Kennistoets 1 OO-A: AFPF
Begrippen
Week 1 - Inleiding tot het menselijk lichaam
- Inleiding tot de chemie van het leven
- Cellen, weefsel en structuur van het
lichaam
Week 2 - Weerstand en immuniteit
- Algemene farmacologie
Week 3 - Het ademhalingsstelsel
- Pneumonie
Week 4 - De voortplantingsorganen
- Normale zwangerschap en bevalling
Week 5 - Inleiding tot de genetica
- Tumoren
- De huid
- huidkanker
Week 6 - Urinewegstelsel (urineblaas, urethra,
mictie)
- Infectie van urinewegen en
incontinentie voor urine
- Infecties en antimicrobiële middelen
Week 7 - Abnormale immuun functie
- Reumatoïde artritis en artrose
- Infecties en antimicrobiële middelen
, Week 1
Inleiding tot het menselijk lichaam
Inleiding tot de chemie van het leven
Het milieu intérieur is het vocht dat de lichaamscellen omspoelt. Men noemt dit de interstitiële
of weefselvloeistof. De samenstelling van het milieu intérieur wordt uiterst nauwkeurig
gereguleerd. Hierdoor ontstaat een relatief stabiele toestand die we homeostase noemen.
Transportsystemen zorgen ervoor dat alle cellen in verbinding staan met zowel het milieu
intérieur al extérieur.
1. Bloed transporteert via een uitgebreid netwerk van bloedvaten stoffen door heel het
lichaam.
2. De bloedsomloop bestaat uit een netwerk van bloedvaten en het hart:
- Arteriën (slagaders) Vervoeren bloed vanuit het hart;
- Venen (aders) Vervoeren bloed naar het hart toe;
- Capillairen (haarvaatjes) Verbinden arteriën en venen met elkaar.
De bloedvaten vormen een netwerk dat bloed transporteert naar:
- De longen Deze nemen zuurstof op uit de lucht en tegelijkertijd scheidt
deze koolstofdioxide af vanuit het bloed naar de uitademingslucht;
- De cellen in alle andere delen van het lichaam.
Het HartHet hart is een gespierde zak die het bloed door het lichaam pompt en de
bloeddruk op peil houdt.
3. Het lymfoïde systeem bestaat uit een aantal lymfevaten die beginnen als blind
eindigende buisjes in de ruimten tussen de capillairen en de weefselcellen. Lymfe is een
weefselvloeistof dat ook materiaal bevat dat is afgevoerd van weefselruimten, zoals
plasma-eiwitten en soms ook bacteriën en cel-afval.
De lymfe wordt via de lymfevaten teruggevoerd naar de bloedsomloop. Op het verloop
van de lymfevaten bevinden zich op allerlei plaatsen ophopingen van lymfeklieren. Hier
wordt de lymfe gefilterd en worden microben en andere stoffen verwijderd. Het
lymfoïde systeem zorgt ook voor de productie en rijping van de lymfocyten, de witte
bloedcellen die betrokken zijn bij het immuunsysteem.
Cellen, weefsel en structuur van het lichaam
De complexiteitsniveaus van structuren in het lichaam kan worden gezien als een
eenheid die is samengesteld uit verschillende systemen die samenwerken en afhankelijk
zijn van elkaar. Elk systeem heeft een specifieke functie die essentieel is voor het welzijn
van het individu.
In het lichaam onderscheiden we verschillende niveaus van structurele organisatie en
complexiteit.
- Atomen vormen moleculen -> meest elementaire niveau
- Cellen -> kleinste onafhankelijke eenheden van de levende materie
o Elk celtype is gespecialiseerd in een specifieke functie
Begrippen
Week 1 - Inleiding tot het menselijk lichaam
- Inleiding tot de chemie van het leven
- Cellen, weefsel en structuur van het
lichaam
Week 2 - Weerstand en immuniteit
- Algemene farmacologie
Week 3 - Het ademhalingsstelsel
- Pneumonie
Week 4 - De voortplantingsorganen
- Normale zwangerschap en bevalling
Week 5 - Inleiding tot de genetica
- Tumoren
- De huid
- huidkanker
Week 6 - Urinewegstelsel (urineblaas, urethra,
mictie)
- Infectie van urinewegen en
incontinentie voor urine
- Infecties en antimicrobiële middelen
Week 7 - Abnormale immuun functie
- Reumatoïde artritis en artrose
- Infecties en antimicrobiële middelen
, Week 1
Inleiding tot het menselijk lichaam
Inleiding tot de chemie van het leven
Het milieu intérieur is het vocht dat de lichaamscellen omspoelt. Men noemt dit de interstitiële
of weefselvloeistof. De samenstelling van het milieu intérieur wordt uiterst nauwkeurig
gereguleerd. Hierdoor ontstaat een relatief stabiele toestand die we homeostase noemen.
Transportsystemen zorgen ervoor dat alle cellen in verbinding staan met zowel het milieu
intérieur al extérieur.
1. Bloed transporteert via een uitgebreid netwerk van bloedvaten stoffen door heel het
lichaam.
2. De bloedsomloop bestaat uit een netwerk van bloedvaten en het hart:
- Arteriën (slagaders) Vervoeren bloed vanuit het hart;
- Venen (aders) Vervoeren bloed naar het hart toe;
- Capillairen (haarvaatjes) Verbinden arteriën en venen met elkaar.
De bloedvaten vormen een netwerk dat bloed transporteert naar:
- De longen Deze nemen zuurstof op uit de lucht en tegelijkertijd scheidt
deze koolstofdioxide af vanuit het bloed naar de uitademingslucht;
- De cellen in alle andere delen van het lichaam.
Het HartHet hart is een gespierde zak die het bloed door het lichaam pompt en de
bloeddruk op peil houdt.
3. Het lymfoïde systeem bestaat uit een aantal lymfevaten die beginnen als blind
eindigende buisjes in de ruimten tussen de capillairen en de weefselcellen. Lymfe is een
weefselvloeistof dat ook materiaal bevat dat is afgevoerd van weefselruimten, zoals
plasma-eiwitten en soms ook bacteriën en cel-afval.
De lymfe wordt via de lymfevaten teruggevoerd naar de bloedsomloop. Op het verloop
van de lymfevaten bevinden zich op allerlei plaatsen ophopingen van lymfeklieren. Hier
wordt de lymfe gefilterd en worden microben en andere stoffen verwijderd. Het
lymfoïde systeem zorgt ook voor de productie en rijping van de lymfocyten, de witte
bloedcellen die betrokken zijn bij het immuunsysteem.
Cellen, weefsel en structuur van het lichaam
De complexiteitsniveaus van structuren in het lichaam kan worden gezien als een
eenheid die is samengesteld uit verschillende systemen die samenwerken en afhankelijk
zijn van elkaar. Elk systeem heeft een specifieke functie die essentieel is voor het welzijn
van het individu.
In het lichaam onderscheiden we verschillende niveaus van structurele organisatie en
complexiteit.
- Atomen vormen moleculen -> meest elementaire niveau
- Cellen -> kleinste onafhankelijke eenheden van de levende materie
o Elk celtype is gespecialiseerd in een specifieke functie