Medische Vakken OP1.4
Zelfstudie 1b – Pathologie Mammacarcinoom
Mastopathie is een verzamelnaam van goedaardige aandoeningen waarbij er sprake is van
goedaardige knobbels of andere onregelmatigheden in de borst die ook pijn kunnen
veroorzaken. Het Griekse woord “mastos” betekent borst en “patho” betekent aandoening.
De klachten zijn pijnlijke en gespannen borsten. De borsten kunnen stug en onregelmatig
aanvoelen en er kan vocht uit de tepels komen. De klachten zijn vaak vlak voor de
menstruatie het ergst. Mastopathie komt bij 1 op de 10 vrouwen voor.
Een fibroadenoom is een goedaardig bindweefselknobbeltje in de borst.
Een fibroadenoom is een pijnlijke, scherp afgegrensde mobiele tumor, die zowel van het
fibreuze als het klierweefsel uitgaat. Een fibroadenoom is de meest voorkomende
goedaardige borstafwijking. Meestal komt het voor bij vrouwen onder de 35 jaar. Het is niet
bekend wat de oorzaak is van een fibroadenoom. Men denkt dat het waarschijnlijk wordt
veroorzaakt door verhoogde gevoeligheid voor het hormoon oestrogeen. Behandeling is in
principe niet nodig. Vaak wordt er een wait-and-see-beleid gevoerd als met zekerheid is
vastgesteld dat het om een fibroadenoom gaat.
Een mammacyste is een gladde, goed begrensde, beweeglijke cysteuze tumor. Multicysten
komen geregeld voor en vallen onder mastopathie. Ook de cyste is mogelijk een variant van
het normale omdat bij 60-90% van de vrouwen bij routineobductie cysten gevonden worden.
Mammacysten komen vooral voor tussen de 20 en 55 jaar en rond de menopauze,
nauwelijks erna. Een cyste kan door middel van een punctie worden leeggezogen. Een
dunne naald wordt in de cyste gebracht, waarna het vocht uit de holte wordt gezogen. Dit is
alleen nodig als de cyste pijn doet en erg groot is. Na het leegzuigen kan een cyste zich
opnieuw vullen. Soms is dan een operatieve verwijdering nodig.
Mastitis is een ontsteking van de borst die gepaard kan gaan met een infectie. Mastitis kan
onder ander worden veroorzaakt door het onvolledig legen van de borst, stagnatie van de
melk en ontstekingen. Er zijn verscheidene risicofactoren voor mastitis, waaronder
beschadigde tepels, met name als er sprake is van een besmetting met Staphylococcus
aureus en ziekte of stress. Andere factoren die borstontsteking kunnen veroorzaken, zijn
bijvoorbeeld lange perioden tussen de borstvoedingen of onregelmatige voedingen, het
verkeerd aanleggen van de baby, waardoor er onvoldoende melk wordt verwijderd, strakke
kleding ter hoogte van de borst, een te hoge melkproductie, snel spenen en een witte vlek op
de tepel. Mastitis kan worden omschreven als een gevoelig, warm of heet, opgezwollen,
wigvormig deel van de borst, wat mogelijk gepaard gaat met koorts (> 38,5 °C). Mastitis kan
ook een ontsteking van de borst zijn, waarbij de borst rood is, pijnlijk aanvoelt en warm is als
de borst opgezwollen is of verstopt zit, zonder dat er sprake is van een infectie. Stuwing kan
infectieuze mastitis en een abces in de borst tot gevolg hebben als deze aandoening niet
naar behoren wordt behandeld. Er moet in overleg met een professionele zorgverlener of
lactatiekundige een behandelplan worden toegepast.
Mammacarcinoom komt meestal bij vrouwen voor, maar heel soms ook bij mannen. Hier
gaat het over borstkanker bij vrouwen. Borstkanker is de meest voorkomende kankersoort bij
vrouwen. In Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen de diagnose borstkanker. De ziekte komt het
meest voor bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar. Borstkanker kan hormoongevoelig of
hormoon-ongevoelig zijn. Hormoongevoelig betekent dat hormonen de tumor kunnen
stimuleren om te groeien en te delen. Wanneer hormonen de mammacarcinoom niet kunnen
laten groeien en delen, is de kanker hormoon-ongevoelig. Voor de behandeling van
borstkanker is dit belangrijk om te weten. HER2/Neu is een eiwit van je cellen. Als je te veel
,van dit eiwit op een cel hebt, kan er kanker ontstaan. HER2/Neu-positieve borstkanker is
vaak agressieve kanker. Er is echter wel een behandeling die zich exact op dit eiwit richt.
