50 meerkeuzevragen
Voorbeeldvragen:
11. Om een kind af te leren op zijn nagels te bijten, wordt er een onaangename stof op zijn
nagels gesmeerd. Van welke vorm van operante conditionering is hier sprake?
a. Positieve bekrachtiging
b. Negatieve bekrachtiging
c. Positieve straf
d. Negatieve straf
29. Welke stelling is juist?
I. In modificatie onderzoek wordt de mate van gedrag de onafhankelijke variabele
genoemd en de interventie de afhankelijke variabele.
II. Sociale validiteit is de mate waarin bevindingen als geloofwaardig worden beschouwd.
a. Stelling I is juist, II is onjuist
b. Stelling II is juist, I is onjuist
c. Beide stellingen zijn juist
d. Beide stellingen zijn onjuist