College 1: vormgeven, reiniging en desinfectie van het wortelkanaal (H13)
• Doel endodontische behandeling:
o Zitten er beestjes?
▪ Zo ja, waar zitten ze dan?
o Desinfectie van het gehele wortelkanaalstelsel.
o Obtureren om terug groei van microflora te voorkomen.
o Adequate coronale afsluiting om herinfectie te voorkomen.
▪ Nooit helemaal steriel krijgen, er blijven altijd bacterien
achter. Deze wil je als het ware achter het behang hangen.
• Hoe kan dit bereikt worden? door vormgeven van het kanaal:
o Over de gehele lengte kunnen spoelen.
▪ Vroeger schrapen van bacterien.
o Adequaat kunnen obtureren.
▪ Biofilms verwijderen door over hele
lengte te spoelen.
• Criteria vormgeving
o 1. Lengte bepalen per kanaal
▪ Tot hoever willen we preparen en vullen?
• Tot daar waar de afweer erbij kan
▪ Apicale constrictie - foramen apicale
• Vijlsel en micro-organismen doorpersen.
• Ontsteking ontstaat (vreemdlichaam materiaal)
doordat het materiaal in het kaakbot terecht
komt.
• Lichaam ruimt het op door een ontstekingsreactie.
o Dit is niet erg, maar de bedoeling.
• Het liefste zo ver mogelijk schoonmaken, buiten het foramen niet schoonmaken, want het lichaam kan
dit.
o Dus: overal waar het lichaam niet bij kan schoonmaken → tot daar waar de afweer erbij kan.
• Vitale pulpa maar ontstoken → je wilt weten wat het regeneratieniveau van het weefsel is.
o Doorbloeding kan overal komen en bacterien wegvangen.
o Het belangrijkste wat je wilt weten is of er nog doorbloeding aanwezig is.
▪ Röntgenoligsche apex
• Zichtbaar als begrenzing op röntgenfoto.
▪ Apicale constrictie = meest nauwe punt wanneer aanwezig.
o 2. Breedte apicale preparatie
o 3. Vorm preparatie
• Hoe bepalen we die gewenste lengte?
o Tactiele bepaling NEE (voelen met vijltjes opzoek naar weerstand)
→ lastig want je kunt meerdere of geen constricties hebben.
o Papierstift methode NEE (dunne keukenrolletjes → in kanaal en
wanneer punt nat is weet je dat constrictie daar zit)
o Radiologische bepaling NEE (Nooit met röntgenbeeld want alleen 2D.)
o Elektronische bepaling NEE
• De elektronische lengtebepaler
o “Flush” vullingen op een peri-apicale röntgenfoto zijn vaak te lang op een CBCT.
Vaak al 1-2 mm buiten radix zitten.
o Aansluitingen:
▪ Lipclip – hangen aan lip van patient.
▪ Vijlhouder –
▪ Vork - tegen endodontische vijl aanhouden
o Liphaak aanbrengen.
o Vijl in kanaal in contact met vijlhouden/vork.
o Vijl steeds meer richting apex brengen (je weet de lengte a.h.v. de
röntgenfoto)
▪ Acoustisch signaal + visueel zichtbaar
▪ Getalen op de schaal zijn geen millimeters maar “eenheden”.
o Vijl extra-radiculair brengen en dan weer terug.
▪ Apparaat geeft acoustisch signaal “pieeep” → dan terug trekken =
voldoende betrouwbare meting.
▪ Met hele dunne vijl even door de constrictie in peri-apicaal gebied
brengen → je brengt altijd wat micro-organismen mee.
▪ Zo maak je een elektrisch circuit compleet → zo weet je dat je zo
het wortelkanaal verlaat. Op een gegeven moment weet je steeds
wanneer je erbinnen en buiten bent en weet je hoe ver je bent.
o Werking:
▪ 2 elektrodes waartussen de waarden gemeten worden.
▪ Bepaald de plaats waar het pulpalumen overgaat in de periapicale ruimte:
, • Waar de vijl het wortelkanaalstelsel verlaat: apicale foramen of bv. een perforatie.
• Circuit maak je zo volledig → weerstand kan gaan lopen.
Onbetrouwbare meting wanneer constrictie bv. nog niet afgevormd is → vijl moet bij kanaal passen.
