Anatomie en Fysiologie van de inwendige organen en het
zenuwstelsel
Les 7: het lymfestelsel en immuniteit
1. Wat is het lymfestelsel?
2. De 4 onderdelen van het lymfestelsel
3. De aangeboren niet-specifieke immuniteit
4. De specifieke adaptieve immuniteit
5. De cellulaire immuniteit
6. De humorale immuniteit
1
Het lymfestelsel en immuniteit
, Anatomie en Fysiologie van de inwendige organen en het
zenuwstelsel
Les 7: het lymfestelsel en immuniteit
1. Wat is het lymfestelsel?
• Bestaat uit een verzameling cellen, weefsels en organen
o Verantwoordelijk voor verdediging/afweer van ons lichaam
o Beschermt tegen pathogenen of ziekteverwekkers
▪ Virussen
▪ Bacteriën
▪ Schimmels
▪ Parasieten
VERSCHILLENDE VORMEN VAN VERDEDIGING
Niet-specifieke afweer • Beschermt ons tegen om het even welke pathogeen, maakt niet uit
dewelke
1. Anatomische barrières = 1e verdedigingslijn
2. Algemene inflammatoire / ontstekingsreacties = 2e verdedigingslijn
Specifieke afweer • Beschermt ons tegen een specifieke pathogeen
o Bacterie A → ontwikkeling afweer tegen bacterie A
o Virus F → ontwikkeling afweer tegen virus F
o = 3e verdedigingslijn
o 2 soorten cellen:
1. T-lymfocyten
2. B-lymfocyten
Die verdedigingsreactie door T- en B-lymfocyten = immuunreactie of -respons
2. De 4 onderdelen van het lymfestelsel
Verschillende structuren:
• Lymfevaten
• Lymfe
• Lymfocyten
• Lymfoïde weefsels en organen → bestaan uit:
2
Het lymfestelsel en immuniteit
, o Lymfefollikels
o Specifieke lymfeweefsels (vnl in gastro-intestinaal stelsel, maar ook in amandelen)
o Lymfeknopen (“klieren”) + milt + thymus
Functies van het lymfestelsel
1. Productie & transport van lymfocyten
a. Binnendringende ziekteverwekkers afweren
b. Afwijkende lichaamscellen (bv. Tumorcellen) vernietigen
c. Vreemde eiwitten (bv. toxines die gemaakt w door bacteriën) vernietigen
➔ ziek worden ontstaat wanneer het immuunstelsel niet onmiddellijk een antwoord heeft op een
ziekteverwekker. Gelukkig past het zich aan en gaat het op zoek naar een oplossing via de specifieke afweer.
2. Terugkeer van overtollige vloeistoffen, die zijn achtergebleven in de weefsels rond de capillairen
door het overgewicht van de capillaire filtratiedruk
a. Dit vocht w via lymfevaten teruggevoerd → bloed
b. tot 3,6 liter/dag teruggebracht
3. Transport via lymfevaten:
a. voedingsstoffen (vnl. vetten)
b. hormonen
c. afvalstoffen
Lymfevaten
• starten bij lymfcapillairen:
o kleinste buizen
o gelegen rondom de capillairen vh bloedvatenstelsel
o éénlagig plaveiselepitheel, zonder basale membraan
o blind-beginnend
▪ uiteinden zijn als een doodlopende straat
▪ hier wordt het overtollige vocht dat uit de capillairen sijpelt opgevangen (tot 3,6
liter/dag)
o lymfecapillairen rondom het verteringsstelsel gaan bijkomend ook vetten opvangen en naar
grotere lymfevaten transporteren
• lymfecapillairen vloeien samen naar grotere lymfevaten:
o lopen door hele lichaam
o kleppen
3
Het lymfestelsel en immuniteit
zenuwstelsel
Les 7: het lymfestelsel en immuniteit
1. Wat is het lymfestelsel?
2. De 4 onderdelen van het lymfestelsel
3. De aangeboren niet-specifieke immuniteit
4. De specifieke adaptieve immuniteit
5. De cellulaire immuniteit
6. De humorale immuniteit
1
Het lymfestelsel en immuniteit
, Anatomie en Fysiologie van de inwendige organen en het
zenuwstelsel
Les 7: het lymfestelsel en immuniteit
1. Wat is het lymfestelsel?
• Bestaat uit een verzameling cellen, weefsels en organen
o Verantwoordelijk voor verdediging/afweer van ons lichaam
o Beschermt tegen pathogenen of ziekteverwekkers
▪ Virussen
▪ Bacteriën
▪ Schimmels
▪ Parasieten
VERSCHILLENDE VORMEN VAN VERDEDIGING
Niet-specifieke afweer • Beschermt ons tegen om het even welke pathogeen, maakt niet uit
dewelke
1. Anatomische barrières = 1e verdedigingslijn
2. Algemene inflammatoire / ontstekingsreacties = 2e verdedigingslijn
Specifieke afweer • Beschermt ons tegen een specifieke pathogeen
o Bacterie A → ontwikkeling afweer tegen bacterie A
o Virus F → ontwikkeling afweer tegen virus F
o = 3e verdedigingslijn
o 2 soorten cellen:
1. T-lymfocyten
2. B-lymfocyten
Die verdedigingsreactie door T- en B-lymfocyten = immuunreactie of -respons
2. De 4 onderdelen van het lymfestelsel
Verschillende structuren:
• Lymfevaten
• Lymfe
• Lymfocyten
• Lymfoïde weefsels en organen → bestaan uit:
2
Het lymfestelsel en immuniteit
, o Lymfefollikels
o Specifieke lymfeweefsels (vnl in gastro-intestinaal stelsel, maar ook in amandelen)
o Lymfeknopen (“klieren”) + milt + thymus
Functies van het lymfestelsel
1. Productie & transport van lymfocyten
a. Binnendringende ziekteverwekkers afweren
b. Afwijkende lichaamscellen (bv. Tumorcellen) vernietigen
c. Vreemde eiwitten (bv. toxines die gemaakt w door bacteriën) vernietigen
➔ ziek worden ontstaat wanneer het immuunstelsel niet onmiddellijk een antwoord heeft op een
ziekteverwekker. Gelukkig past het zich aan en gaat het op zoek naar een oplossing via de specifieke afweer.
2. Terugkeer van overtollige vloeistoffen, die zijn achtergebleven in de weefsels rond de capillairen
door het overgewicht van de capillaire filtratiedruk
a. Dit vocht w via lymfevaten teruggevoerd → bloed
b. tot 3,6 liter/dag teruggebracht
3. Transport via lymfevaten:
a. voedingsstoffen (vnl. vetten)
b. hormonen
c. afvalstoffen
Lymfevaten
• starten bij lymfcapillairen:
o kleinste buizen
o gelegen rondom de capillairen vh bloedvatenstelsel
o éénlagig plaveiselepitheel, zonder basale membraan
o blind-beginnend
▪ uiteinden zijn als een doodlopende straat
▪ hier wordt het overtollige vocht dat uit de capillairen sijpelt opgevangen (tot 3,6
liter/dag)
o lymfecapillairen rondom het verteringsstelsel gaan bijkomend ook vetten opvangen en naar
grotere lymfevaten transporteren
• lymfecapillairen vloeien samen naar grotere lymfevaten:
o lopen door hele lichaam
o kleppen
3
Het lymfestelsel en immuniteit