Medische bacteriologie: samenvatting theorie
HOOFDSTUK 11: HET ANTIBIOGRAM
DOEL VAN HET ANTIBIOGRAM
Klinische analyse in labo bacteriologie:
- Staal komt binnen in labo
- Isolatie van kiem via klassieke kweekmethode
- Biochemische identificatie van kolonies en antibiogram of MALDI-TOF
o Identificatie: welke kiem?
o Klinische gevoeligheid van de kiem t.o.v. AB
- Rapportage naar arts
- Welke therapie?
o Welke AB zijn bruikbaar? (welke dosis?)
o Gaat het om een resistente stam?
- Voorspellen of een antibioticabehandeling zal aanslaan of niet a.d.h.v. antibiogram
o Bepalen MIC
o Bepalen inhibitiezone (diskdiffusie) en vergelijken met kritische breekpunten (Kirby-Bauer)
GEVOELIGHEID VAN BACTERIËN
ANTIBIOTICA
= Organische moleculen die specifiek vitale (metabolische) processen van bacteriën verstoren.
- Werken bacteriostatisch (inhibitie groei)
- Werken bactericied (afsterven bacteriële cellen)
BIOLOGISCHE GEVOELIGHEID
Bepalen MIC (minimale inhiberende concentratie) van antibioticum. (= de laagste conc. van een AB dat de groei
van m.o. kan beletten)
MIC bepalen: verdunningsreeks kweek op VB’s met verschillende AB concentraties:
- Dilutie in vloeibaar midden
- Plaatdilutiemethode (vaste bodem)
à na incubatie aflezen wat laagste conc. is van AB waar geen groei is
à MIC = gevoeligheid ‘in vitro’
Men kan ook gebruik maken van micro-titerplaten of de epsilometertest (E-test) voor het aflezen van de MIC.
89
, Medische bacteriologie: samenvatting theorie
KLINISCHE GEVOELIGHEID
= voorspelt of infectie met bepaalde m.o. al dan niet gunstig zal beantwoorden aan de therapie met het geteste
AB bij de gebruikelijke dosis.
à vergelijking: MIC « bereikbare conc. in weefsels van patiënten na toedienen van normale dosis
De plasmaconc. reflecteert de conc. in de weefsels waar het AB werkzaam moet zijn
Wordt de MIC ook in vivo bereikt?
Belangrijke parameters bij nagaan conc. na toedienen dosissen:
- LKC: lagere kritische concentratie: gemiddelde
plasmaconcentratie bij toedienen van een normale dosis van
het AB
- HKC: hogere kritische concentratie: gemiddelde
plasmaconcentratie bij toedienen van een hogere dosis van
het AB
Overstijgt de LKC de MIC?
Categorieën:
- S: MIC £ LKC (gevoelig: MIC wordt bereikt)
- R: MIC ³ HKC (resistent: MIC wordt niet bereikt)
- LKC < MIC < HKC (intermediair gevoelig: MIC wordt enkel bereikt bij toedienen hoge dosis)
OPM: men kan voorspellen of AB zal aanslaan maar AB is een hulpmiddel! à infecties genezen door eigen afweer
(zie 90/60 rule)
Toch is het belangrijk te zorgen voor een goed uitgevoerde gevoeligheidsbepaling bij AB-therapie.
ANTIBIOGRAM VOLGENS DE DILUTIEMETHODE: MIC?
DILUTIE IN VLOEIBAAR MIDDEN
Doel = uitvoeren klassieke MIC-bepaling (soms E-test)
Werkwijze:
- Reeks tubes wordt gevuld met broth met elk een verschillende conc. aan AB (een tube bevat geen AB =
positieve controle)
- Een suspensie of inoculum van het testorganisme wordt gestandaardiseerd toegevoegd aan elke tube
(eindvolume steeds gelijk net als startvolume bacteriën)
- Incubatie
- Buisje met laagste conc. aan AB waar geen troebeling te zien is zoekt men = deze AB-concentratie is dan
de MIC: laagste conc. van het AB die de groei van m.o. inhibeert
90
, Medische bacteriologie: samenvatting theorie
PLAATDILUTIEMETHODE
Doel = MIC-bepaling (1) of bepaling van de klinische gevoeligheid (2)
Men bereidt een verdunningsreeks van het AB (1) of men bereidt 2 concentraties die overeenstemmen met 2
kritische concentraties (2).
