Anatomie en Fysiologie van de inwendige organen en het
zenuwstelsel
Les 12: Het endocrien stelsel
1. De homeostase wordt gehandhaafd via communicatie tussen cellen
Homeostase → communicatie van elke cel in het lichaam met zijn buurcellen en weefsels verder weg in het
lichaam door chemische signaalstoffen aan extracellulaire vloeistof af te geven. Het resultaat is dat de functies
van weefsels op plaatselijk niveau worden gecoördineerd.
Communicatie tussen cellen op grotere afstanden wordt door endocriene stelsel en zenuwstelsel
gecoördineerd.
• Werking van het zenuwstelsel:
o Specifieke berichten
o Specifieke bron + bestemming
o Effect is van korte duur
o = kortdurend crisisbeheer
• Werking van het endocriene stelsel:
o Reguleert langduriger, aanhoudende stofwisselingsprocessen
o Maakt gebruik van chemische signaalstoffen (hormonen)
✓ Elk hormoon dat aan het bloed wordt afgegeven + vervoerd, heeft specifieke
doelcellen, die op het hormoon reageren (bevatten receptoren)
Endocrien stelsel + autonoom ZS verantwoordelijk voor de regulatie van (onbewuste) interne processen:
neuro-endocrien systeem
Verschil endocrien stelsel en zenuwstelsel: organisatie + functie
Overeenkomsten : werking
4 overeenkomsten tussen zenuwstelsel en endocrien stelsel
1 Geven stoffen af die zich aan specifieke receptoren op doelcellen binden
2 Hebben gezamenlijke chemische signaalstoffen
Voorbeeld: adrenaline en noradrenaline =
✓ hormonen als ze aan het bloed w afgegeven
✓ neurotransmitters als ze bij een synaps w afgegeven
3 Worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd
4 Coördineren en reguleren de activiteiten van andere cellen – weefsels – organen, zodat de homeostase wordt
gehandhaafd
1
Het endocriene stelsel
, 2. het endocriene stelsel reguleert fysiologische processen via de binding
van hormonen aan receptoren
Endocriene cellen Cellen die klierproducten aan de extracellulaire vloeistof afgeven
Waar?
✓ In endocriene klieren
✓ In andere specifieke weefsels van organen (weefselhormonen
(cytokinen) waaronder prostaglandinen)
Exocriene cellen Cellen die klierproducten op een epitheeloppervlak afgeven
Hormonen Chemische signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en
door de bloedstroom naar doelcellen in andere weefsels worden vervoerd
2
Het endocriene stelsel
,De structuur van hormonen
Er zijn 3 groepen:
1. Aminozuurderivaten:
• Lijken op aminozuren
• Voorbeelden:
✓ Adrenaline
✓ Noradrenaline
✓ Melatonine
✓ Schildklierhormonen
2. Peptidehormonen:
• Bestaan uit ketens van aminozuren
• Grootste groep hormonen
• Voorbeelden:
✓ ADH
✓ Oxytocine
✓ Groeihormoon
✓ Prolactine
3. Vetderivaten:
• Op basis van vetten
• 2 groepen:
1. Steroidhormonen:
• Op basis van cholesterol
• Afgegeven door voortplantingsorgaan + bijnieren
• Onoplosbaar in water → gebonden aan transporteiwitten
2. Eicosanoïden:
• Verbindingen op basis van vetzuren, afgeleid vh vetzuur
arachidonzuur, een vetzuur met 20 koolstofatomen,
bv: prostaglandinen
• meestal plaatselijke effecten
De werkingsmechanismen van hormonen
• Bouw + functie van cellen worden volledig door eiwitten bepaald
• Hormonen wijzigen het functioneren van cellen
o Enkel doelcellen reageren
1. Wijzigen identiteit – activiteit – plaats – hoeveelheid van belangrijke enzymen +
structurele eiwitten in ≠ doelcellen
3
Het endocriene stelsel
, 2. Gevoeligheid doelcel voor bepaald hormoon = afh van aanwezigheid receptor voor
dat hormoon
→ een hormoon kan alleen invloed op een doelcel uitoefenen als deze cel
receptoren heeft waaraan het hormoon zich kan binden → verandering
activiteit cel
3. Waarbij activatie van second messengers (cAMP, calcium)
Tekening: hormoon heeft invloed op skeletspierweefsel (juiste receptor), maar niet op zenuwweefsel
Hormoonwerking op de plasmamembraan
Receptoren voor adrenaline – noradrenaline – peptidehormonen – eicosanoïden bevinden zich in
celmembranen van hun doelcellen.
