HF33: Organisatie urinair
systeem
1. Het urinair systeem
FUNCTIES:
1. Detoxificatie:
= verwijderen v afbraakprod & toxines uit het bloed
2. Homeostatische functie:
= regelen van vochtbalans, elektrolieten en zuur-basen evenwicht
Niet = middelange termijn vd BD
3. Endocriene functie:
a.o erythropoëtine (EPO),
1,25-diOH-vitamine D.
Activeren van vitamine D gebeurt
in nier (belangr in bot)
Erytropoëtine: stimulatie
beenmerg
Macroscopische anatomie:
- 2 nieren achteraan:
o Boonvormig
o Omgeven dr fibreus-niet uitrekbaar kapsel
Weefseldruk (interstitiium) id nier =
positief
o 2 lagen
Cortex:
Bestaat uit glomeruli, capillairen
& tubuli
Medulla:
Parallel lopende BV & tubuli
(geen glomeruli)
Verdeeld in 8-18 conische
pyramides
Unieke hemodynamiek:
- 20% van hartdebiet
Glomerulaire capillairen
o Nieren = rood geen 1 orgaan dat zoveel
bloed krijgt
- Enige plaats met in serie geschakelde capillaire bedden
o Vena porta nr lever
o Vena cava interia nr hart ( ?)
- Glomerulaire capillairen worden begrensd door afferent en efferent arteriool.
o 2 soorten glomeruli:
1. Oppervlakkige glomeruli (90% vd bloedstroom)
Verder nr boven, tegen buitenkant van de nier – lopen nt tt benedn
o BV gaan ook nitet tot beneden
, Afferente arteriool voert bloed aan, efferente arteriool die daar
vertrekt loopt met bloedvaten langs nefron => voert voedingsstoffen
en O2 aan naar tubuli
Nefronen lopen tot in buitenste deel v medulla
2. Juxtamedullaire glomeruli (10%)
Liggen tegen junctie van cortex en medulla.
Efferente arteriolen dalen af in papillen en vormen vasa recta die
tubuli in medulla bevloeien
Speciale rol in productie van geconcentreerde urine via de lus van
Henle.
Nefron loopt tot id binnenste medulla
Gaan tot helemaal beneden = dus de belangrijkste
o De gewone gaan minder diep
Relevant vr concentratievermogen vd nier
Nefron = functionele eenheid vd nier
o Elke nier: miljoen nefronen (je verliest er met de leeftijd)
o Functioneren elk onafh:
Elk glomerulus & tubulus
Glomerulus: cluster v BV vanwaar het plasmafiltraat komt
Tubulus: lange buis -> epitheliale structuur
o Begint in ruimte van Bowman => zet filtraat om in urine
o Versch nefronen komen samen in corticale verzamelbuisjes nierkelk
=> op einde niet meer onafh
- Filtratie tss de 2 capillaire bedden
o Vocht komt terecht in kapsel v bowman
Via proximal convoluted & proximal
straight buisje
Nr lus v henle:
Dalend gedeelte:
o Dun & dik opstijgend
Passeren terug à glomulair capillair
Raken elkaar daar in macula
densa
o Geven sign v einde
lus v henle nr
glomerulus
o Over bv samenstelling vd urine
feedback over wat er al gefilterd is =
tubuloglomerulaire feedback.
Via diastale tubulus verder tot waar versch nefronen samenkomen
Naar nierkelk via ductus v bellini
Naar blaas
Het nierlichaam
Macula densa: contact tussen afferente arteriool en
tubulus.
systeem
1. Het urinair systeem
FUNCTIES:
1. Detoxificatie:
= verwijderen v afbraakprod & toxines uit het bloed
2. Homeostatische functie:
= regelen van vochtbalans, elektrolieten en zuur-basen evenwicht
Niet = middelange termijn vd BD
3. Endocriene functie:
a.o erythropoëtine (EPO),
1,25-diOH-vitamine D.
Activeren van vitamine D gebeurt
in nier (belangr in bot)
Erytropoëtine: stimulatie
beenmerg
Macroscopische anatomie:
- 2 nieren achteraan:
o Boonvormig
o Omgeven dr fibreus-niet uitrekbaar kapsel
Weefseldruk (interstitiium) id nier =
positief
o 2 lagen
Cortex:
Bestaat uit glomeruli, capillairen
& tubuli
Medulla:
Parallel lopende BV & tubuli
(geen glomeruli)
Verdeeld in 8-18 conische
pyramides
Unieke hemodynamiek:
- 20% van hartdebiet
Glomerulaire capillairen
o Nieren = rood geen 1 orgaan dat zoveel
bloed krijgt
- Enige plaats met in serie geschakelde capillaire bedden
o Vena porta nr lever
o Vena cava interia nr hart ( ?)
- Glomerulaire capillairen worden begrensd door afferent en efferent arteriool.
o 2 soorten glomeruli:
1. Oppervlakkige glomeruli (90% vd bloedstroom)
Verder nr boven, tegen buitenkant van de nier – lopen nt tt benedn
o BV gaan ook nitet tot beneden
, Afferente arteriool voert bloed aan, efferente arteriool die daar
vertrekt loopt met bloedvaten langs nefron => voert voedingsstoffen
en O2 aan naar tubuli
Nefronen lopen tot in buitenste deel v medulla
2. Juxtamedullaire glomeruli (10%)
Liggen tegen junctie van cortex en medulla.
Efferente arteriolen dalen af in papillen en vormen vasa recta die
tubuli in medulla bevloeien
Speciale rol in productie van geconcentreerde urine via de lus van
Henle.
Nefron loopt tot id binnenste medulla
Gaan tot helemaal beneden = dus de belangrijkste
o De gewone gaan minder diep
Relevant vr concentratievermogen vd nier
Nefron = functionele eenheid vd nier
o Elke nier: miljoen nefronen (je verliest er met de leeftijd)
o Functioneren elk onafh:
Elk glomerulus & tubulus
Glomerulus: cluster v BV vanwaar het plasmafiltraat komt
Tubulus: lange buis -> epitheliale structuur
o Begint in ruimte van Bowman => zet filtraat om in urine
o Versch nefronen komen samen in corticale verzamelbuisjes nierkelk
=> op einde niet meer onafh
- Filtratie tss de 2 capillaire bedden
o Vocht komt terecht in kapsel v bowman
Via proximal convoluted & proximal
straight buisje
Nr lus v henle:
Dalend gedeelte:
o Dun & dik opstijgend
Passeren terug à glomulair capillair
Raken elkaar daar in macula
densa
o Geven sign v einde
lus v henle nr
glomerulus
o Over bv samenstelling vd urine
feedback over wat er al gefilterd is =
tubuloglomerulaire feedback.
Via diastale tubulus verder tot waar versch nefronen samenkomen
Naar nierkelk via ductus v bellini
Naar blaas
Het nierlichaam
Macula densa: contact tussen afferente arteriool en
tubulus.