Werkwijze:
- MH-agar wordt gesteriliseerd op verschillende recipiënten
- Afkoelen tot 56°C
- AB toevoegen (verschillende concentraties in verschillende recipiënten)
((1) Reeks verschillende conc. (2) enkel LKC en HKC)
- Platen worden gevuld
- Platen worden geënt via radiale streepenting m.b.v. multipoint inoculator à zorgt voor spots in
bodem
- Incubatie 18 à 24u op 36°C
Interpretatie:
(1) Op welke plaat is er geen meer groei à MIC afleiden
(2) R, S of I à conclusie over klinische gevoeligheid
a. Groei op bodem = isolaat is R
b. Geen groei op bodem = isolaat is S
c. Groei op plaat met LKC en geen groei op plaat met HKC = isolaat is I
ANTIBIOGRAM VOLGENS DE DIFFUSIEMETHODE: INHIBITIEZONE?
à meest gebruikte routinemethode
à Testen van individuele stam op gevoeligheid voor verschillende AB
à volgens richtlijnen EUCAST (tabellen)
PRINCIPE
- Geïsoleerde kiem wordt geënt op MH-plaat
- Verschillende AB-schijfjes aanbrengen
- Incubatie op 37°C
à AB diffunderen in agarbodem (daling AB-conc.)
à ontstaan cirkelvormige inhibitiezones rond AB
- Inhibitiezone afhankelijk van:
o Groeisnelheid m.o.
o Inhiberende werking AB
- Groeizonegrens: AB verspreidt zich verder door diffusie en verdunt tot op conc. waarbij het niet meer
inhiberend is
OPM: gebruik vaste conc. aan antibiotica à oppervlakte van inhibitiezone is functie van MIC + functie van
gevoeligheid van het m.o.
Hoe kleiner MIC, hoe groter de gevoeligheid en hoe groter de inhibitiezone.
91
HOOFDSTUK 11: HET ANTIBIOGRAM
DOEL VAN HET ANTIBIOGRAM
Klinische analyse in labo bacteriologie:
- Staal komt binnen in labo
- Isolatie van kiem via klassieke kweekmethode
- Biochemische identificatie van kolonies en antibiogram of MALDI-TOF
o Identificatie: welke kiem?
o Klinische gevoeligheid van de kiem t.o.v. AB
- Rapportage naar arts
- Welke therapie?
o Welke AB zijn bruikbaar? (welke dosis?)
o Gaat het om een resistente stam?
- Voorspellen of een antibioticabehandeling zal aanslaan of niet a.d.h.v. antibiogram
o Bepalen MIC
o Bepalen inhibitiezone (diskdiffusie) en vergelijken met kritische breekpunten (Kirby-Bauer)
GEVOELIGHEID VAN BACTERIËN
ANTIBIOTICA
= Organische moleculen die specifiek vitale (metabolische) processen van bacteriën verstoren.
- Werken bacteriostatisch (inhibitie groei)
- Werken bactericied (afsterven bacteriële cellen)
BIOLOGISCHE GEVOELIGHEID
Bepalen MIC (minimale inhiberende concentratie) van antibioticum. (= de laagste conc. van een AB dat de groei
van m.o. kan beletten)
MIC bepalen: verdunningsreeks kweek op VB’s met verschillende AB concentraties:
- Dilutie in vloeibaar midden
- Plaatdilutiemethode (vaste bodem)
à na incubatie aflezen wat laagste conc. is van AB waar geen groei is
à MIC = gevoeligheid ‘in vitro’
Men kan ook gebruik maken van micro-titerplaten of de epsilometertest (E-test) voor het aflezen van de MIC.
89
, Medische bacteriologie: samenvatting theorie
KLINISCHE GEVOELIGHEID
= voorspelt of infectie met bepaalde m.o. al dan niet gunstig zal beantwoorden aan de therapie met het geteste
AB bij de gebruikelijke dosis.
