Leerjaar 1, blok 2
College 1
Dynamiek van de menselijke vorm en bewegen
Waar ben ik een mens?
- Simpelweg omdat je eruitziet als een mens
Mens = complexe integratieve eenheid
- Levend mens
- Menselijk lichaam – vorm = substantie/materie
- Lichamelijke vorm = quasi dynamisch (stabiele component)
o Erfelijk – aanleg – DNA
o Gevormd – door bewegen en fysische belasting
- Stofwisselend vermogen = vegetatieve functie
- Menselijk bewegen
o Als functie van geslacht/leeftijd = DNA – aanleg
o Als functie van ‘doen’ = belasten door bewegen
- Beweegpotentieel = veranderlijk/veranderbaar
- Menselijk bewegen is OOK een ruimtelijk verplaatsen eigen krachten – spierkracht
o = Locomotorische systeem – motoriek
- Motoriek = animale functie
- Motoriek als fysiologische grondslag van bewegen
Krachtig zijn en tegelijkertijd beweeglijk zijn
- Het locomotorische systeem
o Perifere bouwstenen: spieren, botten en gewrichten
o Centrale bouwstenen: hersenen en ruggenmerg
- Interplay: regelen en geregeld worden
- Kracht en tegenkracht leveren
- Krachten weerstaan – materiële vorm lichaam
Lichamelijke vorm
- Vorm-vormloos
- Vervormen = begrensd!
o Trauma
- Vormbaar – oefenbaar – trainbaar
- Veranderlijk en veranderbaar – restauratief vermogen
Een mens bestaat uit 100000 miljard cellen
- Multicellulair
- Differentiatie
- Cellulaire stofwisseling = Metabolisme
- Sommige cellen hebben een delend vermogen
o Mitose (permanent/tijdelijk/recurrent) (celdeling)
o Meiose
- Complexiteit vergt biologische sturing (regeling)
, o Tijd-ruimte patronen van stofwisselen en motoriek
Een mens is een zak met cellen
- Atomen
- Moleculen
- Cellen (celorganellen)
- Weefsels
- Organen
- Orgaanstelsels
- Mens = Uniek
- De 5 organisatieniveaus lopen van cellen tot de mens
- Het waterpercentage is tussen de 60-75%
Cellulair vermogen
- Stofwisseling
- Mitotisch vermogen (om te delen) – niet alle cellen
- Restauratief vermogen
Een mens is een zak met weefsels
- Een weefsel is een verzameling van (dezelfde) vergelijkbare cellen met een
gemeenschappelijke samenhang en functie
- Sommige weefsels hebben regeneratief vermogen
o Steunweefsel (bindweefsel, kraakbeen, botweefsel)
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
Een mens is een zak met organen
- Een orgaan is een verzameling van verschillende weefsels met gemeenschappelijke
samenhang en functie
o Eigen bloedvaten = vascularisatie
o Eigen zenuwvezels = innervatie
- Als voorbeeld: …
- Menselijke organen hebben geen regeneratief vermogen!
- Ieder orgaan bevat bindweefsel
Een mens is een zak met water
- Extracellulaire vloeistof (gebonden water)
- Iedere cellulaire activiteit is homeostase-belastend
- Celwand is semipermeabel
- Stofwisseling – stof(UIT)wisseling
Een mens is een zak met gebonden water
- Waarom loop je niet leeg, terwijl je toch lek bent?
- Water is quasi-gebonden – vastheid van vorm
- Water verplaatst-stoelendans om beschikbare bindingsplaatsen
o Interstitiële vloeistofstroom
- Grondsubstantie = gebonden water – gelei
o Homeostase-regulerend medium
o Bloedvaten (capillairen) en lymfevaten
College 1
Dynamiek van de menselijke vorm en bewegen
Waar ben ik een mens?
- Simpelweg omdat je eruitziet als een mens
Mens = complexe integratieve eenheid
- Levend mens
- Menselijk lichaam – vorm = substantie/materie
- Lichamelijke vorm = quasi dynamisch (stabiele component)
o Erfelijk – aanleg – DNA
o Gevormd – door bewegen en fysische belasting
- Stofwisselend vermogen = vegetatieve functie
- Menselijk bewegen
o Als functie van geslacht/leeftijd = DNA – aanleg
o Als functie van ‘doen’ = belasten door bewegen
- Beweegpotentieel = veranderlijk/veranderbaar
- Menselijk bewegen is OOK een ruimtelijk verplaatsen eigen krachten – spierkracht
o = Locomotorische systeem – motoriek
- Motoriek = animale functie
- Motoriek als fysiologische grondslag van bewegen
Krachtig zijn en tegelijkertijd beweeglijk zijn
- Het locomotorische systeem
o Perifere bouwstenen: spieren, botten en gewrichten
o Centrale bouwstenen: hersenen en ruggenmerg
- Interplay: regelen en geregeld worden
- Kracht en tegenkracht leveren
- Krachten weerstaan – materiële vorm lichaam
Lichamelijke vorm
- Vorm-vormloos
- Vervormen = begrensd!
o Trauma
- Vormbaar – oefenbaar – trainbaar
- Veranderlijk en veranderbaar – restauratief vermogen
Een mens bestaat uit 100000 miljard cellen
- Multicellulair
- Differentiatie
- Cellulaire stofwisseling = Metabolisme
- Sommige cellen hebben een delend vermogen
o Mitose (permanent/tijdelijk/recurrent) (celdeling)
o Meiose
- Complexiteit vergt biologische sturing (regeling)
, o Tijd-ruimte patronen van stofwisselen en motoriek
Een mens is een zak met cellen
- Atomen
- Moleculen
- Cellen (celorganellen)
- Weefsels
- Organen
- Orgaanstelsels
- Mens = Uniek
- De 5 organisatieniveaus lopen van cellen tot de mens
- Het waterpercentage is tussen de 60-75%
Cellulair vermogen
- Stofwisseling
- Mitotisch vermogen (om te delen) – niet alle cellen
- Restauratief vermogen
Een mens is een zak met weefsels
- Een weefsel is een verzameling van (dezelfde) vergelijkbare cellen met een
gemeenschappelijke samenhang en functie
- Sommige weefsels hebben regeneratief vermogen
o Steunweefsel (bindweefsel, kraakbeen, botweefsel)
o Spierweefsel
o Zenuwweefsel
Een mens is een zak met organen
- Een orgaan is een verzameling van verschillende weefsels met gemeenschappelijke
samenhang en functie
o Eigen bloedvaten = vascularisatie
o Eigen zenuwvezels = innervatie
- Als voorbeeld: …
- Menselijke organen hebben geen regeneratief vermogen!
- Ieder orgaan bevat bindweefsel
Een mens is een zak met water
- Extracellulaire vloeistof (gebonden water)
- Iedere cellulaire activiteit is homeostase-belastend
- Celwand is semipermeabel
- Stofwisseling – stof(UIT)wisseling
Een mens is een zak met gebonden water
- Waarom loop je niet leeg, terwijl je toch lek bent?
- Water is quasi-gebonden – vastheid van vorm
- Water verplaatst-stoelendans om beschikbare bindingsplaatsen
o Interstitiële vloeistofstroom
- Grondsubstantie = gebonden water – gelei
o Homeostase-regulerend medium
o Bloedvaten (capillairen) en lymfevaten