GRONDSLAGEN – HOORCOLLEGES
HOORCOLLEGE 1
Wat is grondslagen en waarom? Doel?
Kennisverwerving
- Wetenschapsfilosofie
o Wat het is, wie de belangrijkste denkers zijn en een aantal begrippen, termen en problemen.
- Filosofie van de geesteswetenschappen
o Meer specifiek. Geschiedenis wordt geacht hier deel van uit te maken.
- Geschiedfilosofie
o Eigen discipline. Inzicht moeten krijgen in de debatten binnen de geschiedfilosofie.
Voordelen aan dit trechtermodel. Niet enkel oog hebben voor de eigen discipline. Het brengt ons in
contact met de belangrijke filosofische vraag, namelijk: wat is de rol van de geschiedenis in de
wetenschap?
Kritische (zelf)reflectie
- Denken over de geschiedenis
o Afstandelijke positie die historici graag innemen. Het ligt in dit geval anders. Binnen deze cursus
denk je na over jezelf en andere historici. Vak belangrijk voor kritische zelfreflectie. Kritisch
nadenken over het eigen vakgebied. Een historicus moet altijd kunnen uitleggen waarom hij/zij
gehandeld heeft zoals hij/zij dat heeft gedaan.
- Zelfbewustzijn (1)
o Het feit dat je je bewust bent van jezelf. Jezelf kunnen herkennen in je identiteit als historicus die
bepaalde filosofische, theoretische, methodologische keuzes maakt. Jezelf kunnen herkennen als
iemand die bepaalde keuzes maakt om specifieke redenen.
- Zelfbewustzijn (2)
o Nuance die aanleunt bij het woord; zelfverzekerd zijn. de historicus die niet alleen de keuzes maakt
en stilstaat bij deze keuzes maar ook een historicus die verschillende typen van historische
verklaringen kan onderscheiden en verdedigen.
Opzet van de cursus
- Week 1,2: algemene wetenschapsfilosofie
- Week 3-6: filosofie van geschiedenis en geesteswetenschappen
o Stromingen (LV)
o Thematische vraagstukken (Paul)
- Week 7: overzicht
Hoofdstuk 6 LV hoeft niet gelezen te worden.
Wat is geschiedfilosofie?
Wetenschapsfilosofie
- Wat is wetenschap?
o Science
(terugvertalen naar het Nederlands maakt duidelijk dat de Engelse taal veel
natuurwetenschappelijker is).
o Wissenschaft
Niet alleen maar associatie met laboratoria maar ook met belangrijke denkers.
Belangrijk om te beseffen dat het woord ‘wetenschap’ is al heel erg breed.
, - Wetenschapsfilosofie heeft twee criteria
o Twee contexten
Filosofische adequaatheid
Normatieve aspect van de wetenschapsfilosofie. Als een wetenschapper dit is dan
geeft het antwoord waarom wetenschappelijke kennis wordt gerechtvaardigd.
Wetenschappelijke kennis wordt gezien als de meest betrouwbare vorm van kennis.
Wat maakt deze kennis dan betrouwbaarder dan andere vormen? Epistemologische
vragen. Vragen naar wat kennis is.
Rechtvaardigheidscontext: nadenken over wat wetenschappelijke kennis nu
rechtvaardigt.
Tot de jaren ’60 stond deze adequaatheid centraal.
Historische adequaatheid
Niet zozeer normatief zoals de filosofische adequaatheid maar destructief. Filosofen
moeten wel in relatie komen met wat wetenschappers daadwerkelijk doen. Van
wetenschapsfilosofie wordt ook geacht duidelijk te maken wat wetenschappers nu
daadwerkelijk doen.
Ontdekkingscontext: geeft aan wat wetenschappers nu daadwerkelijk doen.
Vanaf de jaren ’60 kwam deze adequaatheid op en werd deze dominant.
Geschiedfilosofie
- Twee betekenissen
o Res gestae
Alles wat er is gebeurd voor nu. Het verleden.
Substantiële geschiedfilosofie (= het filosoferen over het historische proces zelf).
Marx: zag een doel in de geschiedenis en kon ook uitleggen hoe de geschiedenis zich
voortbewoog. Hij was in staat om een ritme aan te wijzen. Hij filosofeerde over het
historische proces zelf.
o Historia rerum gestarum
Geschiedenis in de betekenis van het verhaal over de dingen die zijn gebeurd.
Analytische geschiedfilosofie (=andere vragen dan waar komen we vandaan en waar gaan we
naar toe. Vragen over hoe wij het verleden moeten benaderen. Filosoferen over de historia
rerum gestarum).
- Zo keurig en netjes is de verdeling tussen analytische en substantiële geschiedfilosofie niet. Het is namelijk
onmogelijk om na te denken over het verleden zonder metahistorische aannames te hebben.
o Vb. Bepaald verloop is van een historisch proces waar iedereen doorheen moet. Geschiedenis als
lineair proces. Wij in het westen staan boven en het niet-westen staat onderaan. Op die lineaire lijn
zijn verschillende ontwikkelingen waar het niet-westen nog aan moet geloven. Wie zegt echter dat
het niet-westen dezelfde ontwikkeling zou moeten doormaken?
Analytische geschiedfilosofie
- Niet netjes te onderscheiden van substantiële geschiedfilosofie.
Standaardbeeld van wetenschap
Standaardbeeld
- Empirische waarneming
- Theorieën en wetten
- Universele geldigheid
- Overeenstemming met de werkelijkheid. Dit maakt het waar. Correspondentie tussen de
wetenschappelijke theorie en de werkelijkheid.