Triple negatieve borstkanker is een vorm van hormoon-ongevoelige kanker. Bij deze soort
borstkanker is de tumor ongevoelig voor oestrogeen, progesteron en eiwit. Triple negatieve
borstkanker komt vaak voor bij vrouwen die een erfelijke aanleg voor borstkanker hebben en
bij jonge vrouwen.
Soorten mammacarcinoom zijn ingedeeld op basis: waar de tumor in de borst zit, of er kans
is op meta’s en of er behandeling mogelijk is met hormonale therapie of dat er doelgerichte
therapie mogelijk is.
Een mammacarcinoom kan op verschillende manieren ontstaan:
- Ductaal betekent dat de kanker ontstaan is in de melkgang. De melkgang is de gang die
naar de tepel leidt.
- Lobulair betekent dat de kanker ontstaan is in een of meer melkklieren. De melkklieren
zijn een soort kwabjes (lobben) waaruit melk geproduceerd kan worden.
Er is ook een onderscheid in het vermogen om te verspreiden:
- In situ betekent dat de borstkanker zich beperkt tot de plaats van ontstaan.
- Invasief betekent dat de borstkanker zich verder kan verspreiden.
De operatie en bestraling zijn lokale en regionale behandelingen. Een lokale
behandeling heeft effect op de borsttumor zelf. Een regionale behandeling pakt uitzaaiingen
in de buurt van de tumor aan, bijvoorbeeld in lymfeklieren.
Chemotherapie, doelgerichte therapie en hormonale therapie zijn systemische
behandelingen. Ze werken door het hele lichaam en kunnen eventuele (kleine) uitzaaiingen
aanpakken.
Therapie van mammacarcinoom begint bijna altijd met een operatie. Dit kan
een borstsparende operatie zijn, of een borstamputatie. Uitzaaiingen in de oksel kunnen
verwijderd worden met een okselkliertoilet dit wordt bepaald met
een schildwachtklierprocedure. Na de borstsparende operatie volgt bijna altijd bestraling.
Steeds vaker is bestraling ook nodig na de borstamputatie. Ook bestraling op de lymfeklieren
kan plaatsvinden als hier uitzaaiingen zijn gevonden. Om de kans dat de borstkanker
terugkomt zo klein mogelijk te maken, kan de arts ook een behandeling
met chemotherapie voorstellen. De chemotherapie kan na de operatie (en bestraling)
plaatsvinden. Dit heet een adjuvante behandeling. Adjuvant bekent aanvullend. Steeds
vaker wordt chemotherapie vóór de operatie gegeven. Dit is een neo-adjuvante
behandeling. Bij hormoongevoelige borstkanker, wordt vaak ook hormonale therapie
toegepast. Als chemotherapie nodig is, start u meestal pas met de hormonale therapie nadat
de chemotherapie afgerond is. Bij HER2-positieve borstkanker krijgt u naast chemotherapie
ook doelgerichte therapie.
, College 1 – mamma-pathologie
De grote van de borst wordt bepaald door de hoeveelheid vetweefsel. De borst is door
middel van ligamenten bevestigd aan de borstspier (pectoralis major).
De (beeldvormende) diagnostiek bij de mammacarcinoom:
- Mammogram
- Lichamelijk onderzoek
- Pathologisch onderzoek; histologie, cytologie; maligne of benigne?
- Echografie mamma; belangrijk om onderscheid te maken tussen weefsel en vocht
(cyste diagnose).
- MRI mammae; als aanvulling bij twijfel of tegenspraak van onderzoeken of bij
vrouwen met een verhoogd risico op mammacarcinoom.
CESM is een nieuwe techniek waarbij contrast gebruikt wordt in de mammogram om
lobulaire afwijkingen vaak occult (onzichtbaar) zijn op de mammogram. De Tomosynthese
is een manier om de borst in plakjes af te beelden.
BI-RADS is een internationale classificatie die gebruikt wordt bij mammacarcinoom. De BI-
RADS kan een cijfer van 0-6 zijn.
BI-RADS 0 = onvolledige beeldvorming
BI-RADS 1 = normaal
BI-RADS 2 = benigne
BI-RADS 3 = onzeker benigne
BI-RADS 4 = onzeker maligne
(4a, 4b, 4c)
BI-RADS 5 = maligne
BI-RADS 6 = PA bewezen maligne
Mammacarcinoom kan op 2 manieren ontstaan, via de
melkgang (DCIS; invasief ductaal) of via de melkklier
(LCIS; invasief lobulair). Het BRCA gen is autosomaal
dominant wat betekend dat als 1 van je ouders het gen
draagt, jij 50% kans hebt om het gen ook te krijgen en
daarmee 60-80% kans hebt op mammacarcinoom.
Metastasering kan lymfogeen (sentinel node) of
hematogeen (longen, lever, bot, hersenen) zijn.
