ZIEKTELEER VERSLYPE
BACHELOR 3
FIEBE GEERTS
,1 Inleiding
1.1 Aandoeningen
o Aandoening: verstoring van de normale structuur en/of werking van organen of orgaansystemen
o Ziekte: er moet een ernstige verstoring van homeostase zijn die leidt tot klachten en geen
variatie op het normale
o Mogelijke indeling
- Aangeboren (congenitaal): ook ontwikkelingsstoornissen, afwijking neuronen,…
- Ontsteking (inflammatie): basis van veel verschillende ziektes
- Tumor: goedaardig/kwaadaardig
- Bloedvaten (vasculair): bijvoorbeeld hartaandoening
• Alle organen hebben opname van O2 en voeding en voeren afval en CO2 af
• Elk orgaan heeft een ader, slagader en capillairen
• Capillairen zijn de plaats voor uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen
tussen het bloed en de weefsel. Indien hier een probleem hebben we pathologie
- Functioneel: je ziet niks abnormaal en toch werkt system niet zoals het zou moeten zijn
• Er is anatomisch niks mis, maar er zijn toch klachten, bijvoorbeeld:
prikkelbaredarmsyndroom
- Traumatisch (inclusief iatrogeen): ongevallen
• Iatrogeen: handelingen in ziekenhuis waardoor patiënt het ziekenhuis zieker
verlaat dan bij het binnenkomen. Is een pathologie veroorzaakt door de
zorgsector bijvoorbeeld ziekenhuisinfectie
- Degeneratief: bijvoorbeeld Alzheimer, veroudering,…
1.2 Symptomen en klinische tekenen
1.2.1 Symptomen
o Symptomen worden door de patiënt spontaan vermeld (klachten)
o Andere moeten actief bevraagd worden door anamnese
o Hetero-anamnese: wanneer je familie hierbij betrekt
- Bijvoorbeeld mama altijd bevragen wanneer kind op raadpleging komt
o Actief bevragen door open en gesloten vragen
- Daar is training voor nodig om te weten welke klachten je allemaal moet bevragen
1.2.2 Klinische tekenen
o Klinische tekenen worden opgespoord door lichamelijk onderzoek
1
,1.2.3 Onderscheid: specifiek – algemeen
o Specifiek voor bepaald orgaanletsel: bijvoorbeeld: buikpijn, braken, geelzucht,…
- Niet altijd: ook braken bij zwangerschap
o Algemeen: bijvoorbeeld vermoeidheid, koorts, vermagering, groeiachterstand, huidafwijkingen,
gewrichtsklachten,…
1.3 Concept: symptoom – ziektebeeld – aandoening
o Ziektebeeld is een combinatie van klachten (symptomen) en afwijkingen die bij lichamelijk
onderzoek worden vastgesteld (klinische tekenen)
- Hiermee werken we in kliniek
- Een goede zorgverlener denkt in termen van ziektebeelden
o Vormt leidraad voor uitvoeren van bijkomende onderzoeken om tot diagnose te komen van
bepaalde aandoening
o Eens diagnose gesteld, kan er gepaste behandeling worden geven
1.3.1 Voorbeeld casussen
1.3.1.1 Casus 1:
o Klachten (65 jaar, dikke benen):
- Pijn in borstkas: straalt uit naar schouder
- Kortademig: alsof zwaar gewicht op borstkas drukt (duurt al een uur)
o Ziektebeeld: myocartischemie/hartfalen
o Aandoening: bloedvat met verkalking en atherosclerose van de aorta
1.3.1.2 Casus 2:
o Klachten (5 jaar):
- Mankt
- Pijn rond navel en misselijk: paar uur later koorts en pijn is verplaatst naar rechter fossa
- Klinisch onderzoek: prikkeling buikvlies
o Ziektebeeld: peritonitis (beginnende buikvliesontsteking)
o Aandoening: apendicitis
2
, 2 Algemene deel inflammatie
2.1 Inzicht in de normale werking van het immuunsysteem
2.1.1 Lokale ontsteking én algemeen zieke patiënt
o Belangrijkste tekens van ontstekingsreactie:
