Comparatieve kostenvoordelen gaan landen zich specialiseren en ontstaat er globalisering/
internationale ruil. Uiteindelijk is dat voordeliger. Zie boekje
Bedrijven kunnen naar buitenland vertrekken om bijv. belasting in nl te ontwijken of omdat
kosten in andere landen lager zijn.
Hierdoor verdwijnt werkgelegenheid.
Overheid kan ingrijpen: protectionisme ; Overheid grijpt in om verlies werkgelegenheid tegen
te gaan om de eigen economie te beschermen.
Ze willen meer export minder import.
Kan op 2 manieren:
1. Tarifaire protectie: importheffing of exportsubsidie.
2. Non-Tarifair: Invoerquotum: max wat geïmporteerd kan worden.
Argumenten tegen:
Prikkel om innoveren vermindert, want toch geen concurrentie met buitenland.
Handelsoorlog: als alle landen deze regels gaan doen
Argumenten voor:
Bescherming van eigen economie en van jonge bedrijven, minder concurrentie namelijk.
Bij vbopgave: Wanneer de wereldprijs onder de marktprijs ligt in een land. Dan zullen de
aanbieders de prijzen verlagen tot de wereldprijs. Er ontstaat een vraagoverschot. Met een
importheffing, die even groot is als hoeveel de wereldprijs moet stijgen om gelijk te worden
aan de prijs in het binnenland
In plaats van protectionisme kunnen landen ook beslissen om met elkaar te gaan
samenwerken.
- Vrije handelszone: Afschaffen van belemmeringen (geen importheffingen etc)
- Douane-Unie: Gemeenschappelijk tarief voor niet lid staten
- Gemeenschappelijke markt: Vrij verkeer productiefactoren
- Muntunie: Samenwerking sociaaleconomisch vlak + gezamenlijke munt
H2
De totale ontvangsten en uitgaven aan het buitenland van een land in een bepaalde periode
staat op de betalingsbalans→ stroomgrootheid(want over periode)
Bestaat uit 2 delen:
1. Lopende rekening: geldstromen die invloed hebben op het nationaal inkomen. Loon,
rente, dividend
2. De financiële rekening: kapitaalstromen, leningen, investeringen, beleggingen
+ verandering van de officiële reserves.
BLZ 32 wereldeco