Hoofdstuk 3: complicaties door onvoldoende lichaamsbeweging.
3.1 Inleiding
Mensen die gebonden zijn aan bed, rolstoel of door andere manier weinig beweging hebben kans op
het krijgen van complicaties.
3.2 Decubitus
Decubitus = plaatselijke schade van de huid en/of onderliggend weefsel. Deze schade ontstaat door
druk of druk gecombineerd met schuifkrachten. Het ontstaat vaak op plekken waar een bot vlak
onder huidoppervlak zit. De huid, vetweefsel, spierweefsel en bindweefsel kunnen beschadigd zijn
door onvoldoende bloedtoevoer naar weefsels.
3.2.1 Hoe is decubitus te verklaren?
Weefsels hebben voedingsstoffen en zuurstof nodig, omdat dit in energie hiervoor wordt omgezet
(stofwisseling). Voedingstoffen en zuurstof worden door bloed aangevoerd en afvalproducten
worden afgevoerd (goede doorbloeding belangrijk). Je kut de huid testen op goede doorbloeding. Dit
doe je door op de huid te duwen, als de huid wit word betekent dat de doorbloeding goed is.
Langdurige lichte druk maakt meer weefsel kapot dan kortdurige hoge druk. Druk het hoogste bij
botweefsel.
3.2.2 ontstaan van decubitus
Decubitus begint meestal in vet- en spierweefsel, ligt onder huid (vetweefsel) en dicht bij de botten
(spierweefsel). Aan huid nog niets te zien, huid na tijdje rood van kleur (doe de drukproef).
Wegdrukbaar niet, niet-wegdrukbaar wel. Hierna ontstaat oedeemvorming, eerst in
onderliggende weefsels daarna ook op huid. Ook te controleren met drukproef, druk met vinger
putje in huid na tijdje nog zichtbaar is er oedeemvorming (hierna soms blaasjes met pus). En als
laatste kleurt de huid blauwrood en later donkerblauw, en uiteindelijk zwart (dood). Dit is necrotisch
weefsel en wordt vaak verwijderd decubituswond. 4 categorieën voor veranderingen van huid (je
kunt ze van elkaar zien maar hoeven elkaar niet perse op te volgen):
1. Niet weg te drukken roodheid, verkleuring van huid, warmte, oedeem (vochtophoping) en
verharding van weefsel (huid wel nog intact).
2. Blaarvorming en ontvelling, letsel oppervlakkig en klinisch observeerbaar (opengesprongen
blaren horen hier ook bij).
3. Oppervlakkige decubituswond, letsel van de huid klinisch waarneembaar als een diepe krater
(necrose aan het subcutane weefsel).
4. Diepe decubituswond, ernstig letsel van huid met weefselschade of weefselversterf (necrose)
aan spieren, botweefsel of ondersteunende weefsels.
3.2.3 Oorzaken en invloeden
Oorzaken decubitus druk en schuifkrachten. Voorkomen door directe oorzaken en zorgvrager
gebonden oorzaken of invloeden. Directe oorzaken:
Drukkrachten: krachten die loodrecht op lichaam worden uitgeoefend (bijv. langdurige druk
van prothese).
Schuifkrachten: krachten die in lengterichting van huid worden uitgeoefend (bijv.
onderuitgezakte houding).
Wrijfkrachten: combinatie van druk- en schuifkrachten (bijv. te strak laken).
1