De celkernen van de motorische eenheden die de distale spieren aansturen (hand en de
extremiteiten) bevinden zich lateraal in de ventrale hoorn, terwijl de soma’s van de motorische
eenheden die de romp aansturen bevinden zich meer mediaal en sturen de proximale spieren aan.
Willekeurige bewegingen (bewust) worden aangestuurd door centraal motorische neuronen. Die
kunnen afkomstig zijn van de hersenstam of van de motorische schors.
De centraal motorische neuronen van de hersenstam dalen via de witte stof via de voorstrengen.
Hier innerveren ze vaak interneuronen. Ze zorgen ook voor balans en dit doen ze door niet alleen aan
dezelfde zijde te projecteren, maar ook bilateraal.
Het overgrote deel van de neuronen uit de motorische schors kruisen contralateraal over in de
medulla, dus de rechter helft stuurt de linkerhelft van het lichaam aan.
,Tractus corticobulbaris → gaat van de motor cortex naar de hersenstam en daar innerveert het
neuronen die postuur en balans regelen (willekeurig en bewust)
Komt het rechtstreeks vanuit de hersenstam dan zijn het onwillekeurige bewegingen.
Rood en oranje zijn allebei de motorische schors (onderdeel van de frontale kwab). Het grote verschil
is dat je in de primaire motorische schors Betz cellen hebben, met een hele grote soma. Deze
, projecteren direct op alfa motorische neuronen projecteren. Dit is dus belangrijk voor de
rechtstreeks aansturen van motorische eenheden, zoals spieren (monosynaptisch). Vaak heb je veel
meer monosynaptische verbindingen dan dat je Betz cellen hebt, dus er zijn ook non-Betz cellen die
direct op α-motorische neuronen projecteren.
Via de premotorische cortex worden motor neuronen ook aangestuurd maar dit gaat vaak via
interneuronen.
Een abnormale elektrisch signaal verspreidt zich altijd via een bepaalde organisatie, dit gaf hem het
idee dat er een bepaalde organisatie moet zijn in de primaire motorische cortex → grove
somatopische organisatie (lang niet zo nauwkeurig als bij de somatosensibele cortex).
Via microstimulatie kon
je in laag 5 van de cortex de centraal motorische neuronen stimuleren die projecteren naar de
periferie. Op een bepaalde plek telkens stimuleren zorgde ervoor dat de hand naar de mond ging,
maakt niet uit wat de begin positie was van de hand.