- Een verpleegkundige wordt besmet (percutaan prikaccident) door een HIV-positieve
patiënt die nog geen antivirale therapie krijgt. Bespreek PEP.
● Post-Exposure Profylaxe: besmettingskans na contact verminderen
● Percutaan prikaccident kans 0.3%; besmetting wonde/mucosae kans 0.09%
→ PEP reduceert dit 75-80%
● Specialist beoordeelt aard/duur van blootstelling en virale/behandelingsstatus
van bronpt → zsm ART gedurende 4w, potentieel besmet tot 3m na incident
neg serologie (beroep wel verderzetten)
- Verpleegster wordt geprikt met gebruikte naald, waarvoor ze een bloedname heeft
gedaan bij een HIV-patiënt met pneumocystis jiroveci pneumonie.
● In welke categorie denk jij dat de bronpatiënt zit?
▪ klinische categorie C want opportunistische infectie → AIDS
● Hoe gaat je het postexposure profylaxe beleid bij de verpleegster aanpakken?
▪ Post-Exposure Profylaxe: besmettingskans na contact verminderen
▪ Percutaan prikaccident kans 0.3%; besmetting wonde/mucosae kans
0.09% → PEP reduceert dit 75-80%
▪ Specialist beoordeelt aard/duur van blootstelling en
virale/behandelingsstatus van bronpt → zsm ART gedurende 4w,
potentieel besmet tot 3m na incident neg serologie (beroep wel
verderzetten)
- Casus: HIV+wit beslag mond
● opstarten dossier welke onderzoeken?
▪ orofaryngeale candidiase = klinische predictor van ziekteprogressie
(klinische categorie B)
▪ genotypische resistentiebepaling: in gespecialiseerde referentiecentra
▪ ART (vroegtijdig): HAART:
● PO: 1 of 2 NRTI + 1 INTI
● IM: 1 NNRTI + 1 INTI
▪ opvolging
● om de paar maanden klinische + laboratoriumevaluatie
(leverfunctie, nierfunctie, lipiden, glucose, viral load, CD4)
● evt behandelingsschema aanpassen
▪ profylaxe: enkel bij onderdrukt IS
● vaccins aangewezen: pneumokokken, SARS-CoV-2, influenza
(elk j)
● diagnose + behandeling mondletsel?
▪ bloedt het na afschrapen?
▪ topische behandeling volstaat meestal niet dus beter PO itraconazole/
fluconazole
- Casus over pt die gediagnosticeerd is met HIV, was vroeger IV-druggebruiker. Ze
heeft echter geen (klinische) symptomen waardoor ze nu pas seropositief bevonden
wordt. Welke onderzoeken nodig voor opvolging en behandeling te plannen?
- klinische categorie A
- lymfeklieronderzoek
- genotypische resistentiebepaling: in gespecialiseerde referentiecentra