- Rubor: roodheid
- Calor: warmte
- Dolor: pijn
- Tumor: zwelling
o Ook algemeen ziek: koorts, kortademig,…
- Komt door cytokines
2.1.2 Wat is het immuunsysteem?
o Het geheel van mechanismen die
ons organisme beschermen tegen:
o Omvat sensoren (voelen) en
effectors (actie) gegroepeerd in
aangeboren (innate) en adaptieve
immuniteit systeem om schadelijk
cellen te herkennen en op te ruimen
- Sensor > verwerking > effector
- Eenvoudige organismen hebben alleen aangeboren systeem
2.1.2.1 Aangeboren (innate) versus adaptieve immuniteit
o Spelers zijn anders, maar komen op een bepaald moment samen voor
3
BACHELOR 3
FIEBE GEERTS
,1 Inleiding
1.1 Aandoeningen
o Aandoening: verstoring van de normale structuur en/of werking van organen of orgaansystemen
o Ziekte: er moet een ernstige verstoring van homeostase zijn die leidt tot klachten en geen
variatie op het normale
o Mogelijke indeling
- Aangeboren (congenitaal): ook ontwikkelingsstoornissen, afwijking neuronen,…
- Ontsteking (inflammatie): basis van veel verschillende ziektes
- Tumor: goedaardig/kwaadaardig
- Bloedvaten (vasculair): bijvoorbeeld hartaandoening
• Alle organen hebben opname van O2 en voeding en voeren afval en CO2 af
• Elk orgaan heeft een ader, slagader en capillairen
• Capillairen zijn de plaats voor uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen
tussen het bloed en de weefsel. Indien hier een probleem hebben we pathologie
- Functioneel: je ziet niks abnormaal en toch werkt system niet zoals het zou moeten zijn
• Er is anatomisch niks mis, maar er zijn toch klachten, bijvoorbeeld:
prikkelbaredarmsyndroom
- Traumatisch (inclusief iatrogeen): ongevallen
• Iatrogeen: handelingen in ziekenhuis waardoor patiënt het ziekenhuis zieker
verlaat dan bij het binnenkomen. Is een pathologie veroorzaakt door de
zorgsector bijvoorbeeld ziekenhuisinfectie
- Degeneratief: bijvoorbeeld Alzheimer, veroudering,…
1.2 Symptomen en klinische tekenen
1.2.1 Symptomen
o Symptomen worden door de patiënt spontaan vermeld (klachten)
o Andere moeten actief bevraagd worden door anamnese
o Hetero-anamnese: wanneer je familie hierbij betrekt
- Bijvoorbeeld mama altijd bevragen wanneer kind op raadpleging komt
o Actief bevragen door open en gesloten vragen
- Daar is training voor nodig om te weten welke klachten je allemaal moet bevragen
1.2.2 Klinische tekenen
o Klinische tekenen worden opgespoord door lichamelijk onderzoek
1
,1.2.3 Onderscheid: specifiek – algemeen
o Specifiek voor bepaald orgaanletsel: bijvoorbeeld: buikpijn, braken, geelzucht,…
- Niet altijd: ook braken bij zwangerschap
o Algemeen: bijvoorbeeld vermoeidheid, koorts, vermagering, groeiachterstand, huidafwijkingen,
gewrichtsklachten,…
1.3 Concept: symptoom – ziektebeeld – aandoening
o Ziektebeeld is een combinatie van klachten (symptomen) en afwijkingen die bij lichamelijk
onderzoek worden vastgesteld (klinische tekenen)
- Hiermee werken we in kliniek
- Een goede zorgverlener denkt in termen van ziektebeelden
o Vormt leidraad voor uitvoeren van bijkomende onderzoeken om tot diagnose te komen van
bepaalde aandoening
o Eens diagnose gesteld, kan er gepaste behandeling worden geven
1.3.1 Voorbeeld casussen
1.3.1.1 Casus 1:
o Klachten (65 jaar, dikke benen):
- Pijn in borstkas: straalt uit naar schouder
- Kortademig: alsof zwaar gewicht op borstkas drukt (duurt al een uur)
o Ziektebeeld: myocartischemie/hartfalen
o Aandoening: bloedvat met verkalking en atherosclerose van de aorta
1.3.1.2 Casus 2:
o Klachten (5 jaar):
- Mankt
- Pijn rond navel en misselijk: paar uur later koorts en pijn is verplaatst naar rechter fossa
- Klinisch onderzoek: prikkeling buikvlies
o Ziektebeeld: peritonitis (beginnende buikvliesontsteking)
o Aandoening: apendicitis
2
, 2 Algemene deel inflammatie
2.1 Inzicht in de normale werking van het immuunsysteem
2.1.1 Lokale ontsteking én algemeen zieke patiënt
o Belangrijkste tekens van ontstekingsreactie:
- Rubor: roodheid
- Calor: warmte
- Dolor: pijn
- Tumor: zwelling
o Ook algemeen ziek: koorts, kortademig,…
- Komt door cytokines
2.1.2 Wat is het immuunsysteem?
o Het geheel van mechanismen die
ons organisme beschermen tegen:
o Omvat sensoren (voelen) en
effectors (actie) gegroepeerd in
aangeboren (innate) en adaptieve
immuniteit systeem om schadelijk
cellen te herkennen en op te ruimen
- Sensor > verwerking > effector
- Eenvoudige organismen hebben alleen aangeboren systeem
2.1.2.1 Aangeboren (innate) versus adaptieve immuniteit
o Spelers zijn anders, maar komen op een bepaald moment samen voor
3