Zelfstudie 1b – Pathologie Mammacarcinoom
Mastopathie is een verzamelnaam van goedaardige aandoeningen waarbij er sprake is van
goedaardige knobbels of andere onregelmatigheden in de borst die ook pijn kunnen
veroorzaken. Het Griekse woord “mastos” betekent borst en “patho” betekent aandoening.
De klachten zijn pijnlijke en gespannen borsten. De borsten kunnen stug en onregelmatig
aanvoelen en er kan vocht uit de tepels komen. De klachten zijn vaak vlak voor de
menstruatie het ergst. Mastopathie komt bij 1 op de 10 vrouwen voor.
Een fibroadenoom is een goedaardig bindweefselknobbeltje in de borst.
Een fibroadenoom is een pijnlijke, scherp afgegrensde mobiele tumor, die zowel van het
fibreuze als het klierweefsel uitgaat. Een fibroadenoom is de meest voorkomende
goedaardige borstafwijking. Meestal komt het voor bij vrouwen onder de 35 jaar. Het is niet
bekend wat de oorzaak is van een fibroadenoom. Men denkt dat het waarschijnlijk wordt
veroorzaakt door verhoogde gevoeligheid voor het hormoon oestrogeen. Behandeling is in
principe niet nodig. Vaak wordt er een wait-and-see-beleid gevoerd als met zekerheid is
vastgesteld dat het om een fibroadenoom gaat.
Een mammacyste is een gladde, goed begrensde, beweeglijke cysteuze tumor. Multicysten
komen geregeld voor en vallen onder mastopathie. Ook de cyste is mogelijk een variant van
het normale omdat bij 60-90% van de vrouwen bij routineobductie cysten gevonden worden.
Mammacysten komen vooral voor tussen de 20 en 55 jaar en rond de menopauze,
nauwelijks erna. Een cyste kan door middel van een punctie worden leeggezogen. Een
dunne naald wordt in de cyste gebracht, waarna het vocht uit de holte wordt gezogen. Dit is
alleen nodig als de cyste pijn doet en erg groot is. Na het leegzuigen kan een cyste zich
opnieuw vullen. Soms is dan een operatieve verwijdering nodig.
Mastitis is een ontsteking van de borst die gepaard kan gaan met een infectie. Mastitis kan
onder ander worden veroorzaakt door het onvolledig legen van de borst, stagnatie van de
melk en ontstekingen. Er zijn verscheidene risicofactoren voor mastitis, waaronder
beschadigde tepels, met name als er sprake is van een besmetting met Staphylococcus
aureus en ziekte of stress. Andere factoren die borstontsteking kunnen veroorzaken, zijn
bijvoorbeeld lange perioden tussen de borstvoedingen of onregelmatige voedingen, het
verkeerd aanleggen van de baby, waardoor er onvoldoende melk wordt verwijderd, strakke
kleding ter hoogte van de borst, een te hoge melkproductie, snel spenen en een witte vlek op
de tepel. Mastitis kan worden omschreven als een gevoelig, warm of heet, opgezwollen,
wigvormig deel van de borst, wat mogelijk gepaard gaat met koorts (> 38,5 °C). Mastitis kan
ook een ontsteking van de borst zijn, waarbij de borst rood is, pijnlijk aanvoelt en warm is als
de borst opgezwollen is of verstopt zit, zonder dat er sprake is van een infectie. Stuwing kan
infectieuze mastitis en een abces in de borst tot gevolg hebben als deze aandoening niet
naar behoren wordt behandeld. Er moet in overleg met een professionele zorgverlener of
lactatiekundige een behandelplan worden toegepast.
Mammacarcinoom komt meestal bij vrouwen voor, maar heel soms ook bij mannen. Hier
gaat het over borstkanker bij vrouwen. Borstkanker is de meest voorkomende kankersoort bij
vrouwen. In Nederland krijgt 1 op de 7 vrouwen de diagnose borstkanker. De ziekte komt het
meest voor bij vrouwen tussen de 50 en 70 jaar. Borstkanker kan hormoongevoelig of
hormoon-ongevoelig zijn. Hormoongevoelig betekent dat hormonen de tumor kunnen
stimuleren om te groeien en te delen. Wanneer hormonen de mammacarcinoom niet kunnen
laten groeien en delen, is de kanker hormoon-ongevoelig. Voor de behandeling van
borstkanker is dit belangrijk om te weten. HER2/Neu is een eiwit van je cellen. Als je te veel
,van dit eiwit op een cel hebt, kan er kanker ontstaan. HER2/Neu-positieve borstkanker is
vaak agressieve kanker. Er is echter wel een behandeling die zich exact op dit eiwit richt.
