Begrippen hoofdstuk 11
Asch-effect Vorm van conformisme waarbij een
groepsmeerderheid het oordeel van het
individu beïnvloed.
Autokinetisch effect Perceptuele illusie waarbij iemand
beweging waarneemt van een stilstaande
lichtvlek in donkere kamer.
Beloningstheorie van aantrekkingskracht Onderdeel van theorie over sociaal leren:
mensen die we het aardigst vinden zijn
mensen die een maximale beloning geven
voor minimale kosten.
Cognitieve dissonantie Toestand waarin mensen tegenstrijdige
cognities ervaren. Met name als het
bewuste gedrag in strijd is met
overtuigingen.
Cohesie Term die refereert aan solidariteit, loyaliteit
en groepscohesie.
Conformisme Neiging van mensen om gedrag, attitude en
mening van andere groepsleden over te
nemen.
Dehumanisering Psychologisch proces waarbij bepaalde
mensen/groepen als minder menselijk
worden beschouwd.
Discriminatie Negatieve (soms positieve) actie ten
opzichte van een individu vanwege zijn of
haar lidmaatschap aan een bepaalde groep.
Dispositionalisme Psychologische oriëntatie die zich bij
verklaring van gedrag primair richt op
innerlijke eigenschappen van individuen,
zoals persoonlijkheidskenmerken, waarden,
karakter en genetische aanleg.
Tegenovergestelde van situationisme.
Driedimensionale theorie over liefde Theorie die verschillende soorten liefde
beschrijft aan de hand van drie
componenten: passie, intimiteit en
toewijding.
Fundamentele attributiefout Neiging om bij het interpreteren van
andermans gedrag een overmatige nadruk
te leggen op persoonlijke karaktertrekken
terwijl de situationele invloed wordt
geminimaliseerd.
Groepsdenken Term voor gebrekkige oordelen en slechte
beslissingen die door groepsleden genomen
worden en in sterke mate door de groep of
standpunt van de leider wordt beïnvloed.
Asch-effect Vorm van conformisme waarbij een
groepsmeerderheid het oordeel van het
individu beïnvloed.
Autokinetisch effect Perceptuele illusie waarbij iemand
beweging waarneemt van een stilstaande
lichtvlek in donkere kamer.
Beloningstheorie van aantrekkingskracht Onderdeel van theorie over sociaal leren:
mensen die we het aardigst vinden zijn
mensen die een maximale beloning geven
voor minimale kosten.
Cognitieve dissonantie Toestand waarin mensen tegenstrijdige
cognities ervaren. Met name als het
bewuste gedrag in strijd is met
overtuigingen.
Cohesie Term die refereert aan solidariteit, loyaliteit
en groepscohesie.
Conformisme Neiging van mensen om gedrag, attitude en
mening van andere groepsleden over te
nemen.
Dehumanisering Psychologisch proces waarbij bepaalde
mensen/groepen als minder menselijk
worden beschouwd.
Discriminatie Negatieve (soms positieve) actie ten
opzichte van een individu vanwege zijn of
haar lidmaatschap aan een bepaalde groep.
Dispositionalisme Psychologische oriëntatie die zich bij
verklaring van gedrag primair richt op
innerlijke eigenschappen van individuen,
zoals persoonlijkheidskenmerken, waarden,
karakter en genetische aanleg.
Tegenovergestelde van situationisme.
Driedimensionale theorie over liefde Theorie die verschillende soorten liefde
beschrijft aan de hand van drie
componenten: passie, intimiteit en
toewijding.
Fundamentele attributiefout Neiging om bij het interpreteren van
andermans gedrag een overmatige nadruk
te leggen op persoonlijke karaktertrekken
terwijl de situationele invloed wordt
geminimaliseerd.
Groepsdenken Term voor gebrekkige oordelen en slechte
beslissingen die door groepsleden genomen
worden en in sterke mate door de groep of
standpunt van de leider wordt beïnvloed.