1.
Snelle verspreiding evangelie door mogelijkheden romeinse rijk
Pax Romana = Romeinse vrede (rust, orde en vrede in romeinse rijk)
Stoa = wijsgerige stroming (belangrijkste stroming in de tijd dat het Christendom opkwam)
- hadden vragen over godsdienst en menselijk handelen (men moest zich aan God
onderwerpen, heeft kenmerken monotheïsme (geloof in 1 God) ideaal voor ontstaan
christendom)
Godsdienstig syncretisme = vermenging godsdiensten
-Romeinse Polyteïsme (veelgodendom) nam elementen uit andere godsdiensten
over, kenmerkend voor verdraagzaamheid romeinen
Christendom voor romeinen niet meer dan zoveelste mysteriegodsdienst = in geheime
eredienst werden aanhangers ingewijd en opgenomen
Monotheïsme = geloof in één god
Polytheïsme = geloof in meerdere goden
2.
Jodendom in Palestina – romeinese overheersers lieten zoveel mogelijk eigen godsdienst
uitoefenen (=pax romana)
Sadduceeën = afstammeling Sadok
- Voorname joden – goede relatie romeinse overheersers open visie t.a.v. Hellinisme,
baseerden zich alleen op Tora, geen mondelinge overlevering en uitleg van de wet
Farizeeën = afgezonderden
- Vrome wetsgetrouwe joden, wilden eigen staat daarom slechte relatie romeinse
overheersers, geschreven wet belangrijk + uitleg ervan, verwachten de Messias.
Waren tegen Hellinisme.
Zeloten = ijveraars
- Wilden zich afscheiden van romeinse rijk, waren politiek georiënteerd, Messias zou
komen om Israël met geweld te bevrijden van overheersing.
1
, Essenen
- Kleine beweging, leefden rond Dode Zee, Qumran boekrollen, strenge regels, eerste
vorm van kloosterleven.
Diaspora = verstrooiïng
- Joden die buiten Palestina woonden, o.a. door val Jeruzalem en ontvoering
(Babylonische ballingschap) leefden geboden na, Jeruzalem bleef moederstad.
Proselieten = toegetredenen (Jodengenoten)
- Waren later toegetreden tot Jodendom
Godsvrezenden
- voelden zich aangetrokken tot Jodendom maar lieten zich niet opnemen
Septuaginta = zeventig
- vertaling in Grieks, niemand sprak meer Hebreeuws in diaspora
In Diaspora Griekse invloeden van Plato & wijsgeren Stoa
Onstaan anti-Joodse stemming – montheïsme in strijd met romeins polytheïsme
4.
Eerste Christenen verwachtten Jezus snel terug
De gemeentes had weinig structuur – leiding Petrus & Johannes, na Pinksteren gingen de
apostolen de wereld in, daarna o.l.v. Jakobus
7 diakens aangesteld
Gemeente - allen christenen die uit Jodendom kwamen, Stefanus (diaken) na onenigheid
eerste martelaar – braken vervolging uit
Christenen vluchtten naar Antiochië
Paulus = Farizeeër bekeerd tot christendom
- verkondiging evangelie aan heidenen, naar Antiochië – zendingsreizen (+brieven)
Toename heiden-christenen – moeten christenen de joodse wetten naleven?
2