De psycholoog in de organisatie
Blok 1 – deel 1: De arbeidsmarkt
Objectieven
• Begrijpen dat de arbeidsmarkt functie is van (verschuivingen in) vraag en aanbod;
• Kunnen uitleggen en illustreren wat een ruime en krappe arbeidsmarkt is;
• De betekenis en invulling kennen van vraag- en aanbodzijde op de arbeidsmarkt;
• Kernindicatoren v/d arbeidsmarkt kunnen lezen en interpreteren;
• De stakeholders op de arbeidsmarkt kunnen benoemen
1. De arbeids-markt?
1.1 De arbeidsmarkt
Vergelijking
• Arbeidsmarkt is heel erg vergelijkbaar met een echte markt
• Markt = spel van vraag en aanbod
• Je hebt een klant die iets wil kopen = die vraagt iets
• Je hebt een winkelier die verkoopt = die heeft het aanbod
Markt
• Wat? Functie van vraag en aanbod
• Doel? Prijssetting/prijsbepaling
• 2 partijen: degene die vraagt en degene die aanbied en die hebben tegengestelde belangen
o Aanbieder: belang = zo hoog mogelijke prijs/wil hoge prijs → bij hoge prijs is vraag
niet zo groot
o Vrager/koper: belang = wil zo laag mogelijke prijs → lage prijs dan is de vraag is
groot (bv solden)
→ Tegengestelde belangen → moeten elkaar tegemoet komen
1
, • Discrepantie:
o Veel aanbod maar niet veel vraag (want te prijs is te hoog) = dan gaat prijs dalen
▪ Degenen die verkopen moeten ervoor zorgen dat hun product toch verkocht
geraakt aan de prijs die de koper ook aanvaardbaar vindt
▪ Bv extreem goede aardappel oogst → dan daalt de prijs
▪ Conclusie: teveel aanbod voor de vraag dat er is = de prijs gaat dalen
o Grote vraag en te weinig aanbod = prijs omhoog (ook als koopkracht stijgt)
▪ Typisch bv bij hypes bv fidget toys
▪ Vraag kan ook stijgen als mensen ineens meer koopkracht hebben
Prijssetting/prijsbepaling = spel van vraag en aanbod en die moeten elkaar in het midden vinden
Verschuiving
• Vraag verschuift: aanbod blijft gelijk, maar vraag stijgt/daalt → invloed op prijssetting (links)
o Bv ineens vraag veel groter = hypes = als aanbod stabiel blijft dan stijgt de prijs
o Ook gezien tijdens de lockdown: iedereen moest ineens gezelschapsspellen hebben =
dat maakte dat prijs steeg = plotse verschuiving
• Aanbod verschuift: aanbod wordt meer/ minder, vraag blijft gelijk → invloed op prijssetting
(rechts)
o Bv verschuivingen in aanbod van huizen: er is een verandering geweest in de
wetgeving → meer huizen te koop = heeft implicaties voor de kopers = verschuivingen
Onthouden! Bij een markt (eerder welke markt) gaat het over: vraag en aanbod, elkaar vinden in de
prijs (vraag en aanbod moeten op elkaar afgestemd worden) en soms zijn daar verschuivingen
1.2 De arbeidsmarkt
= geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
• Aanbieder = mensen die een job zoeken (jij biedt je aan)
• Vrager = werkgevers (vragen naar werk en betalen u = klant)
= geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
Werkgelegenheid beroepsbevolking
• Vraag naar → werkgelegenheid (bv vacatures, beschikbare jobs)
• Aanbod van → beroepsbevolking = mensen op de leeftijd die kunnen werken
Arbeidsmarkt
• = functie van vraag en aanbod
• Principe is precies hetzelfde, ook daar is het een spel om de juiste prijs te krijgen = juiste loon
te betalen maar ook het juiste loon te ontvangen
2
, o Werkgevers: willen lager loon geven
o Werknemers: willen hoger loon krijgen
→ Conflicterende belangen = spel van onderhandeling en die moeten een compromis
vinden en dat is het loon dat uiteindelijk betaald zal worden
Loonbepaling
• Soms zijn er meer mensen die een job zoeken dan dat er vacatures zijn → machtigste partij =
werkgever
• Soms veel vraag naar werk en weinig mensen die werk zoeken → macht bij werknemer (die
kan loon opdrijven)
= Onderhandeling/loonbepaling
• Wanneer er meer aanbod is dan er vraag is (veel zoeken naar job maar niet zoveel jobs
beschikbaar ) = ruime arbeidsmarkt
• Wanneer dat er veel vraag is (werkgevers zoeken mensen) maar weinig mensen die zoeken =
krappe arbeidsmarkt → hier zie je lonen stijgen
Situatie nu = heel krappe arbeidsmarkt
• Werkgevers zoeken veel mensen en er zijn niet veel mensen beschikbaar
• Krappe arbeidsmarkt = ‘War for talent’
