Paragraaf 1 Ionen en zouten
Ionen en hun lading
Atomen bevatten evenveel elektronen als protonen. Een atoom heeft daardoor geen
lading. Als een niet-metaalatoom een extra elektron opneemt, ontstaat een deeltje
met de lading 1-. Zo'n geladen deeltje heet een ion. Een niet-metaalatoom kan een
extra elektron opnemen als de buitenste schil nog niet vol is. Als ie wordt opgenomen
dan ontstaat een negatief ion. Metaalatomen kunnen juist een of meer elektronen
afstaan. Zo ontstaat er een positief ion. Van sommige metalen komen verschillende
ionen voor, ionen met een andere lading. Deze lading geef je aan met een Romeins
cijfer.
Groep 1 2 3-12 13 16 17
1+ 2+ Meestal 2+ 3+ 2- 1-
Voorbeeld Li+ Mg2+ Zn2+ Al3+ O2- Br-
Ionbinding
In een vast zout trekken de positieve en negatieve ionen elkaar sterk aan. De ionen
zijn door een ionbinding gebonden. Door de sterke ionbinding hebben zouten een
hoog smeltpunt. Alle ionen in een vast zout liggen in een vast patroon, het
ionrooster.
Verhoudingsformules van zouten
Een vast zout is altijd ongeladen. Dit kan alleen doordat de ionen in en vaste
verhouding in het ionrooster zitten. Verhoudingsformule van een zout zie je in
welke verhouding ionen voorkomen, bijvoorbeeld van natriumchloride: Na+Cl-.
Formule Naam Formule Naam
Na+ Natriumion Fe3+ Ijzer(III)ion
K+ Kaliumion Pb2+ Lood(II)ion
Ag+ Zilverion Pb4+ Lood(IV)ion
Li+ Lithiumion Sn2+ Tin(II)ion
Ba2+ Bariumion Sn4+ Tin(IV)ion
Ca2+ Calciumion U3+ Uraan(III)ion
Cu2+ Koperion U6+ Uraan(VI)ion
Mg2+ Magnesiumion
Zn2+ Zinkion
Al3+ Aluminiumion Br- Bromide-ion
Au+ Goud(I)ion Cl- Chloride-ion
Au3+ Goud(III)ion F- Fluoride-ion
Hg+ Kwik(I)ion I- Jodide-ion
Hg2+ Kwik(II)ion O2- Oxide-ion
Fe2+ Ijzer(II)ion S2- Sulfide-ion