peroneus communis in patiënten met lagerugpijn-gerelateerde beenpijn
ABSTRACT:
Manuele palpatie en algometer
Meten van PPT = pressure pain threshold
Mechanosensitiviteit testen door de SLR en Slump (referentietesten)
INLEIDING:
Neurale weefsel mechanosensitiviteit = gevoeligheid van de zenuw en pijn als reactie op
bewegingen die rek brengen op de zenuw
SLR test de mechanosensitiviteit van de n. ischiadicus
reproduceren van de herkenbare pijn bij de SLR of Slump (al dan niet met DF)
1 van de factoren van mechanosensitiviteit
Zenuwbundelinflammatie pijn + beschermende spierreactie bij provocatie
Verhoogde gevoeligheid bij provocatie (Slump, SLR of palpatie) vaststellen met PPT’s
METHODES:
Index test = manuele palpatie
Referentietest = Slump + SLR
Manuele palpatie volgens gestandaardiseerde procedure zachte druk op 3 plaatsen:
o N. ischiadicus: punt op het midden tussen de tuber ischiadicum en de trochanter
major
o N. tibialis: in het midden van de popliteale fossa
o N. peroneus communis: waar het achter de fibulakop gaat om er rond te draaien
UH: n. ischiadicus en n. tibialis in buiklig; n. peroneus communis in ruglig met binnen
geplooid
Bilateraal palperen en vragen naar de pijn/discomfort
Positieve test als er meer pijn/discomfort is aan de symptomatische zijde
2de test = mechanische palpatie via het meten van de PPT
Gemeten met een elektronische, digitale algometer
P. geeft aan bij gevoel van veranderde druk of druk en pijn
SLR en Slump als vervolledigen van de test
SLR:
o Ruglig
o Tot significante verandering van de WS tijdens het bewegen of tot P. pijn aangeeft
o Verbale vraagstelling
o Passief DF en vragen naar zelfde gevoel, erger of vermindering
Slump:
o Slumped positie in zit
o Cervicale flexie ingebracht door de therapeut
o Passieve knie-extensie
o Tot significante verandering van de WS tijdens het bewegen of tot P. pijn aangeeft
o Verbale vraagstelling
o Passief DF en vragen naar zelfde gevoel, erger of vermindering
1