• Werkgevers beconcurreren elkaar (ook qua lonen) voor werknemers, dat omdat ze zo weinig
mensen vinden → dat drijft de lonen ook een beetje omhoog → algemeen maar ook in
bepaalde sectoren
• Illustratie:
o Als je start als bediende dan profiteer je daar van, want je hebt een hoger loon in vgl
met startende bedienden van 2 jaar geleden
o Zie je ook voor starters loon (pas afgestudeerden die nieuw op de arbeidsmarkt
komen dat die eigenlijk redelijk veel verdienen in vgl met mensen van 5 jaar geleden)
o Krappe arbeidsmarkt → lonen gaan omhoog
Verschuiving
• Verschuiving in vraag: werkgevers gaan meer vragen, meer mensen nodig → algemeen maar
ook bepaalde sectoren (links)
o Bv technologische veranderingen in bepaalde sectoren → dan hebben ze ineens veel
meer technische profielen nodig → dat maakt dat werkgever meer moet betalen voor
die technische profielen
o Bv verpleegkundigen → bevolking in België wordt ouder → meer mensen hebben
zorg nodig → meer vraag naar verpleegkundigen → die staan sterker
• Verschuiving in aanbod: er kunnen structureel meer/minder mensen op de arbeidsmarkt
komen → heeft implicaties voor het loon, veranderd onderhandeling (als er minder mensen
zijn dan krijgen werkgevers het lastiger) (rechts)
3
, Situatie nu = krappe arbeidsmarkt + verschuiving in aanbod (rechtse van daarnet)
• Er komen minder mensen op de arbeidsmarkt, drm nu met een heel erg krappe arbeidsmarkt
• 2 redenen/dynamieken:
1. Vergrijzing: babyboomgeneratie, waren met veel en die bereiken nu allemaal
pensioenleeftijd → creëert veel vervangingsvraag (mensen stoppen en jobs komen
vrij) + creëert ook vraag naar jobs in bepaalde sectoren → creëren jobs door nodige
zorg
=> dus meer jobs nodig owv het feit dat die mensen v/d arbeidsmarkt gaan en die
mensen die op pensioen zijn vragen ook zorg
2. Ontgroening: niet veel mensen beschikbaar om die plekken op te vullen, onze
generatie is met veel minder en we kunnen die niet vervangen + onze generatie komt
later op de arbeidsmarkt want we studeren langer
→ Krappe arbeidsmarkt als gevolg hiervan
Voorbeeld van spel tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt: technologisering
• Zorgen over technologie en wat dat betekend voor jobs en arbeidsmarkt?
• Veel werknemers vrezen dat er een stuk hun job overbodig gaat worden door technologie
• Wat betekend dat voor de arbeidsmarkt: minder vraag naar jobs en lonen dalen
• Minder vraag naar jobs komt sterkt in de media, geen nieuw idee dat technologie u overbodig
gaat maken, was ook zo bij de computers → bleek allemaal niet waar
• Er veranderd wel wat, maar eerder veel nieuwe types van jobs (bv software ontwikkeling)
• Vrees die technologie die arbeidsmarkt gaat vervangen = vrees blijkt niet te kloppen
• Verwachting is dat bepaalde sectoren die mss nu niet heel sterk wegen qua tewerkstelling (bv
grafische sector) dat die in een soort van hype/momentum gaan komen eerder dan dat er
massaal jobs gaan verdwijnen
Vraag: een ruime arbeidsmarkt betekent …
a) Dat het aanbod groter is dan de vraag
b) Dat het aanbod kleiner is dan de vraag
→A
2. Vraagzijde
2.1 Werkgeverszijde
Vraagzijde = organisaties maar ook de overheid (ook werkgever en vraagt ook werk/mensen)
Werkgeverszijde delen we traditioneel op in 4 sectoren:
1. Primair: aanleveren van grondstoffen en voedsel → landbouw
2. Secundair: verwerken van grondstoffen en voedsel → industrie
3. Tertiair: aanbieden van commerciële diensten → bieden diensten aan aan mensen bv
consultancy, banken, verzekeringen
4. Quartair: aanbieden van niet-commerciële diensten
o Overheid of semipublieke sector daarin zitten: scholen, ziekenhuizen, politie,
brandweer
o Werkgevers zitten in de privé sector maar zeker ook in de publieke sector
4
Blok 1 – deel 1: De arbeidsmarkt
Objectieven
• Begrijpen dat de arbeidsmarkt functie is van (verschuivingen in) vraag en aanbod;
• Kunnen uitleggen en illustreren wat een ruime en krappe arbeidsmarkt is;
• De betekenis en invulling kennen van vraag- en aanbodzijde op de arbeidsmarkt;
• Kernindicatoren v/d arbeidsmarkt kunnen lezen en interpreteren;
