Hoofdstuk 1: Basisbegrippen en centrale thema’s van het
publiekrecht
Afdeling 2. De grondwet
§3 Enkele belangrijke classifica2es
Eenheidsstaat, centralisa/e en decentralisa/e
• eenheidsstaat: soevereiniteit ligt onverdeeld bij het centrale niveau
• gecentraliseerde eenheidsstaat
o bevoegdheden binnen één laag van het overheidsbestuur
o lagere instanties: geen rechtspersoonlijkheid en staan onder hiërarchisch toezicht
• gedecentraliseerde eenheidsstaat
o het spreiden van bevoegdheden over verschillende overheidslagen
o lagere instanties hebben wel eigen rechtspersoonlijkheid en staan onder een minder verregaande
vorm van toezicht (administratief/bestuurlijk toezicht)
o onderscheid territoriale en functionele decentralisatie
• territoriaal = overheden bevoegd voor een bepaald grondgebied
bv. gemeenten en provincies
politieke vertegenwoordiging (democratische inspraak vd burger)
• functioneel = overheden bevoegd voor een bepaald beleidsdomein
waarbij zij over de nodige expertise beschikken
Afdeling 3. Het bestuur
• 3 overheidsfuncties: WM, UM, RM
• bestuur = vooral UM
o maar ook lokale besturen (gemeenten en provincies)
o maar ook WM (overheidsopdrachten) en RM (tuchtmaatregel)
• tweede helft 19e eeuw: steeds sterker uitgebouwd overheidsapparaat
o gebaseerd op basis van Max Weber: de bureaucratie
o administratie werd gemoderniseerd
• private ondernemerschap
• beroep op gespecialiseerde diensten en instellingen
o verzelfstandiging van overheidstaken
o vandaag: dagelijks contact met de overheidsadministratie
1
,§1 Verhouding tussen regering en administra2e en belang van administra2eve
rekenplich2gheid
A. Voorrang van de poli/ek
• overheidsbeleid heeft betrekking op een grote verscheidenheid van domeinen
• administratie = een amalgaam van diensten met gespecialiseerd personeel
• regering krijgt bevoegdheden die aansluiten bij deze overheidsdiensten
• afbakening tussen politieke gezagsdragers en administratie = spanningsveld
o administratie is een instrument in handen van de regering
o administratie zorgt voor continuïteit en het drukken van een stempel op het uitvoeren van het
beleid
o een zekere politisering van de ambtenarij
• ook politieke verantwoordelijkheid voor wat fout gaat bij de minister
o regering = verantwoordelijk voor de handelingen van de administratie
• beleid is in grote mate afhankelijk van de administratie
o regering behoudt de controle op de administratie
o spoils system = nieuw verkozen president kan top administratie en soms zelfs de volledige
administratie vervangen door personen op wie hij kan vertrouwen
• partijpolitisering van de administratie
o manier om greep te krijgen op de ambtenarij
B. Administra/eve rekenplich/gheid
• rekenplichtigheid = administratieve verantwoording en verantwoordelijkheid
• administratie is verplicht om rekenschap af te leggen over de genomen beslissingen
• administratie kan verantwoordelijk kan worden gesteld voor wat misloopt
• hangt samen met:
o de openheid van zaken + loyaliteitsverplichting
o het feit dat ambtenaren volgens bij de wet voorziene procedures administratief of
tuchtrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden
→ ombudsdiensten waarbij een klacht kan worden neergelegd
§2 Verreikende overheidstussenkomst
A. Algemeen en bijzonder bestuursrecht
• overheidstussenkomst werd steeds meer uitgebreid
• door verstedelijking, bevolkingsgroei, technologische vooruitgang, industrialisering
• het bijzondere deel = geheel van rechtsregels die de verschillende bestuursdomeinen beheersen
• het algemeen bestuursrecht = ontstaan uit het bijzondere deel
