Nederlands: samenvatting les 5,12
en 33
Les 5 ~ ‘Een web van woorden’
- Een netwerk van associaties:
o Woorden staan nooit op zichzelf -> elk woord verbind je met
een ander woord -> zo ontstaan er netwerken van associaties
o Een hub is een woord waar heel veel andere woorden aan
gelinkt zijn vooral eigenschappen en kleuren.
o Vroeg geleerde woorden zijn belangrijk in de uitbouw van het
mentaal lexicon -> als jong bent heb je een kleine set van
woorden (centrale woorden) later leer je nieuwe woorden en
die link je aan die centrale woorden
o Hoe rijker je bent aan woorden -> hoe sneller je nieuwe
woorden leert
- Een mentaal lexicon:
o De term mentaal lexicon wordt gebruikt om het ‘woordenboek
in ons hoofd’ te onderscheiden van een ‘gewoon’
woordenboek en om te benadrukken dat het gaat om een
individueel kennissysteem.
o In een mentaal lexicon zijn de woorden in een netwerk van
associaties met elkaar verbonden. In dit associatienetwerk zijn
er knooppunten of hubs waarrond woordvelden groeien.
o De woorden in ons hoofd zijn ook hiërarchisch geordend in
hoofd- en subcategorieën. ( 2 hyperoniem – 1 basisniveau – 3
hyponiem)
o Het mentaal lexicon maakt deel uit van ons
langetermijngeheugen. Van elk woord zijn er verschillende
eigenschappen opgeslagen ->
*fonologische identiteit (klank en uitspraak)
*morfologische identiteit (opbouw van een woord)
*semantische identiteit (betekenis)
*syntactische identiteit (woorden in zinnen = grammatica)
*orthografische identiteit (spelling)
- Woordvelden:
o Woordvelden ontstaan op basis van relaties ->
*gelijke betekenis, maar verschillende vormen = synoniem
*tegengestelde betekenissen = antoniemen
, *gelijke vormen met volledig verschillende betekenis =
homoniemen
*gelijke vormen met verschillende verwante betekenissen =
polysemie
Les 12 ~ ‘Na de kick kwam de boost’
- Leenwoorden uit het Engels:
foodpairing shakenbabysyndroo onenightstand
m
greenwashing content multiplechoicevraag
namedropping geeks shoppingcenter
cross-overfestival early adopters rock-‘n-roll
spin-off backbencher collector’s item
prequel taskforce e-mail
no-gozone reschuffle non-stopvlucht
sacjacking bluejeans drive-inbioscoop
up-to-date no-nonsensepolitiek humanresourcesafdel
ing
bed-and- stand-upcomedians latenightschow
braekfastformule
writer’s block lastminuteaanbiedi muziek-e-zine
ngen
non-profitorganisatie singer-songwriter steppingstonetheorie
harddrugs i-bankieren cover-upoperatie
drop-outcijfer check-intijden voice-overeffect
play-offspeeldag bore-outsyndroom research
Woordvelden = computer & internet, cultuur & media, politiek,
mode, scheldwoorden, misdaad, gamen, literatuur,…
- Vreemde woorden in het Nederlands:
o Veel Nederlandse woorden zijn leenwoorden of ontleningen uit
andere talen.
o Vreemde woorden zijn woorden die het Nederlands
onveranderd uit een andere taal heeft overgenomen (junkie,
sales, manager,…)
en 33
Les 5 ~ ‘Een web van woorden’
- Een netwerk van associaties:
o Woorden staan nooit op zichzelf -> elk woord verbind je met
een ander woord -> zo ontstaan er netwerken van associaties
o Een hub is een woord waar heel veel andere woorden aan
gelinkt zijn vooral eigenschappen en kleuren.
o Vroeg geleerde woorden zijn belangrijk in de uitbouw van het
mentaal lexicon -> als jong bent heb je een kleine set van
woorden (centrale woorden) later leer je nieuwe woorden en
die link je aan die centrale woorden
o Hoe rijker je bent aan woorden -> hoe sneller je nieuwe
woorden leert
- Een mentaal lexicon:
o De term mentaal lexicon wordt gebruikt om het ‘woordenboek
in ons hoofd’ te onderscheiden van een ‘gewoon’
woordenboek en om te benadrukken dat het gaat om een
individueel kennissysteem.
o In een mentaal lexicon zijn de woorden in een netwerk van
associaties met elkaar verbonden. In dit associatienetwerk zijn
er knooppunten of hubs waarrond woordvelden groeien.
o De woorden in ons hoofd zijn ook hiërarchisch geordend in
hoofd- en subcategorieën. ( 2 hyperoniem – 1 basisniveau – 3
hyponiem)
o Het mentaal lexicon maakt deel uit van ons
langetermijngeheugen. Van elk woord zijn er verschillende
eigenschappen opgeslagen ->
*fonologische identiteit (klank en uitspraak)
*morfologische identiteit (opbouw van een woord)
*semantische identiteit (betekenis)
*syntactische identiteit (woorden in zinnen = grammatica)
*orthografische identiteit (spelling)
- Woordvelden:
o Woordvelden ontstaan op basis van relaties ->
*gelijke betekenis, maar verschillende vormen = synoniem
*tegengestelde betekenissen = antoniemen
, *gelijke vormen met volledig verschillende betekenis =
homoniemen
*gelijke vormen met verschillende verwante betekenissen =
polysemie
Les 12 ~ ‘Na de kick kwam de boost’
- Leenwoorden uit het Engels:
foodpairing shakenbabysyndroo onenightstand
m
greenwashing content multiplechoicevraag
namedropping geeks shoppingcenter
cross-overfestival early adopters rock-‘n-roll
spin-off backbencher collector’s item
prequel taskforce e-mail
no-gozone reschuffle non-stopvlucht
sacjacking bluejeans drive-inbioscoop
up-to-date no-nonsensepolitiek humanresourcesafdel
ing
bed-and- stand-upcomedians latenightschow
braekfastformule
writer’s block lastminuteaanbiedi muziek-e-zine
ngen
non-profitorganisatie singer-songwriter steppingstonetheorie
harddrugs i-bankieren cover-upoperatie
drop-outcijfer check-intijden voice-overeffect
play-offspeeldag bore-outsyndroom research
Woordvelden = computer & internet, cultuur & media, politiek,
mode, scheldwoorden, misdaad, gamen, literatuur,…
- Vreemde woorden in het Nederlands:
o Veel Nederlandse woorden zijn leenwoorden of ontleningen uit
andere talen.
o Vreemde woorden zijn woorden die het Nederlands
onveranderd uit een andere taal heeft overgenomen (junkie,
sales, manager,…)