• De stakeholders op de arbeidsmarkt kunnen benoemen
1. De arbeids-markt?
1.1 De arbeidsmarkt
Vergelijking
• Arbeidsmarkt is heel erg vergelijkbaar met een echte markt
• Markt = spel van vraag en aanbod
• Je hebt een klant die iets wil kopen = die vraagt iets
• Je hebt een winkelier die verkoopt = die heeft het aanbod
Markt
• Wat? Functie van vraag en aanbod
• Doel? Prijssetting/prijsbepaling
• 2 partijen: degene die vraagt en degene die aanbied en die hebben tegengestelde belangen
o Aanbieder: belang = zo hoog mogelijke prijs/wil hoge prijs → bij hoge prijs is vraag
niet zo groot
o Vrager/koper: belang = wil zo laag mogelijke prijs → lage prijs dan is de vraag is
groot (bv solden)
→ Tegengestelde belangen → moeten elkaar tegemoet komen
1
, • Discrepantie:
o Veel aanbod maar niet veel vraag (want te prijs is te hoog) = dan gaat prijs dalen
▪ Degenen die verkopen moeten ervoor zorgen dat hun product toch verkocht
geraakt aan de prijs die de koper ook aanvaardbaar vindt
▪ Bv extreem goede aardappel oogst → dan daalt de prijs
▪ Conclusie: teveel aanbod voor de vraag dat er is = de prijs gaat dalen
o Grote vraag en te weinig aanbod = prijs omhoog (ook als koopkracht stijgt)
▪ Typisch bv bij hypes bv fidget toys
▪ Vraag kan ook stijgen als mensen ineens meer koopkracht hebben
Prijssetting/prijsbepaling = spel van vraag en aanbod en die moeten elkaar in het midden vinden
Verschuiving
• Vraag verschuift: aanbod blijft gelijk, maar vraag stijgt/daalt → invloed op prijssetting (links)
o Bv ineens vraag veel groter = hypes = als aanbod stabiel blijft dan stijgt de prijs
o Ook gezien tijdens de lockdown: iedereen moest ineens gezelschapsspellen hebben =
dat maakte dat prijs steeg = plotse verschuiving
• Aanbod verschuift: aanbod wordt meer/ minder, vraag blijft gelijk → invloed op prijssetting
(rechts)
o Bv verschuivingen in aanbod van huizen: er is een verandering geweest in de
wetgeving → meer huizen te koop = heeft implicaties voor de kopers = verschuivingen
Onthouden! Bij een markt (eerder welke markt) gaat het over: vraag en aanbod, elkaar vinden in de
prijs (vraag en aanbod moeten op elkaar afgestemd worden) en soms zijn daar verschuivingen
1.2 De arbeidsmarkt
= geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
• Aanbieder = mensen die een job zoeken (jij biedt je aan)
• Vrager = werkgevers (vragen naar werk en betalen u = klant)
= geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
Werkgelegenheid beroepsbevolking
• Vraag naar → werkgelegenheid (bv vacatures, beschikbare jobs)
• Aanbod van → beroepsbevolking = mensen op de leeftijd die kunnen werken
Arbeidsmarkt
• = functie van vraag en aanbod
• Principe is precies hetzelfde, ook daar is het een spel om de juiste prijs te krijgen = juiste loon
te betalen maar ook het juiste loon te ontvangen
2
, o Werkgevers: willen lager loon geven
o Werknemers: willen hoger loon krijgen
→ Conflicterende belangen = spel van onderhandeling en die moeten een compromis
vinden en dat is het loon dat uiteindelijk betaald zal worden
Loonbepaling
• Soms zijn er meer mensen die een job zoeken dan dat er vacatures zijn → machtigste partij =
werkgever
• Soms veel vraag naar werk en weinig mensen die werk zoeken → macht bij werknemer (die
kan loon opdrijven)
= Onderhandeling/loonbepaling
• Wanneer er meer aanbod is dan er vraag is (veel zoeken naar job maar niet zoveel jobs
beschikbaar ) = ruime arbeidsmarkt
• Wanneer dat er veel vraag is (werkgevers zoeken mensen) maar weinig mensen die zoeken =
krappe arbeidsmarkt → hier zie je lonen stijgen
Situatie nu = heel krappe arbeidsmarkt
• Werkgevers zoeken veel mensen en er zijn niet veel mensen beschikbaar
• Krappe arbeidsmarkt = ‘War for talent’