2
,B. Ontbreken van codifica/e van het algemeen bestuursrecht
• regels liggen verspreid over verschillende normen
• groot aantal fundamentele beginselen zijn niet verankerd in de wetgeving
• wel te vinden in de rechtsleer en rechtspraak
• waarom? bevoegdheden behoren zelden exclusief toe aan 1 bestuursniveau
• algemeen bestuursrecht is beïnvloed door de regels en de beginselen die zich op EU-niveau
ontwikkelen
• 2018: overkoepelend Bestuursdecreet - op initiatief van Vlaams niveau
o inzet op een kwaliteitsvolle en digitale dienstverlening
o digitalisering van informatie en communicatie
§3 Bijzondere preroga2even en verplich2ngen van het bestuur
• overheid moet het algemeen belang of een algemeen deelbelang dienen
• bestuursbevoegdheden zijn dus doelgebonden
• 2 soorten bevoegdheden
o discretionaire bvgdhdn: beleidsruimte voor het bestuur
o gebonden bvgdhdn: handelen is afhankelijk van de loutere toepassing van de wettelijke
voorwaarden of procedures
• voorrang van het algemeen op het private belang van de burgers
• particulier belang << algemeen belang
• dezelfde begrippen hebben vaak andere betekenis in publiek- dan in privaatrecht
• overheidspersoneel geniet van een apart statuut
o bevoorrechte positie
o maar ook: specifieke verplichtingen en beperkingen
A. Preroga/even van het bestuur
• bestuur beschikt over de mogelijkheid om zo nodig handelingen te stellen die eenzijdig de
rechtstoestand van de bestuurde wijzigen zonder zijn toestemming
• louter feitelijke handelingen: handelingen die slechts rechtsfeiten zijn
• bestuurlijke rechtshandelingen: bindende kracht vanaf bekendmaking
o verregaande inmenging in de sfeer van de betrokken burgers/ondernemingen
o eenzijdige administratieve sancties kunnen worden opgelegd
o “Le privilège du préalable”
Eerste privilege
• de rechtshandelingen moeten worden gerespecteerd of nageleefd zonder wettigheid vooraf door
een rechter moet worden vastgesteld
• er heerst een vermoeden van conformiteit met het geldende recht
• burgers en andere besturen moeten eerst gehoorzamen alvorens te protesteren
3
, Tweede privilege
• de uitvoerbare kracht van de rechtshandeling
• RH is op zichzelf uitvoerbaar zonder de voorafgaande tussenkomst van de rechter
• ! aantal uitzonderingsgevallen: bv. bijzondere statuut van overheidsgoederen
B. Verplich/ngen van het bestuur
• onderworpen aan
o de wetten van de openbare dienst
o onderworpen aan de beginselen van behoorlijk bestuur
o interne en externe controles
o het hiërarchisch of bestuurlijk toezicht van andere besturen
• soms advies of openbaar onderzoek verplicht voorafgaand aan een beslissing
• strikte regels inzake boekhouding en begroting
• formele motiveringsplicht (motieven ten grondslag van beslissingen)
§4 Evolu2e naar een meer horizontale verhouding tussen bestuur en burger:
inspraak en par2cipa2e
• nadeel representatief stelsel = beperkte betrokkenheid van de burger
• participatie kan de legitimiteit, transparantie en efficiëntie van wetgeving en beleid verhogen
doordat het resultaat voortkomt uit een totstandkomingsproces
o burgers tijdig en doeltreffend bij het beleid betrekken
o voldoende transparante informatie
o betrekking van het resultaat van de participatie in de besluitvorming
MAAR: geen algemeen beginsel dat tot participatie van burgers verplicht (wel hoorplicht)
• wel recht op inspraak bij milieu beslissingen (verdrag van Aarhus)
bemiddeling: partijen trachten zelf om vrijwillig tot een oplossing te komen voor hun conflict, met hulp van
onpartijdige bemiddelaar
4