Exacte wetenschappen: Lipiden
1. INLEIDING
= organische verbindingen bevat C, H, en O.
- Functies: bouwstof & energiereserve (uit voeding) – belangrijke energieleverancier (suiker)
2. OPLOSBAARHEID
= de deeltjes vermengen zich gelijkmatig met elkaar.
- Opgeloste stof versus oplosmiddel water (oplosmiddel) – suiker (opgeloste stof) wordt
een oplossing.
Water (H2O)
- 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom
- Atomen hangen aan elkaar vast met gemeenschappelijk
elektronenpaar (gewone covalente binding: elk atoom levert 1 e)
Elektronegatieve waarde (ENW) en polariteit
- ENW: vermogen van atoom om negatief geladen elektronen aan te trekken.
- Zouten, zuren en basen zijn polaire stoffen
Hydrofiel
- Polaire stoffen lossen op in water (polair) waardoor ze hydrofiel zijn (houden van water)
Lipofiel en hydrofoob
- Apolaire stoffen lossen op in apolaire stoffen
o Hydrofoob: bang van water.
o Lipofiel: houden van vetten.
o Apolaire stoffen: zijn stoffen waarbij het verschil in ENW kleiner is dan 0.4
Geen geladen polen en oefenen minder aantrekkingskracht uit.
Deeltjes apolaire stoffen bewegen onderling vrij elkaar/maakt oplosbaar in
apolaire stoffen.
- Vb.: nagellak (apolair) remover (apolair) – zalf (apolair) water (polair)
- Zeep: emulgator – zorgt ervoor dat het vet van de pan toch oplost in water (zeep=apolair
– water=polair)
3. EMULGATOR
= langgerekt molecuul dat chemisch gezien bestaat uit een polaire kop (hydrofiel)
en richten zich naar de waterkant en een apolaire staart (lipofiel) richten zich naar
het vetgedeelte.
- Oppervlaktespanning verlagen waardoor water makkelijk kan emulgeren met vb.: olie.
- Vorming micellen: kleine oplosbare vetdruppeltjes omgeven door emulgatoren. Vb.:
mayonaise, Eucerin,
4. SOORTEN LIPIDEN
- Vetten: verzamelnaam voor verschillende soorten stoffen die niet
oplosbaar zijn in water. Apolaire koolwaterstofketens.
1. Steroïden en sterolen: cholesterol
Steraanskelet: alle steroïden weergeven als dit skelet.
Cholesterol
- Functies:
o Bouwstof celmembraan
1. INLEIDING
= organische verbindingen bevat C, H, en O.
- Functies: bouwstof & energiereserve (uit voeding) – belangrijke energieleverancier (suiker)
2. OPLOSBAARHEID
= de deeltjes vermengen zich gelijkmatig met elkaar.
- Opgeloste stof versus oplosmiddel water (oplosmiddel) – suiker (opgeloste stof) wordt
een oplossing.
Water (H2O)
- 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom
- Atomen hangen aan elkaar vast met gemeenschappelijk
elektronenpaar (gewone covalente binding: elk atoom levert 1 e)
Elektronegatieve waarde (ENW) en polariteit
- ENW: vermogen van atoom om negatief geladen elektronen aan te trekken.
- Zouten, zuren en basen zijn polaire stoffen
Hydrofiel
- Polaire stoffen lossen op in water (polair) waardoor ze hydrofiel zijn (houden van water)
Lipofiel en hydrofoob
- Apolaire stoffen lossen op in apolaire stoffen
o Hydrofoob: bang van water.
o Lipofiel: houden van vetten.
o Apolaire stoffen: zijn stoffen waarbij het verschil in ENW kleiner is dan 0.4
Geen geladen polen en oefenen minder aantrekkingskracht uit.
Deeltjes apolaire stoffen bewegen onderling vrij elkaar/maakt oplosbaar in
apolaire stoffen.
- Vb.: nagellak (apolair) remover (apolair) – zalf (apolair) water (polair)
- Zeep: emulgator – zorgt ervoor dat het vet van de pan toch oplost in water (zeep=apolair
– water=polair)
3. EMULGATOR
= langgerekt molecuul dat chemisch gezien bestaat uit een polaire kop (hydrofiel)
en richten zich naar de waterkant en een apolaire staart (lipofiel) richten zich naar
het vetgedeelte.
- Oppervlaktespanning verlagen waardoor water makkelijk kan emulgeren met vb.: olie.
- Vorming micellen: kleine oplosbare vetdruppeltjes omgeven door emulgatoren. Vb.:
mayonaise, Eucerin,
4. SOORTEN LIPIDEN
- Vetten: verzamelnaam voor verschillende soorten stoffen die niet
oplosbaar zijn in water. Apolaire koolwaterstofketens.
1. Steroïden en sterolen: cholesterol
Steraanskelet: alle steroïden weergeven als dit skelet.
Cholesterol
- Functies:
o Bouwstof celmembraan