• Adrenaline Niet in vet oplosbaar → kunnen niet door plasmamembraan
• Noradrenaline → binden zich aan receptoreiwitten op het
• Peptidehormonen buitenste oppervlak vd plasmamembraan
→ geen direct effect op activiteiten in
doelcel
→ wanneer ze aan de juiste receptor
4
Het endocriene stelsel
zenuwstelsel
Les 12: Het endocrien stelsel
1. De homeostase wordt gehandhaafd via communicatie tussen cellen
Homeostase → communicatie van elke cel in het lichaam met zijn buurcellen en weefsels verder weg in het
lichaam door chemische signaalstoffen aan extracellulaire vloeistof af te geven. Het resultaat is dat de functies
van weefsels op plaatselijk niveau worden gecoördineerd.
Communicatie tussen cellen op grotere afstanden wordt door endocriene stelsel en zenuwstelsel
gecoördineerd.
• Werking van het zenuwstelsel:
o Specifieke berichten
o Specifieke bron + bestemming
o Effect is van korte duur
o = kortdurend crisisbeheer
• Werking van het endocriene stelsel:
o Reguleert langduriger, aanhoudende stofwisselingsprocessen
o Maakt gebruik van chemische signaalstoffen (hormonen)
✓ Elk hormoon dat aan het bloed wordt afgegeven + vervoerd, heeft specifieke
doelcellen, die op het hormoon reageren (bevatten receptoren)
Endocrien stelsel + autonoom ZS verantwoordelijk voor de regulatie van (onbewuste) interne processen:
neuro-endocrien systeem
Verschil endocrien stelsel en zenuwstelsel: organisatie + functie
Overeenkomsten : werking
4 overeenkomsten tussen zenuwstelsel en endocrien stelsel
1 Geven stoffen af die zich aan specifieke receptoren op doelcellen binden
2 Hebben gezamenlijke chemische signaalstoffen
Voorbeeld: adrenaline en noradrenaline =
✓ hormonen als ze aan het bloed w afgegeven
✓ neurotransmitters als ze bij een synaps w afgegeven
3 Worden voornamelijk via negatieve terugkoppeling gereguleerd
4 Coördineren en reguleren de activiteiten van andere cellen – weefsels – organen, zodat de homeostase wordt
gehandhaafd
1
Het endocriene stelsel
, 2. het endocriene stelsel reguleert fysiologische processen via de binding
van hormonen aan receptoren
Endocriene cellen Cellen die klierproducten aan de extracellulaire vloeistof afgeven
Waar?
✓ In endocriene klieren
✓ In andere specifieke weefsels van organen (weefselhormonen
(cytokinen) waaronder prostaglandinen)
Exocriene cellen Cellen die klierproducten op een epitheeloppervlak afgeven
Hormonen Chemische signaalstoffen die in het ene weefsel worden afgegeven en
door de bloedstroom naar doelcellen in andere weefsels worden vervoerd
2
Het endocriene stelsel
,De structuur van hormonen
Er zijn 3 groepen:
1. Aminozuurderivaten:
• Lijken op aminozuren
• Voorbeelden:
✓ Adrenaline
✓ Noradrenaline
✓ Melatonine
✓ Schildklierhormonen
2. Peptidehormonen:
• Bestaan uit ketens van aminozuren
• Grootste groep hormonen
• Voorbeelden:
✓ ADH
✓ Oxytocine
✓ Groeihormoon
✓ Prolactine
3. Vetderivaten:
• Op basis van vetten
• 2 groepen:
1. Steroidhormonen:
• Op basis van cholesterol
• Afgegeven door voortplantingsorgaan + bijnieren
• Onoplosbaar in water → gebonden aan transporteiwitten
2. Eicosanoïden:
• Verbindingen op basis van vetzuren, afgeleid vh vetzuur
arachidonzuur, een vetzuur met 20 koolstofatomen,
bv: prostaglandinen
• meestal plaatselijke effecten
De werkingsmechanismen van hormonen
• Bouw + functie van cellen worden volledig door eiwitten bepaald
• Hormonen wijzigen het functioneren van cellen
o Enkel doelcellen reageren
1. Wijzigen identiteit – activiteit – plaats – hoeveelheid van belangrijke enzymen +
structurele eiwitten in ≠ doelcellen
3
Het endocriene stelsel
, 2. Gevoeligheid doelcel voor bepaald hormoon = afh van aanwezigheid receptor voor
dat hormoon
→ een hormoon kan alleen invloed op een doelcel uitoefenen als deze cel
receptoren heeft waaraan het hormoon zich kan binden → verandering
activiteit cel
3. Waarbij activatie van second messengers (cAMP, calcium)
Tekening: hormoon heeft invloed op skeletspierweefsel (juiste receptor), maar niet op zenuwweefsel
Hormoonwerking op de plasmamembraan
Receptoren voor adrenaline – noradrenaline – peptidehormonen – eicosanoïden bevinden zich in
celmembranen van hun doelcellen.
• Adrenaline Niet in vet oplosbaar → kunnen niet door plasmamembraan
• Noradrenaline → binden zich aan receptoreiwitten op het
• Peptidehormonen buitenste oppervlak vd plasmamembraan
→ geen direct effect op activiteiten in
doelcel
→ wanneer ze aan de juiste receptor
4
Het endocriene stelsel