• Werkgevers beconcurreren elkaar (ook qua lonen) voor werknemers, dat omdat ze zo weinig
mensen vinden → dat drijft de lonen ook een beetje omhoog → algemeen maar ook in
bepaalde sectoren
• Illustratie:
o Als je start als bediende dan profiteer je daar van, want je hebt een hoger loon in vgl
met startende bedienden van 2 jaar geleden
o Zie je ook voor starters loon (pas afgestudeerden die nieuw op de arbeidsmarkt
komen dat die eigenlijk redelijk veel verdienen in vgl met mensen van 5 jaar geleden)
o Krappe arbeidsmarkt → lonen gaan omhoog
Verschuiving
• Verschuiving in vraag: werkgevers gaan meer vragen, meer mensen nodig → algemeen maar
ook bepaalde sectoren (links)
o Bv technologische veranderingen in bepaalde sectoren → dan hebben ze ineens veel
meer technische profielen nodig → dat maakt dat werkgever meer moet betalen voor
die technische profielen
o Bv verpleegkundigen → bevolking in België wordt ouder → meer mensen hebben
zorg nodig → meer vraag naar verpleegkundigen → die staan sterker
• Verschuiving in aanbod: er kunnen structureel meer/minder mensen op de arbeidsmarkt
komen → heeft implicaties voor het loon, veranderd onderhandeling (als er minder mensen
zijn dan krijgen werkgevers het lastiger) (rechts)
3
, Situatie nu = krappe arbeidsmarkt + verschuiving in aanbod (rechtse van daarnet)
• Er komen minder mensen op de arbeidsmarkt, drm nu met een heel erg krappe arbeidsmarkt
• 2 redenen/dynamieken:
1. Vergrijzing: babyboomgeneratie, waren met veel en die bereiken nu allemaal
pensioenleeftijd → creëert veel vervangingsvraag (mensen stoppen en jobs komen
vrij) + creëert ook vraag naar jobs in bepaalde sectoren → creëren jobs door nodige
zorg
=> dus meer jobs nodig owv het feit dat die mensen v/d arbeidsmarkt gaan en die
mensen die op pensioen zijn vragen ook zorg
2. Ontgroening: niet veel mensen beschikbaar om die plekken op te vullen, onze
generatie is met veel minder en we kunnen die niet vervangen + onze generatie komt
later op de arbeidsmarkt want we studeren langer
→ Krappe arbeidsmarkt als gevolg hiervan
Voorbeeld van spel tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt: technologisering
• Zorgen over technologie en wat dat betekend voor jobs en arbeidsmarkt?
• Veel werknemers vrezen dat er een stuk hun job overbodig gaat worden door technologie
• Wat betekend dat voor de arbeidsmarkt: minder vraag naar jobs en lonen dalen
• Minder vraag naar jobs komt sterkt in de media, geen nieuw idee dat technologie u overbodig
gaat maken, was ook zo bij de computers → bleek allemaal niet waar
• Er veranderd wel wat, maar eerder veel nieuwe types van jobs (bv software ontwikkeling)
• Vrees die technologie die arbeidsmarkt gaat vervangen = vrees blijkt niet te kloppen
• Verwachting is dat bepaalde sectoren die mss nu niet heel sterk wegen qua tewerkstelling (bv
grafische sector) dat die in een soort van hype/momentum gaan komen eerder dan dat er
massaal jobs gaan verdwijnen
Vraag: een ruime arbeidsmarkt betekent …
a) Dat het aanbod groter is dan de vraag
b) Dat het aanbod kleiner is dan de vraag
→A
2. Vraagzijde
2.1 Werkgeverszijde
Vraagzijde = organisaties maar ook de overheid (ook werkgever en vraagt ook werk/mensen)
Werkgeverszijde delen we traditioneel op in 4 sectoren:
1. Primair: aanleveren van grondstoffen en voedsel → landbouw
2. Secundair: verwerken van grondstoffen en voedsel → industrie
3. Tertiair: aanbieden van commerciële diensten → bieden diensten aan aan mensen bv
consultancy, banken, verzekeringen
4. Quartair: aanbieden van niet-commerciële diensten
o Overheid of semipublieke sector daarin zitten: scholen, ziekenhuizen, politie,
brandweer
o Werkgevers zitten in de privé sector maar zeker ook in de publieke sector
4