Triple negatieve borstkanker is een vorm van hormoon-ongevoelige kanker. Bij deze soort
borstkanker is de tumor ongevoelig voor oestrogeen, progesteron en eiwit. Triple negatieve
borstkanker komt vaak voor bij vrouwen die een erfelijke aanleg voor borstkanker hebben en
bij jonge vrouwen.
Soorten mammacarcinoom zijn ingedeeld op basis: waar de tumor in de borst zit, of er kans
is op meta’s en of er behandeling mogelijk is met hormonale therapie of dat er doelgerichte
therapie mogelijk is.
Een mammacarcinoom kan op verschillende manieren ontstaan:
- Ductaal betekent dat de kanker ontstaan is in de melkgang. De melkgang is de gang die
naar de tepel leidt.
- Lobulair betekent dat de kanker ontstaan is in een of meer melkklieren. De melkklieren
zijn een soort kwabjes (lobben) waaruit melk geproduceerd kan worden.
Er is ook een onderscheid in het vermogen om te verspreiden:
- In situ betekent dat de borstkanker zich beperkt tot de plaats van ontstaan.
- Invasief betekent dat de borstkanker zich verder kan verspreiden.
De operatie en bestraling zijn lokale en regionale behandelingen. Een lokale
behandeling heeft effect op de borsttumor zelf. Een regionale behandeling pakt uitzaaiingen
in de buurt van de tumor aan, bijvoorbeeld in lymfeklieren.
Chemotherapie, doelgerichte therapie en hormonale therapie zijn systemische
behandelingen. Ze werken door het hele lichaam en kunnen eventuele (kleine) uitzaaiingen
aanpakken.
Therapie van mammacarcinoom begint bijna altijd met een operatie. Dit kan
een borstsparende operatie zijn, of een borstamputatie. Uitzaaiingen in de oksel kunnen
verwijderd worden met een okselkliertoilet dit wordt bepaald met
een schildwachtklierprocedure. Na de borstsparende operatie volgt bijna altijd bestraling.
Steeds vaker is bestraling ook nodig na de borstamputatie. Ook bestraling op de lymfeklieren
kan plaatsvinden als hier uitzaaiingen zijn gevonden. Om de kans dat de borstkanker
terugkomt zo klein mogelijk te maken, kan de arts ook een behandeling
met chemotherapie voorstellen. De chemotherapie kan na de operatie (en bestraling)
plaatsvinden. Dit heet een adjuvante behandeling. Adjuvant bekent aanvullend. Steeds
vaker wordt chemotherapie vóór de operatie gegeven. Dit is een neo-adjuvante
behandeling. Bij hormoongevoelige borstkanker, wordt vaak ook hormonale therapie
toegepast. Als chemotherapie nodig is, start u meestal pas met de hormonale therapie nadat
de chemotherapie afgerond is. Bij HER2-positieve borstkanker krijgt u naast chemotherapie
ook doelgerichte therapie.
, College 1 – mamma-pathologie
De grote van de borst wordt bepaald door de hoeveelheid vetweefsel. De borst is door
middel van ligamenten bevestigd aan de borstspier (pectoralis major).
De (beeldvormende) diagnostiek bij de mammacarcinoom:
- Mammogram
- Lichamelijk onderzoek
- Pathologisch onderzoek; histologie, cytologie; maligne of benigne?
- Echografie mamma; belangrijk om onderscheid te maken tussen weefsel en vocht
(cyste diagnose).
- MRI mammae; als aanvulling bij twijfel of tegenspraak van onderzoeken of bij
vrouwen met een verhoogd risico op mammacarcinoom.
CESM is een nieuwe techniek waarbij contrast gebruikt wordt in de mammogram om
lobulaire afwijkingen vaak occult (onzichtbaar) zijn op de mammogram. De Tomosynthese
is een manier om de borst in plakjes af te beelden.
BI-RADS is een internationale classificatie die gebruikt wordt bij mammacarcinoom. De BI-
RADS kan een cijfer van 0-6 zijn.
BI-RADS 0 = onvolledige beeldvorming
BI-RADS 1 = normaal
BI-RADS 2 = benigne
BI-RADS 3 = onzeker benigne
BI-RADS 4 = onzeker maligne
(4a, 4b, 4c)
BI-RADS 5 = maligne
BI-RADS 6 = PA bewezen maligne
Mammacarcinoom kan op 2 manieren ontstaan, via de
melkgang (DCIS; invasief ductaal) of via de melkklier
(LCIS; invasief lobulair). Het BRCA gen is autosomaal
dominant wat betekend dat als 1 van je ouders het gen
draagt, jij 50% kans hebt om het gen ook te krijgen en
daarmee 60-80% kans hebt op mammacarcinoom.
Metastasering kan lymfogeen (sentinel node) of
hematogeen (longen, lever, bot, hersenen) zijn.