1. Bij twee investeringen is de correlatiecoëfficiënt nul, wat is dan correct?
De fluctuaties in de rentabiliteit van de investeringen volgen elkaar 0.0
Er is duidelijk risico reductie mogelijk door te investeren in beiden 0.0
De fluctuaties in de rentabiliteit van de investeringen zijn tegengesteld 0.0
Er is geen enkele samenhang tussen beide investeringen 2.25
2. Hoe wordt de disconteringsvoet genoemd waarbij de som van de contante waarden van de toekomstige kasstromen, gelijk is aan de initiële investering?
De verwachte waarde. 0.0
De interne rentabiliteit. 2.25
De geëiste rentabiliteit. 0.0
De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit. 0.0
3. We schatten in dat er, afhankelijk van de omstandigheden (scenario's), diverse rendementen van een investering mogelijk zijn. Hoe maken we van deze onzekere
uitkomsten risico's, zodat we er mee kunnen gaan rekenen?
Dat zal niet gaan 0.0
Door de uitkomsten nogmaals te checken 0.0
Door de uitkomsten door objectieve partij te laten bevestigen 0.0
Door aan de uitkomsten een kansverdeling toe te kennen 2.25
4. Welke van onderstaande factoren is een voordeel van de 'gemiddeld boekhoudkundig rendement (GBR)' methode ten opzichte van de 'terugverdientijd' methode?
De GBR methode is relatief makkelijk te interpreteren 0.0
De GBR methode vergt weinig rekenwerk 0.0
De GBR methode geeft een indicatie van de winstgevendheid 2.25
De GBR methode houdt rekening met de factor tijd 0.0
5. Het rendement voor investeerders wordt soms hoger door (deels) gebruik te maken van vreemd vermogen. Hoe wordt dit effect genoemd?
Capital effect 0.0
Hefboomeffect 2.25
Rente effect 0.0
Financieringseffect 0.0
, 6. Een onderneming kan kiezen uit drie verschillende investeringsprojecten. Over de te verwachte rendementen is het volgende bekend:
Project Verwachte Waarde Standaard Deviatie
Object 1 18 % 10 %
Object 2 16 % 8%
Object 3 15 % 13 %
Welke van de volgende beweringen is waar?
Project 2 heeft altijd de voorkeur boven project 1 0.0
Project 1 heeft altijd de voorkeur boven project 3 2.25
Project 2 heeft altijd de voorkeur boven de andere projecten 0.0
Project 1 heeft altijd de voorkeur boven de andere projecten 0.0
7. Wat verstaan we onder de 'cash return' van een vastgoedbelegging?
Het totale rendement 0.0
Het indirecte rendement 0.0
Het directe rendement 2.25
Het interne rendement 0.0
8. We kunnen 5 verschillende vormen van investeringen onderscheiden. Van welke vorm is er sprake als we door te investeren in automatisering de arbeidsintensiteit
verminderen?
Uitbreidingsinvestering 0.0
Vervangingsinvesteringen. 0.0
Investeringen in onderzoek en ontwikkeling 0.0
Kostenbesparende investering 2.25
De fluctuaties in de rentabiliteit van de investeringen volgen elkaar 0.0
Er is duidelijk risico reductie mogelijk door te investeren in beiden 0.0
De fluctuaties in de rentabiliteit van de investeringen zijn tegengesteld 0.0
Er is geen enkele samenhang tussen beide investeringen 2.25
2. Hoe wordt de disconteringsvoet genoemd waarbij de som van de contante waarden van de toekomstige kasstromen, gelijk is aan de initiële investering?
De verwachte waarde. 0.0
De interne rentabiliteit. 2.25
De geëiste rentabiliteit. 0.0
De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit. 0.0
3. We schatten in dat er, afhankelijk van de omstandigheden (scenario's), diverse rendementen van een investering mogelijk zijn. Hoe maken we van deze onzekere
uitkomsten risico's, zodat we er mee kunnen gaan rekenen?
Dat zal niet gaan 0.0
Door de uitkomsten nogmaals te checken 0.0
Door de uitkomsten door objectieve partij te laten bevestigen 0.0
Door aan de uitkomsten een kansverdeling toe te kennen 2.25
4. Welke van onderstaande factoren is een voordeel van de 'gemiddeld boekhoudkundig rendement (GBR)' methode ten opzichte van de 'terugverdientijd' methode?
De GBR methode is relatief makkelijk te interpreteren 0.0
De GBR methode vergt weinig rekenwerk 0.0
De GBR methode geeft een indicatie van de winstgevendheid 2.25
De GBR methode houdt rekening met de factor tijd 0.0
5. Het rendement voor investeerders wordt soms hoger door (deels) gebruik te maken van vreemd vermogen. Hoe wordt dit effect genoemd?
Capital effect 0.0
Hefboomeffect 2.25
Rente effect 0.0
Financieringseffect 0.0
, 6. Een onderneming kan kiezen uit drie verschillende investeringsprojecten. Over de te verwachte rendementen is het volgende bekend:
Project Verwachte Waarde Standaard Deviatie
Object 1 18 % 10 %
Object 2 16 % 8%
Object 3 15 % 13 %
Welke van de volgende beweringen is waar?
Project 2 heeft altijd de voorkeur boven project 1 0.0
Project 1 heeft altijd de voorkeur boven project 3 2.25
Project 2 heeft altijd de voorkeur boven de andere projecten 0.0
Project 1 heeft altijd de voorkeur boven de andere projecten 0.0
7. Wat verstaan we onder de 'cash return' van een vastgoedbelegging?
Het totale rendement 0.0
Het indirecte rendement 0.0
Het directe rendement 2.25
Het interne rendement 0.0
8. We kunnen 5 verschillende vormen van investeringen onderscheiden. Van welke vorm is er sprake als we door te investeren in automatisering de arbeidsintensiteit
verminderen?
Uitbreidingsinvestering 0.0
Vervangingsinvesteringen. 0.0
Investeringen in onderzoek en ontwikkeling 0.0
Kostenbesparende investering 2.25