à vergelijking: MIC « bereikbare conc. in weefsels van patiënten na toedienen van normale dosis
De plasmaconc. reflecteert de conc. in de weefsels waar het AB werkzaam moet zijn
Wordt de MIC ook in vivo bereikt?
Belangrijke parameters bij nagaan conc. na toedienen dosissen:
- LKC: lagere kritische concentratie: gemiddelde
plasmaconcentratie bij toedienen van een normale dosis van
het AB
- HKC: hogere kritische concentratie: gemiddelde
plasmaconcentratie bij toedienen van een hogere dosis van
het AB
Overstijgt de LKC de MIC?
Categorieën:
- S: MIC £ LKC (gevoelig: MIC wordt bereikt)
- R: MIC ³ HKC (resistent: MIC wordt niet bereikt)
- LKC < MIC < HKC (intermediair gevoelig: MIC wordt enkel bereikt bij toedienen hoge dosis)
OPM: men kan voorspellen of AB zal aanslaan maar AB is een hulpmiddel! à infecties genezen door eigen afweer
(zie 90/60 rule)
Toch is het belangrijk te zorgen voor een goed uitgevoerde gevoeligheidsbepaling bij AB-therapie.
ANTIBIOGRAM VOLGENS DE DILUTIEMETHODE: MIC?
DILUTIE IN VLOEIBAAR MIDDEN
Doel = uitvoeren klassieke MIC-bepaling (soms E-test)
Werkwijze:
- Reeks tubes wordt gevuld met broth met elk een verschillende conc. aan AB (een tube bevat geen AB =
positieve controle)
- Een suspensie of inoculum van het testorganisme wordt gestandaardiseerd toegevoegd aan elke tube
(eindvolume steeds gelijk net als startvolume bacteriën)
- Incubatie
- Buisje met laagste conc. aan AB waar geen troebeling te zien is zoekt men = deze AB-concentratie is dan
de MIC: laagste conc. van het AB die de groei van m.o. inhibeert
90
, Medische bacteriologie: samenvatting theorie
PLAATDILUTIEMETHODE
Doel = MIC-bepaling (1) of bepaling van de klinische gevoeligheid (2)
Men bereidt een verdunningsreeks van het AB (1) of men bereidt 2 concentraties die overeenstemmen met 2
kritische concentraties (2).
Werkwijze:
- MH-agar wordt gesteriliseerd op verschillende recipiënten
- Afkoelen tot 56°C
- AB toevoegen (verschillende concentraties in verschillende recipiënten)
((1) Reeks verschillende conc. (2) enkel LKC en HKC)
- Platen worden gevuld
- Platen worden geënt via radiale streepenting m.b.v. multipoint inoculator à zorgt voor spots in
bodem
- Incubatie 18 à 24u op 36°C
Interpretatie:
(1) Op welke plaat is er geen meer groei à MIC afleiden
(2) R, S of I à conclusie over klinische gevoeligheid
a. Groei op bodem = isolaat is R
b. Geen groei op bodem = isolaat is S
c. Groei op plaat met LKC en geen groei op plaat met HKC = isolaat is I
ANTIBIOGRAM VOLGENS DE DIFFUSIEMETHODE: INHIBITIEZONE?
à meest gebruikte routinemethode
à Testen van individuele stam op gevoeligheid voor verschillende AB
à volgens richtlijnen EUCAST (tabellen)
PRINCIPE
- Geïsoleerde kiem wordt geënt op MH-plaat
- Verschillende AB-schijfjes aanbrengen
- Incubatie op 37°C
à AB diffunderen in agarbodem (daling AB-conc.)
à ontstaan cirkelvormige inhibitiezones rond AB
- Inhibitiezone afhankelijk van:
o Groeisnelheid m.o.
o Inhiberende werking AB
- Groeizonegrens: AB verspreidt zich verder door diffusie en verdunt tot op conc. waarbij het niet meer
inhiberend is
OPM: gebruik vaste conc. aan antibiotica à oppervlakte van inhibitiezone is functie van MIC + functie van
gevoeligheid van het m.o.
Hoe kleiner MIC, hoe groter de gevoeligheid en hoe groter de inhibitiezone.
91