Meting is niet 100% betrouwbaar bij de volgende gevallen:
o Isolatie → element moet geïsoleerd worden. Subgingivaal afgebroken → speeksel kan erbij komen → meeting is niet
beetrouwbaar.
o Metalen restauraties → reikt tot in sulcus → metaal een speeksel maken circuit volledig → geen betrouwbare meeting →
de hele tijd piep.
o Carieus dentine, caviteit, verbinding pulpakamer naar mondholte, breuk
o Beweging vijl geleidelijk in de gehele stroomkring → probeer elektrisch circuit vol te maken.
o Wijd open apex: de best passende vijl qua breedte → normaal vijl 10
▪ Vb. vijl 80 bij kinderen meet trauma die nog geen volgroeide apex hebben.
▪ Bij te kleine vijl → geen goede meting → machine gaat aan en uit → dikkere vijl nodig!
o Kanalen met obstructies → kan niet hele kanaal door, geen betrouwbare meting.
, • De elektronische lengtebepaler:
o Enige betrouwbare manier om lengte te bepalen.
o Grafische schaal waarden geen millimeters!
o Lengtebepaling is alleen betrouwbaar als de vijl het wortelkanaalstelsel verlaten heeft en weet terug getrokken wordt.
o Hoe beter de vijl past, hoe betrouwbaarder.
• Criteria vormgeving:
o Lengte bepalen per kanaal.
o Breedte apicale preparatie.
o Vorm preparatie. eww
• D1: 1 mm van onderkant is de breedte 0,25 bij een 25 boor.
o Kleurcodering: wit geel rood groen blauw zwart
▪ Bij guttapercha, paperpoint, pluggers
• Wat bepaald breedte van de apicale preparatie?
o Tegenwoordig: spoelnaald met natriumhypochloriet op of 1 mm voor constrictie
chloor kunnen brengen.
▪ Of er tot op of 1mm voor definitieve lengte gespoeld kan worden
o Vroeger: alle wanden van wks schoonschrapen → “dan wordt het schoon” →
dentinevijlsel komt vrij.
▪ Voelen hoe breedt begin is – 1e vijl die contact had daarna een vijl groter en dan 3e vijl die tegen de wand loopt
en veel weerstand oploopt = de mastervijl.
• Vorm preparatie:
o Parallel → vullen is lastig.
o Taper → makkelijker.
o Zandloper → nog makkelijker maar teveel dentine weghalen.
o Per casus bepalen wat voor vorm het beste uitkomt.
▪ Apicaal een barrière hebben waar je de vulling tegen aan kan stampen
zodat je het goed vult.
o Vijl zonder taper → flexibel, handig voor gebogen kanalen maar bij vullen wordt het
lastig.
o Vijl met grotere taper → nadeel: meer weefsel afnemen en zijn stugger. Bij kromme
kanalen breekt het metaal.
• Doel endodontische behandeling:
o Zitten er beestjes?
o Zo ja, waar zitten ze dan?
o Desinfectie van het gehele wortelkanaalstelsel.
o Obtureren om terug groei van microflora te voorkomen.
o Adequate coronale afsluiting om herinfectie te voorkomen.
• Reiniging en desinfectie door irrigatie:
o Mechanisch effect:
▪ Door een zo effectie mogelijke stroming van de irrigatievloeistof in het wortelkanaalsysteem.
• Debris wordt weggespoeld.
o Chemisch effect:
▪ Zo effectief mogelijke verspreiding van de irrigatievloeistof zodat zede in contact komt met de infectie en
necrotisch weefsel.
• Desinfecterend
• Lost chemisch materiaal op
o Doel: stimuleert de irrigatievloeistof tot het wegspoelen van pulpaweefsel, micro-organismen (planktonisch en biofilm),
dentine-debris en smeerlaag uit het wortelkanaalstelsel.
▪ Planktonische bacteriën zijn makkelijk weg te spoelen i.t.t. biofilm.
o Lostrekken biofilm of debris van de kanaalwand.
• Flow direction: stroming van planktonische bacteriën en
biofilm kapot maken en het liefste wegspoelen.
• Natriumhypochloride (NaOCl)
o Lost als enige organisch weefsel op (eiwitten)
(>2,5%).
▪ Dood pulpaweefsel in alle hoeken en
gaten.
o Antibacterieel (>1%).
o Antibiofilm.
▪ Aantal middelen kunnen dit ook.
o Nadeel: chloor is instabiel.
▪ Verversing nodig!
▪ Veel verversing in combinatie met ultrageluid of laser (vormen van
energie)
o Effectiviteit neemt toe met:
▪ Concentratie → (ook aantal mm door wortelkanaalstelsel laten