Godsdienst wegen naar verlossing
H1 Hindoeïsme – een eeuwige orde
Bij opgravingen in de vallei van de rivier de Indus, werden overblijfselen gevonden
van een oude cultuur. Dit was rond 3000 v.c.j al een volk met hoogontwikkelde
stedencultuur. De bewoners geloofde dat ‘het ritme van het leven’ door goddelijke
krachten in stand werd gehouden. Hindoes noemen hun godsdienst nog vaak
‘santana dharma’, wat eeuwige orde betekent. Rond 1500 v.c.j. werd de cultuur
voorgoed verandert. De Ariërs vielen Noord-India binnen en zijn zich voorgoed in
India gaan vestigen. Ze hebben grote invloed gehad, omdat ze hun godsdienst en
taal (Sanskriet) overdroegen aan de gehele bevolking. Swastika in een oud symbool
van de ariërs voor reïncarnatie en de dagelijkse cyclus van de zon. Het was in die tijd
het teken van de eeuwige kringloop van wedergeboorten. De 2 bevolkingsgroepen
zijn gaan samensmelten en dat werd later het hindoeïsme genoemd.
Kenmerkend voor de Indiase samenleving is de maatschappelijke verdeling van de
bevolking in vier groepen of ‘lagen’ > ook wel kasten. De ‘onderkasten’ werden
ontwikkeld en samen vormen ze meer dan 2000 subkasten > djati (geboorte).alleen
door geboorte kan je in een kaste behoren en je kan het niet verlaten. De
oorspronkelijke benaming van kaste was warna, dit betekent kleur.
1. Brahmanen
Priesters, hoogleraren, hoge ambtenaren of ministers (kok)
2. Ksatria’s
Soldaten, heersers (de krijgers)
3. Vaisja’s
Landeigenaren, middenstanders, boeren en arbeiders
4. Sjoerdra’s
Dienaren en slaven
Kastelozen (onraakbaren) vallen onder de paria’s of dalits (onderdrukten). Zij worden
gezien als onrein. Buitenlanders worden ook als kastelozen gezien. Degenen
bovenaan het kastensysteem zijn het meest rein> dichterbij het goddelijke.
Reïncarnatie > het ziel (atman) verlaat het lichaam na de dood en wordt opnieuw
geboren in een ander organisme. Karman > de totale som van alles wat een mens
heeft gedaan in zijn leven. Samsara > de voortdurende kringloop van
wedergeboorten. Het hoogste levensdoel is de moksja (verlossing) > doorbreken van
de kringloop van de wedergeboorten. Dit is een lange en moeilijke weg. Het leven
van een eeuwigdurende kringloop is ook in de overtuiging dat de plichten van mens
met de orde in de natuur samenhangen > dharma (wet) = goddelijke orde van het
natuurlijk evenwicht. 3 wegen van verlossingen:
Meditatie
Plichten vervullen van kaste
Verering van goden
Aangezien hindoes geloven dat het brahman aanwezig is in alles wat leeft, is heel de
natuur goddelijk. De goden in het hindoeïsme zijn van oorsprong altijd verbonden
geweest met de elementen van de natuur.
H1 Hindoeïsme – een eeuwige orde
Bij opgravingen in de vallei van de rivier de Indus, werden overblijfselen gevonden
van een oude cultuur. Dit was rond 3000 v.c.j al een volk met hoogontwikkelde
stedencultuur. De bewoners geloofde dat ‘het ritme van het leven’ door goddelijke
krachten in stand werd gehouden. Hindoes noemen hun godsdienst nog vaak
‘santana dharma’, wat eeuwige orde betekent. Rond 1500 v.c.j. werd de cultuur
voorgoed verandert. De Ariërs vielen Noord-India binnen en zijn zich voorgoed in
India gaan vestigen. Ze hebben grote invloed gehad, omdat ze hun godsdienst en
taal (Sanskriet) overdroegen aan de gehele bevolking. Swastika in een oud symbool
van de ariërs voor reïncarnatie en de dagelijkse cyclus van de zon. Het was in die tijd
het teken van de eeuwige kringloop van wedergeboorten. De 2 bevolkingsgroepen
zijn gaan samensmelten en dat werd later het hindoeïsme genoemd.
Kenmerkend voor de Indiase samenleving is de maatschappelijke verdeling van de
bevolking in vier groepen of ‘lagen’ > ook wel kasten. De ‘onderkasten’ werden
ontwikkeld en samen vormen ze meer dan 2000 subkasten > djati (geboorte).alleen
door geboorte kan je in een kaste behoren en je kan het niet verlaten. De
oorspronkelijke benaming van kaste was warna, dit betekent kleur.
1. Brahmanen
Priesters, hoogleraren, hoge ambtenaren of ministers (kok)
2. Ksatria’s
Soldaten, heersers (de krijgers)
3. Vaisja’s
Landeigenaren, middenstanders, boeren en arbeiders
4. Sjoerdra’s
Dienaren en slaven
Kastelozen (onraakbaren) vallen onder de paria’s of dalits (onderdrukten). Zij worden
gezien als onrein. Buitenlanders worden ook als kastelozen gezien. Degenen
bovenaan het kastensysteem zijn het meest rein> dichterbij het goddelijke.
Reïncarnatie > het ziel (atman) verlaat het lichaam na de dood en wordt opnieuw
geboren in een ander organisme. Karman > de totale som van alles wat een mens
heeft gedaan in zijn leven. Samsara > de voortdurende kringloop van
wedergeboorten. Het hoogste levensdoel is de moksja (verlossing) > doorbreken van
de kringloop van de wedergeboorten. Dit is een lange en moeilijke weg. Het leven
van een eeuwigdurende kringloop is ook in de overtuiging dat de plichten van mens
met de orde in de natuur samenhangen > dharma (wet) = goddelijke orde van het
natuurlijk evenwicht. 3 wegen van verlossingen:
Meditatie
Plichten vervullen van kaste
Verering van goden
Aangezien hindoes geloven dat het brahman aanwezig is in alles wat leeft, is heel de
natuur goddelijk. De goden in het hindoeïsme zijn van oorsprong altijd verbonden
geweest met de elementen van de natuur.