Stijlfiguren en beeldspraak zijn middelen om taal krachtiger, treffender en vaak levendiger te maken.
Ze helpen om een boodschap duidelijker en effectiever over te brengen. Hieronder volgt een
overzicht van verschillende stijlfiguren en soorten beeldspraak.
Stijlfiguren
Stijlfiguren worden gebruikt om indruk te maken op een lezer of luisteraar. Hier zijn enkele
veelvoorkomende stijlfiguren:
Antithese (tegenstelling)
Definitie: Het combineren van tegengestelde begrippen om ze meer op te laten vallen.
Voorbeelden:
"Ik heb voor goed geld slechte spullen gekocht."
"In het stille dal knettert het overal."
"'s Lands grootste kruidenier gaat op de kleintjes letten."
Hyperbool
Definitie: Een overdreven uitdrukking om iets te laten opvallen.
Voorbeelden:
"In Nederland regent het 's zomers 29 van de 30 dagen."
"Je wordt doodgegooid met informatie over de verkiezingen."
"Ik heb wel een eeuw op je staan wachten."
Retorische vraag
Definitie: Een vraag waarop geen antwoord wordt verwacht omdat het antwoord in de vraag besloten
ligt.
Voorbeelden:
"Een leraar tegen z'n klas: 'Denk je dat ik dit nog een keer ga uitleggen?'"
"Zitten we hier niet lekker?"
"Hebben wij dat niet allemaal wel eens gewild?"
Ironie