PSYCHOPATHOLOGIE:
ORTHOPEDAGOGISCHE
ASPECTEN
SAMENVATTING VOOR HET VAK PSYCHOPATHOLOGIE: ORTHOPEDAGOGISCHE ASPECTEN. HIERIN
ZIJN ALLE STOORNISSEN UITGELICHT DIE IN DE COLLEGES ZIJN BEHANDELD EN DIE AAN BOD
KOMEN IN HET BOEK ‘ABNORMAL CHILD PSYCHOLOGY’.
Algemene introductie psychopathologie..................................................................................................................2
Hersenletsel/Hersenbeschadiging............................................................................................................................4
Slaapstoornis.............................................................................................................................................................5
Kindermishandeling...................................................................................................................................................7
Hechting....................................................................................................................................................................8
Hechtingstoornis.......................................................................................................................................................9
Neurobiologische stoornissen.................................................................................................................................11
Autismespectrumstoornis.......................................................................................................................................11
Internaliserende problemen...................................................................................................................................15
Angst........................................................................................................................................................................15
Angststoornis...........................................................................................................................................................15
Obsessief-compulsieve stoornis..............................................................................................................................17
ADHD.......................................................................................................................................................................18
Stemmingsstoornis..................................................................................................................................................22
Bipolaire stoornis....................................................................................................................................................24
Suïcidaliteit..............................................................................................................................................................26
Agressief gedrag......................................................................................................................................................28
Disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen...........................................................................28
Schizofrenie.............................................................................................................................................................33
Persoonlijkheidsstoornissen....................................................................................................................................35
Eetstoornissen.........................................................................................................................................................37
Anorexia nervosa.....................................................................................................................................................37
Boulimia Nervosa....................................................................................................................................................38
Orthorexia Nervosa.................................................................................................................................................40
1
, COLLEGE 1
ALGEMENE INTRODUCTIE PSYCHOPATHOLOGIE
Normaal: succesvolle adaptie gedrag wordt aangepast op de situatie
Stoornis: lichamelijke (hersen)afwijking
Beperking: iemand die door de stoornis iets niet kan
Handicap: Als de stoornis de maatschappelijke rolvervulling beïnvloedt.
VERKLARINGSTHEORIEËN VOOR PSYCHOPATHOLOGIE
- Psychodynamische /analytische theorieën
Psychopathologie is het onvermogen om de ontwikkelingsstadia het hoofd te bieden (Erikson) of
wordt vanuit de klassieke psychoanalyse gezien als fixatie of regressie (Freud).
Ontwikkeling psychopathologie
o Conflicten tussen id, ego en superego (Freud)
o Onvermogen/ falen om de ontwikkelingsstadia te doorlopen (Erikson)
Interactie tussen ontwikkeling en omgevingsprocessen is belangrijk.
- Leertheorie/ sociale leertheorie:
Psychopathologie = onaangepast gedrag
Ontwikkeling psychopathologie door ontwikkelen vof versterken van onaangepast gedrag naar de
omgeving
o Klassiek conditioneren (Pavlov)
o Operant conditioneren (Skinner)
o Sociale leertheorie (Bandura)
- Biologisch, medisch model:
Psychopathologie is een mentale ziekte
Ontstaat door een organische disfunctie in het brein
- Neuropsychologisch denkmodel
Gedrag neurocognitieve functies Hersenen en deze worden allemaal beïnvloedt door de
omgeving.
- Systematisch/pedagogisch
Psychopathologie is een ongepaste familiestructuur
Psychopathologie ontwikkelt zich door grensvervaging en triangulatie
- Hechtingstheorie:
Psychopathologie is het onvermogen verder te komen in de ontwikkeling
Psychopathologie ontwikkelt door internaliseren van slechte relaties of separatie, individuatie
(Bowlbly / Ainsworth).
ONTWIKKELINGSPSYCHOPATHOLOGIE
- Gericht op ontwikkelingsprocessen die een bijdrage aan/bescherming bieden tegen psychopathologie
- Psychopathologie = ontwikkeling verloopt verstoord
- Integratie van theorieën
- Organisatieperspectief de mens is een holistisch en dynamisch systeem alle domeinen zijn met elkaar
in interactie.
- Ontwikkeling verloopt hiërarchisch.
- Per stadium bepaalde taken stage-salient issues
Problemen in een bepaald stadium zijn voorspellers voor ontwikkeling psychopathologie.
RISICOFACTOREN VOOR HET ONTSTAAN VAN PSYCHOPATHOLOGIE
- Kwetsbaarheid zin in de persoon, maakt een kind gevoeliger voor een risicofactor
- Versterkende factor: vergroot de impact van een risicofactor
Risicofactor: Elke factor die de kans op psychopathologie vergroot, factoren gelden voor iedereen.
Kinderen die ondanks de risicofactoren gezond blijven noemen we weerbaar/veerkrachtig.