HOORCOLLEGE 1
Wat is grondslagen en waarom? Doel?
Kennisverwerving
- Wetenschapsfilosofie
o Wat het is, wie de belangrijkste denkers zijn en een aantal begrippen, termen en problemen.
- Filosofie van de geesteswetenschappen
o Meer specifiek. Geschiedenis wordt geacht hier deel van uit te maken.
- Geschiedfilosofie
o Eigen discipline. Inzicht moeten krijgen in de debatten binnen de geschiedfilosofie.
Voordelen aan dit trechtermodel. Niet enkel oog hebben voor de eigen discipline. Het brengt ons in
contact met de belangrijke filosofische vraag, namelijk: wat is de rol van de geschiedenis in de
wetenschap?
Kritische (zelf)reflectie
- Denken over de geschiedenis
o Afstandelijke positie die historici graag innemen. Het ligt in dit geval anders. Binnen deze cursus
denk je na over jezelf en andere historici. Vak belangrijk voor kritische zelfreflectie. Kritisch
nadenken over het eigen vakgebied. Een historicus moet altijd kunnen uitleggen waarom hij/zij
gehandeld heeft zoals hij/zij dat heeft gedaan.
- Zelfbewustzijn (1)
o Het feit dat je je bewust bent van jezelf. Jezelf kunnen herkennen in je identiteit als historicus die
bepaalde filosofische, theoretische, methodologische keuzes maakt. Jezelf kunnen herkennen als
iemand die bepaalde keuzes maakt om specifieke redenen.
- Zelfbewustzijn (2)
o Nuance die aanleunt bij het woord; zelfverzekerd zijn. de historicus die niet alleen de keuzes maakt
en stilstaat bij deze keuzes maar ook een historicus die verschillende typen van historische
verklaringen kan onderscheiden en verdedigen.
Opzet van de cursus
- Week 1,2: algemene wetenschapsfilosofie
- Week 3-6: filosofie van geschiedenis en geesteswetenschappen
o Stromingen (LV)
o Thematische vraagstukken (Paul)
- Week 7: overzicht
Hoofdstuk 6 LV hoeft niet gelezen te worden.
Wat is geschiedfilosofie?
Wetenschapsfilosofie
- Wat is wetenschap?
o Science
(terugvertalen naar het Nederlands maakt duidelijk dat de Engelse taal veel
natuurwetenschappelijker is).
o Wissenschaft
Niet alleen maar associatie met laboratoria maar ook met belangrijke denkers.
Belangrijk om te beseffen dat het woord ‘wetenschap’ is al heel erg breed.
, - Wetenschapsfilosofie heeft twee criteria
o Twee contexten
Filosofische adequaatheid
Normatieve aspect van de wetenschapsfilosofie. Als een wetenschapper dit is dan
geeft het antwoord waarom wetenschappelijke kennis wordt gerechtvaardigd.
Wetenschappelijke kennis wordt gezien als de meest betrouwbare vorm van kennis.
Wat maakt deze kennis dan betrouwbaarder dan andere vormen? Epistemologische
vragen. Vragen naar wat kennis is.
Rechtvaardigheidscontext: nadenken over wat wetenschappelijke kennis nu
rechtvaardigt.
Tot de jaren ’60 stond deze adequaatheid centraal.
Historische adequaatheid
Niet zozeer normatief zoals de filosofische adequaatheid maar destructief. Filosofen
moeten wel in relatie komen met wat wetenschappers daadwerkelijk doen. Van
wetenschapsfilosofie wordt ook geacht duidelijk te maken wat wetenschappers nu
daadwerkelijk doen.
Ontdekkingscontext: geeft aan wat wetenschappers nu daadwerkelijk doen.
Vanaf de jaren ’60 kwam deze adequaatheid op en werd deze dominant.
Geschiedfilosofie
- Twee betekenissen
o Res gestae
Alles wat er is gebeurd voor nu. Het verleden.
Substantiële geschiedfilosofie (= het filosoferen over het historische proces zelf).
Marx: zag een doel in de geschiedenis en kon ook uitleggen hoe de geschiedenis zich
voortbewoog. Hij was in staat om een ritme aan te wijzen. Hij filosofeerde over het
historische proces zelf.
o Historia rerum gestarum
Geschiedenis in de betekenis van het verhaal over de dingen die zijn gebeurd.
Analytische geschiedfilosofie (=andere vragen dan waar komen we vandaan en waar gaan we
naar toe. Vragen over hoe wij het verleden moeten benaderen. Filosoferen over de historia
rerum gestarum).
- Zo keurig en netjes is de verdeling tussen analytische en substantiële geschiedfilosofie niet. Het is namelijk
onmogelijk om na te denken over het verleden zonder metahistorische aannames te hebben.
o Vb. Bepaald verloop is van een historisch proces waar iedereen doorheen moet. Geschiedenis als
lineair proces. Wij in het westen staan boven en het niet-westen staat onderaan. Op die lineaire lijn
zijn verschillende ontwikkelingen waar het niet-westen nog aan moet geloven. Wie zegt echter dat
het niet-westen dezelfde ontwikkeling zou moeten doormaken?
Analytische geschiedfilosofie
- Niet netjes te onderscheiden van substantiële geschiedfilosofie.
Standaardbeeld van wetenschap
Standaardbeeld
- Empirische waarneming
- Theorieën en wetten
- Universele geldigheid
- Overeenstemming met de werkelijkheid. Dit maakt het waar. Correspondentie tussen de
wetenschappelijke theorie en de werkelijkheid.