Taak 1
Probleemstelling: Hoe werkt de empirische cyclus bij aids?
Leerdoelen:
1. Wat is een theorie en hoe wordt die gevormd? (van dongen)
Theorie = uitspraak of samenhangende reeks uitspraken met algemeen geldend
karakter/samenhangend geheel van uitspraken over werkelijkheid (patronen in
werkelijkheid).
Representeert stand van kennis over bepaald onderwerp op bepaald moment
veel onderzoek nodig voordat theorie verankerd is in empirie.
Gevormd door:
-Overlevering (mondelinge/schriftelijke doorgaven verhalen)
-Mede gebaseerd op waarnemingen concrete gebeurtenissen systematisch of
niet-systematisch
-Niet-systematische waarnemingen: voorvallen waar onderzoeker toevallig mee
geconfronteerd wordt
-Systematische waarnemingen: resultaten van eerder verricht onderzoek over
hetzelfde onderwerp, uitgevoerd door onderzoek zelf of anderen.
Falsifieerbaarheid (Popper), confirmatie is onmogelijk
2. Hoe kom je van een theorie naar een goede vraagstelling (deductie)?
Deductie = proces van abstracte theorie naar een of meer te toetsen hypothesen
van globaal onderzoeksidee in een of meer onderzoeksvraagstellingen.
3. Hoe stel je een goede hypothese op?
Hypothese = toetsbare stellingen die op grond van waarnemingen in praktijk
wel of niet kunnen worden verworpen
Hypothese toetsen of nieuw probleemgebied verkennen empirisch
onderzoek:
1. Onderzoeksvraagstelling formuleren
2. Onderzoeksopzet (design)
-Selectie onderzoekspopulatie (specificeren van steekproefkader, procedure
voor het trekken van speekproef, de te vergelijken subpopulaties, inclusie- en
exclusiecriteria).
-Selectie meetinstrumenten (begrippen herleiden in onderzoeksvraagstelling tot
meetbare variabelen; zo nodig meetinstrumenten, criteria ontwikkelen voor
classificatie onderzoekspersonen m.b.t. ieder kenmerk).
-Selectie meetmomenten (tijdstip observaties).
-Selectie statistische analysetechnieken
3. Onderzoek uitvoeren (observaties, gegevensverzameling)
4. Onderzoeksresultaten analyseren
-Frequentie meetwaarden van relevante variabelen (univariabele analyses;
beschrijvend van aard)
-Relaties tussen variabelen (bi- en multivariabele analyses; beschrijvend of
verklarend)
5. Interpretatie onderzoeksresultaten (conclusies).
4. Wat is een onderzoeksontwerp en hoe kies je de goede? (betrouwbaarheid)
Informed consent: toestemmingsformulier
Observationeel: meer dingen onderzoeken dan bij experimenteel en niet ingrijpen, niet van
te voren vastgesteld hoeveel blootstelling de patiënt krijgt.
Experimenteel: van te voren vastgesteld hoeveel blootstelling patiënt krijgt
Keuze onderzoeksopzet heeft direct consequenties voor validiteit, precisie
onderzoeksresultaten geloofwaardigheid conclusies