Internationale belastingheffing
Stap 1: Bestaat er een belastingplicht naar nationaal/Nederlands recht?
Stap 1a: gaat het om een binnenlandse belastingplichtige als in artikel
2.1 lid 1 sub a IB/artikel 2 Vpb? Zo nee:
Stap 1b: gaat het om een buitenlandse belastingplichtige als in artikel 2.1
lid 1 sub b jo. Lid 2 IB:
- Niet-inwoner van Nederland
- Wel inkomen uit Nederland (H7 IB)
Stap 2: Wordt Nederland beperkt/belemmert in zijn belastingrecht door het
OECD-Verdrag?
Stap 2a-I: gaat het om een persoon als in artikel 3 lid 1 sub a OECD-
verdrag?
Stap 2a-II: gaat het om een inwoner van een verdragsstaat als in artikel
4 lid 1 OECD-verdrag?
Stap 2b: Om wat voor inkomen gaat het?
Bij winst uit onderneming artikel 7 OECD-Verdrag: in beginsel de
staat waar de onderneming is gevestigd heffingsbevoegd, tenzij het
gaat om een vaste inrichting. Dan is de staat waarin de vi ligt
bevoegd (artikel 7 jo. 5 OECD-Verdrag).
Vaste inrichting:
Fysieke constructie (HR Circustent)
Specifiek ingericht voor ondernemingsactiviteiten
(HR Kunstogen)
Terbeschikkingstelling van de fysieke constructie
(HR Werkkamer)
De terbeschikkingstelling is duurzaam (>6
maanden)
Bij winst uit onroerende zaak artikel 6 OECD-Verdrag: staat waar
de onroerende zaak ligt bevoegd.
Bij inkomsten uit dienstbetrekking artikel 15 OECD-Verdrag:
staat waar de werkzaamheden worden uitgevoerd (fysieke
aanwezigheid) is bevoegd.
Stap 3: Conclusie, vaak: ene staat moet voorkoming van dubbele belasting door
middel van vrijstelling als in artikel 23A OECD-verdrag verlenen.
Stap 1: Bestaat er een belastingplicht naar nationaal/Nederlands recht?
Stap 1a: gaat het om een binnenlandse belastingplichtige als in artikel
2.1 lid 1 sub a IB/artikel 2 Vpb? Zo nee:
Stap 1b: gaat het om een buitenlandse belastingplichtige als in artikel 2.1
lid 1 sub b jo. Lid 2 IB:
- Niet-inwoner van Nederland
- Wel inkomen uit Nederland (H7 IB)
Stap 2: Wordt Nederland beperkt/belemmert in zijn belastingrecht door het
OECD-Verdrag?
Stap 2a-I: gaat het om een persoon als in artikel 3 lid 1 sub a OECD-
verdrag?
Stap 2a-II: gaat het om een inwoner van een verdragsstaat als in artikel
4 lid 1 OECD-verdrag?
Stap 2b: Om wat voor inkomen gaat het?
Bij winst uit onderneming artikel 7 OECD-Verdrag: in beginsel de
staat waar de onderneming is gevestigd heffingsbevoegd, tenzij het
gaat om een vaste inrichting. Dan is de staat waarin de vi ligt
bevoegd (artikel 7 jo. 5 OECD-Verdrag).
Vaste inrichting:
Fysieke constructie (HR Circustent)
Specifiek ingericht voor ondernemingsactiviteiten
(HR Kunstogen)
Terbeschikkingstelling van de fysieke constructie
(HR Werkkamer)
De terbeschikkingstelling is duurzaam (>6
maanden)
Bij winst uit onroerende zaak artikel 6 OECD-Verdrag: staat waar
de onroerende zaak ligt bevoegd.
Bij inkomsten uit dienstbetrekking artikel 15 OECD-Verdrag:
staat waar de werkzaamheden worden uitgevoerd (fysieke
aanwezigheid) is bevoegd.
Stap 3: Conclusie, vaak: ene staat moet voorkoming van dubbele belasting door
middel van vrijstelling als in artikel 23A OECD-verdrag verlenen.