1 Belang van het immuunsysteem
» Het immuunsysteem beschermt ons tegen:
• Ziekteverwekkers (bacteriën, virussen, schimmels, andere parasieten) = pathogenen
• Lichaamsvreemde stoffen
• Lichaamseigen cellen die zich abnormaal gedragen vb. kankercellen
↳ SCID (Severe Combined Immunodeficiency) = aandoening waarbij immuunsysteem nt
meer werkt
↳ AIDS (Acquired Immune Deficiency Syndrome) =
immuunsysteem verzwakt door virus
↳ Parasieten leven ten koste van andere organismen
» Deze orgaanstelsels spelen een belangrijke rol in het
immuunsysteem:
• Bloedvatenstelsel = gesloten systeem (bloed blijft in vaten), bestaat uit hart en 3 soorten
bloedvaten
- Slagaders/ arteriën; bloed hart → weefsel, meestal O2-rijk (behalve hart → longen)
- Aders/ venen; bloed weefsel → hart, O2-arm (behalve longen → hart)
- Haarvaten/ capillairen; heel fijn in weefsel, weefselvocht (voedingsstoffen, O2,
hormonen) haarvaten → weefsel, daarmee grootste deel gevoerd naar hart
• Lymfevatenstelsel en lymfoïde organen
» Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes + kun je scheiden door te
centrifugeren (om te weten # rode bloedcellen in bloed zitten)
» Bloedplasma = water met opgeloste stoffen ( zouten, vitaminen, hormonen, proteïnen,…)
» Bloedplaatjes/ trombocyten = geen echte cellen, spelen belangrijke rol bij bloedstolling
(korstvorming bij wonde, anders veel bloedverlies)
» Rode bloedcellen/ erytrocyten:
• Hebben specifieke vorm, bevatten hemoglobine
• Gn celkern beperkte levensduur (± 120 d)
• Gevormd in beenmerg uit stamcellen
• Zorgen voor transport van O2 en CO2
• Minder “ ⇒ minder grote inspanning mog + inspanning sneller
aanmaak gestimuleerd door Erytropoëtine (EPO)
• Hematocrietwaarde = # rode bloedcellen / ℓ bloed (normaal 45%)
» Witte bloedcellen/ leukocyten:
• Gevormd uit stamcellen in het beenmerg
• Veel minder talrijk dan de rode bloedcellen
• Spelen belangrijke rol in het immuunsysteem
• Spelen ook rol in allergische reacties
• Vers. types (lymfocyten, macrofagen, …)
, ↳ Auto immuunziekte = immuunsysteem zich tegen het lichaam zelf keert, foutje bij
opruimen van lichaamseigen cellen
» Lymfevatenstelsel:
• Halfopen systeem met begin & einde
• Bestaat uit lymfevaten die parallel aan het bloedvatenstelsel lopen
• Absorberen weefselvocht dat niet naar bloedbaan teruggaat
• Geel/ kleurloos weefselvocht die door lymfevaten geabsorbeerd w = lymfe
↳ Weefselvocht = vocht dat vrij tussen cellen zit
• Lymfevaten ontspringen in weefsels, zuigen overtollige weefselvocht aan
• Kleinere lymfebanen samenkomen = lymfeklieren/ -knopen (veel “ bij halsstreek, oksel-,
lies-, langs spijsverteringstelstel)
• 2 grote lymfebanen brengen lymfe naar de bloedsomloop, naar grote ader dicht bij hart
• Weefsels draineren = overtollige weefselvocht afvoeren tegen FZ m.b.v. kleppen door
skeletspieren te bewegen (gebeurt automatisch), lymfe w makkelijk afgevoerd
↳ Oedeem = opstapeling vh weefselvocht (onvoldoende beweging/ziekte)
• Lymfeklieren zuiveren de lymfe (afvalstoffen verwijderen) + bevatten veel lymfocyten
• Lymfocyten = specifieke WBC maken ziekteverwekkers onschadelijk (via wond →
weefsel → lymfe → …)
» Lymfoïde organen en weefsels:
• Bevatten veel lymfocyten
• Staan in verbinding met bloed- en lymfevatenstelsel
• Bestaat uit o.a. milt; amandelen; thymus; slijmvliezen in ademhalingsstelsel,
spijsverteringsstelsel en urogentitaalstelsel (= urinewegen & voortplanting stelsel)
2 Werking van het immuunsysteem
» 2 vormen van herkenningsmechanismen:
• Niet-specifieke/ aangeboren immuunsysteem
• Specifieke/ verworven immuunsysteem
