aan telomeren. Telomeren worden
daardoor korter en dus komt je dichterbij de functionele stukken van het DNA.
Meiose of reductiedeling: cross-over tussen homologe chromosoomparen: dubbelstrengs DNA breuken en
reparatie:
Meiose: uitwisseling van genetisch materiaal.
Chromosoom man en vrouw worden gedupliceerd à van 2M
naar 4M.
Twee van de gemaakte elementen liggen zo dicht bij elkaar
dat uitwisseling mogelijk is bij een beperkt aantal posities.
De helft van de middelste doen aan uitwisseling, de anderen
niet.
College 4 – Differentiatie van cellen
Genoom; overal hetzelfde à daarna ontstaan verschillen door differentiatie van cellen.
Structuur van DNA:
- Als een eiwit iets moet herkennen, dan gaat dat altijd door de volgorde die ze zien door de major groove
Baseparing bepaalt specificiteit:
- Twee versus drie waterstofbruggen
- Aminogroep zit met een waterstofbrug verbonden
DNA-replicatie:
- De keten groeit aan het 3 uiteinde
- De synthese van een nieuw DNA-molecuul gaat van het 5 uiteinde
richting 3 uiteinde!!!
- De template streng wordt afgelezen van het 3 uiteinde naar het 5
uiteinde!!!
o Template = voorbeeld streng
DNA-replicatie:
Semi-conservatief: in iedere dochtercel zit altijd de helft van het DNA van de ouder cel en de ander is nieuw
gemaakt.
DNA replicatie begint op een vaste plaats: een Origin of Replication Initiation (ORI).
ORI is een speciale DNA-sequentie die geschikt is gemaakt voor het binden van eiwitten die een dubbele helix
een beetje ontwinden.
In een streng zijn meerdere stukjes met enkel strengs.
,Waar de nieuwe strengen op het template gemaakt worden à twee vorken = replication forks.
Synthese van DNA door DNA-polymerase:
- DNA-polymerase heeft een proofreading activiteit
- Heeft een ingebouwde herstel mechanisme waardoor een enzym ontstaat met bijzonder weinig fouten
Proofreading activiteit van DNA-polymerase:
- Maar 1 fout per 10^7 nucleotiden
Continue and discontinue DNA synthese:
De onderste kun je in 1x maken want die wordt
gesynthetiseerd van 5 naar 3. De bovenste niet want
daar moet je aan het eind beginnen.
Een helft van het DNA wordt in korte stukjes gerepliceerd die daarna aan elkaar worden gezet.
, Twee DNA-polymerase-complexen werken samen:
DNA helicase
DNA primase
Een stuk kan in een keer.
Een ander stuk moet in stukjes.
Okasaki: korte stukjes in het DNA gevonden.
Replicatie van het einde van een chromosoom: het telomerase. Eind van een chromosoom; er is geen
opstapplaats meer. Want er is niks voor een
opstapplaats, het is het eind van het DNA-
molecuul.
Een nieuwe streng kan nooit veel verder
komen dan een stuk van het oorspronkelijke
template.
Het eind zijn gerepeteerde stukken DNA. En
dus niet nodig voor het functioneren van de
cel.
Telomerase: met behulp van ingebouwd
RNA, dupliceert hij van het eind DNA, deze
een nieuw stuk bij te zetten maar dan aan de
3 kant (einde).
- Cel beschermen tegen het korter
maken van het DNA-molecuul
Bij veroudering werkt telomerase minder goed. Minder goed eindjes zetten aan telomeren. Telomeren worden
daardoor korter en dus komt je dichterbij de functionele stukken van het DNA.
Meiose of reductiedeling: cross-over tussen homologe chromosoomparen: dubbelstrengs DNA breuken en
reparatie:
Meiose: uitwisseling van genetisch materiaal.
Chromosoom man en vrouw worden gedupliceerd à van 2M
naar 4M.
Twee van de gemaakte elementen liggen zo dicht bij elkaar
dat uitwisseling mogelijk is bij een beperkt aantal posities.
De helft van de middelste doen aan uitwisseling, de anderen
niet.