2
, Protectieve factoren bevorderen of houden de gezonde ontwikkeling in stand.
ONTWIKKELING PSYCHOPATHOLOGIE IN DE CONTEXT
- Individuele context:
Hechting
o Ieder kind ontwikkelt een gehechtheidsrelatie
o Veilige hechting zorgt voor exploratie en bescherming vergroot overlevingskans
o Kwaliteit van zorg bepaalde de gehechtheidsrelatie
Cognitieve ontwikkeling
o Ontwikkelt zich volgens vaste stadia (Piaget)
Sensomotorisch: objectpermanentie
Pre operationeel: symboliek
Concreet-operationeel: redeneren
Formele operaties: hypothetische n deductief denken
o Leren (adaption door):
Assimilatie: Nieuwe informatie in bestaande cognitieve structuren opnemen
Accommodatie: Verandering bestaande cognitieve structuren, om nieuw leren
mogelijk te maken.
Organisatie: nieuwe ideeën in coherente systemen organiseren
Emotionele ontwikkeling
o Begrip van emoties
o Reguleren van emoties
Ontwikkeling van het zelf
o Innerlijke organisatie van gevoelens, verwachtingen en betekenisgeving.
o Self-constancy bereiken: erkenning van het zelf als georganiseerd geheel dat standhoudt,
ondanks stemmingswisselingen en de relatie met opvoeders.
Morele ontwikkeling:
o Verschillende ontwikkelingsstadia (Kohlberg).
o Stadia komen voort uit het denken over morele problemen
o Cultuuronafhankelijk
Seksuele ontwikkeling
o Geslachtsidentiteit
o Geslachtsrollen (genderspecifiek gedrag
o Genderdysphorie (ontevredenheid eigen geslacht.
- Biologische context:
Genetica genetische basis
Genen hebben invloed op de hersenontwikkeling
Temperament: de basis van het kind wordt gelegd, genetische aanleg heeft hiermee te maken
o Tempo en activiteitsniveau
o Algemene stemming
o Aanpassingsvermogen.
- Familiecontext
Iedereen binnen het systeem ontwikkelt
Opvoedingsstijl ouders:
o Autoritair (hoge structuur, lage warmte)
o Toegefelijk (lage structuur, hoge warmte)
o Autoritatief (balans)
o Verwaarlozend (beide laag).
Sensitiviteit
Schadelijke interactiepatronen tussen gezinsleden
o Enmeshment (kluwen): teveel betrokken op elkaar
o Intrusiviness: weinig autonomie tussen de verschillende gezinsleden.
o Rolverwarring (parentficatie): kind neemt ouderrol op zich
o Conflicten tussen ouders en scheiding
- Sociale context:
3
, 0 jaar: interesse in anderen
1 jaar: niet wederkerig vriendschappen
4 jaar: samen spelen maar gericht op activiteit
6 jaar: persoonsgericht; duurzame relaties opbouwen.
12 jaar: wederkerige, persoonlijke, eerlijke, kritische relatie
- Culturele context:
Armoede, sociale klasse, SES
Etnische diversiteit
Racisme en vooroordelen
ONTWIKKELINGSBELEMMERING
- Kwantitatief:
Developmental delay: vertraging van de ontwikkeling
Regressie: terugval
Niet synchroon verloop bij verschillende ontwikkelingsdomeinen
- Kwalitatief:
Afwijkende ontwikkeling
Falen in de aanpassing
Equifinaliteit: Verschillende ontwikkelingspaden leiden tot dezelfde uitkomst
Multifinaliteit: Een bepaalde risicofactor kan tot verschillende ontwikkelingsuitkomsten leiden.
COLLEGE 2
Risicofactoren voor de ontwikkeling:
- Chronische aandoeningen
- Hersenletsel
- Slaapproblemen
- Kindermishandeling
Chronische aandoening: Hiervan spreek je als iets langer dan 3-6maanden duurt of vaker dan 3x per jaar
terugkomt.
- Verhoogd risico op internaliserende en externaliserende problematiek
Vooral depressie en angststoornis
- Ontwikkelen meer sociale en schoolproblemen (secundair effect)
- Ontwikkelen negatief zelfbeeld
Heeft effect op alle ontwikkelingsniveaus
HERSENLETSEL/HERSENBESCHADIGING
DEFINITIES HERSENLETSEL
Neurobiologische definitie: aard, plaats en grootte hersenbeschadiging.
Gedragsmatige definitie: Hersenfuncties die zijn beschadigd, merkbaar in het gedrag.
ETIOLOGIE HERSENLETSEL
- Aangeboren
- Verworven of niet aangeboren hersenletsel (NAH)
Traumatisch hersenletsel (oorzaak buiten het lichaam)
Niet-traumatisch hersenletsel (oorzaak in het lichaam).
4