» Het immuunsysteem beschermt ons tegen:
• Ziekteverwekkers (bacteriën, virussen, schimmels, andere parasieten) = pathogenen
• Lichaamsvreemde stoffen
• Lichaamseigen cellen die zich abnormaal gedragen vb. kankercellen
↳ SCID (Severe Combined Immunodeficiency) = aandoening waarbij immuunsysteem nt
meer werkt
↳ AIDS (Acquired Immune Deficiency Syndrome) =
immuunsysteem verzwakt door virus
↳ Parasieten leven ten koste van andere organismen
» Deze orgaanstelsels spelen een belangrijke rol in het
immuunsysteem:
• Bloedvatenstelsel = gesloten systeem (bloed blijft in vaten), bestaat uit hart en 3 soorten
bloedvaten
- Slagaders/ arteriën; bloed hart → weefsel, meestal O2-rijk (behalve hart → longen)
- Aders/ venen; bloed weefsel → hart, O2-arm (behalve longen → hart)
- Haarvaten/ capillairen; heel fijn in weefsel, weefselvocht (voedingsstoffen, O2,
hormonen) haarvaten → weefsel, daarmee grootste deel gevoerd naar hart
• Lymfevatenstelsel en lymfoïde organen
» Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes + kun je scheiden door te
centrifugeren (om te weten # rode bloedcellen in bloed zitten)
» Bloedplasma = water met opgeloste stoffen ( zouten, vitaminen, hormonen, proteïnen,…)
» Bloedplaatjes/ trombocyten = geen echte cellen, spelen belangrijke rol bij bloedstolling
(korstvorming bij wonde, anders veel bloedverlies)
» Rode bloedcellen/ erytrocyten:
• Hebben specifieke vorm, bevatten hemoglobine
• Gn celkern beperkte levensduur (± 120 d)
• Gevormd in beenmerg uit stamcellen
• Zorgen voor transport van O2 en CO2
• Minder “ ⇒ minder grote inspanning mog + inspanning sneller
aanmaak gestimuleerd door Erytropoëtine (EPO)
• Hematocrietwaarde = # rode bloedcellen / ℓ bloed (normaal 45%)
» Witte bloedcellen/ leukocyten:
• Gevormd uit stamcellen in het beenmerg
• Veel minder talrijk dan de rode bloedcellen
• Spelen belangrijke rol in het immuunsysteem
• Spelen ook rol in allergische reacties
• Vers. types (lymfocyten, macrofagen, …)
, ↳ Auto immuunziekte = immuunsysteem zich tegen het lichaam zelf keert, foutje bij
opruimen van lichaamseigen cellen
» Lymfevatenstelsel:
• Halfopen systeem met begin & einde
• Bestaat uit lymfevaten die parallel aan het bloedvatenstelsel lopen
• Absorberen weefselvocht dat niet naar bloedbaan teruggaat
• Geel/ kleurloos weefselvocht die door lymfevaten geabsorbeerd w = lymfe
↳ Weefselvocht = vocht dat vrij tussen cellen zit
• Lymfevaten ontspringen in weefsels, zuigen overtollige weefselvocht aan
• Kleinere lymfebanen samenkomen = lymfeklieren/ -knopen (veel “ bij halsstreek, oksel-,
lies-, langs spijsverteringstelstel)
• 2 grote lymfebanen brengen lymfe naar de bloedsomloop, naar grote ader dicht bij hart
• Weefsels draineren = overtollige weefselvocht afvoeren tegen FZ m.b.v. kleppen door
skeletspieren te bewegen (gebeurt automatisch), lymfe w makkelijk afgevoerd
↳ Oedeem = opstapeling vh weefselvocht (onvoldoende beweging/ziekte)
• Lymfeklieren zuiveren de lymfe (afvalstoffen verwijderen) + bevatten veel lymfocyten
• Lymfocyten = specifieke WBC maken ziekteverwekkers onschadelijk (via wond →
weefsel → lymfe → …)
» Lymfoïde organen en weefsels:
• Bevatten veel lymfocyten
• Staan in verbinding met bloed- en lymfevatenstelsel
• Bestaat uit o.a. milt; amandelen; thymus; slijmvliezen in ademhalingsstelsel,
spijsverteringsstelsel en urogentitaalstelsel (= urinewegen & voortplanting stelsel)
2 Werking van het immuunsysteem
» 2 vormen van herkenningsmechanismen:
• Niet-specifieke/ aangeboren immuunsysteem
• Specifieke/ verworven immuunsysteem