ARCHITECTURE
21/a Filosofie
,1. De Inleiding van Filosofie
• Filosofie: Ontstaan doordat mensheid streeft naar kennis (v nature)
“Waarom is er iets, eerder dan niets?”
> Iemand wandelt naakt over straat, wij vragen ons
af waarom hij dat doet, hond zou dat niet doen.
> Waarom ziek? → Waarom serven we?: onze vraag
naar reden gaat steeds dieper.
= drukt verlangen / streven naar kennis en wijsheid uit
Waarom is de wereld er? : Zoeken hiervoor uitleg : vinden geen
antwoord op? : uitleg ontwikkelen : ontstaan mythes / verhaal
2. Het ontstaan van Filosofie
2.1. Mythes
• Vóór filosofie: mythes (komt van Griekse MYTHO: verhaal):
Verhaal dat een uitleg ontwikkeld voor dingen die we niet verstaan:
“ooit was er ergens eens” = Onbepaalde tijd & plaats
o Mythe van Stephanos: Oorsprong v alles : Wereld & Goden
Wij als bolvormige wezens (Perfectie & voldaan)
> Bol = perfect geometrisch figuur
Oppergod Zeus gooide bliksem (door jaloezie en
nutteloos gevoel hadden) stukken die ons (als bol) in 2
brak: met als gevolg dat iedereen op zoek is naar zijn
wederhelft om hun terug compleet te maken → LIEFDE
o Mythe van Adam & Eva: Er is geen connectie met deze wereld van
adam & eva, en de wereld waar wij leven: parallelle wereld
o God zegt: Eet niet van de appel aan de boom
van kennis (boom van goed & kwaad)
o Word toch gedaan met als gevolg: weggestuurd
o Uit het paradijs gestuurd: Schaamte/Naaktheid
Mensen hebben een geweten (dieren niet)
> Weet van goed & kwaad
o Scheppingsverhaal Bijbel: God schiep de wereld in 7 dagen
o Waarom niet in 4 dagen?
o Kan niet doorvragen ≠ geldige reden
, 2.2. Van Mythe naar Filosofie: “Het Grieks Mirakel”
• Mensen aanvaarden minder mythes: Willen een echte verklaring
> Komst van rede door menselijk verstand (geweten)
de
• Circa 5 Eeuw VC ontstaan
• Rede zorgt ervoor dat we het verschil zien tussen werkelijkheid &
verhaaltjes. We eisen een verstaanbare (en dus redelijke) uitleg:
inzichtelijk en begrijpbaar
2.3. Socrates
• Eerste filosoof
• Eerste filosoof met figuren en werk: PLATO (met als leermeester Socrates)
o Geschreven op redelijke manier door inzichten en geen verhalen
o In Dialoogvorm via theaterstukken (in vorm van een gesprek)
o Hoe te werk gaan:? → Dialoog en discussie aangaan
▪ Gaat kritisch en gericht vragen stellen in een conflict (tussen
bv 2 mensen) als een soort van onderhandelaar.
(Ondervraagt opponent over redeneringen die zijn
consistenties en zwakheden moet toegeven)
▪ Weet zelf niet en heeft geen meningen
▪ Techniek om anderen tot inzicht te laten komen via simpele
maar moeilijke vragen en uw persoonlijke meningen te laten
verdwijnen (DOXA).
▪ Stelt vragen zoals “zou het dit zijn of dat”? Gaat verder de
argumenten uitvragen waardoor persoon ziet dat zijn
mening niet doordacht is.
▪ Oorzaak: komen tot de definitie dat bij beiden past
• Tot EPISTÈMÈ: de echte mening/kennis; iets waar
iedereen moet en mee kan instemmen.
Socrates was hierbij de persoon die steeds in dialoog ging in Plato zijn boeken.
Hij bleef vragen stellen en deed zich niet voor als alwetende.
Gestorven door mensen en kinderen slechte invloed te geven (laat jeugd
zelfbeeld geven om niet te luisteren) en moest gifbeker drinken.
, 2.4. De reflectie van filosofie
• Filosofie = Nadenken over dingen die er al zijn en afstand nemen
van een mening. Geen antwoord geven maar alleen maar de vraag
analyseren. → = de basis van wetenschap (zonder verwijzing naar
iets mythisch een echte verklaring kunnen vinden).
• Ontstaan doordat de mensheid streeft naar kennis (v nature)
• Dingen die vanzelfsprekend zijn en geen uitleg nodig hebben
gaan filosofen net in vraag stellen
• Het verkondigt de waarheid niet maar achterhaalt ze door vragen te stellen
• Filosofen geven geen antwoord/mening maar gaan enkel de feiten laten zien
• Filosofie is radicaal kritisch & vraagt zichzelf ook de vraag, wetenschap
is hier een spin off van; dit zijn eerder tijdelijke vaststellingen.
• F= Attitude om ergens bij stil te kunnen staan; hoe we
kijken naar bepaalde dingen en de omgang ervan.
• Onze waarheid is de wetenschap in de vorm van bepaalde stellingen
die gebaseerd zijn op een x aantal observaties. Dit kan wel nog altijd
ontkracht worden door nieuwe observaties.
• “Alle zwanen zijn wit” → Later ontdekt men toch een zwarte
3. Plato
3.1. Algemeen
• Had belangrijke rol op Aristoteles
• De oervader van filosofie met als leraar Aristoteles
• Stichter van eerste universiteit in het westen
• Systematische denker: ontwikkelde eigen gedachtensysteem (als 1ste)
• Zit NU nog steeds in onze mentaliteit door de grote impact op onze
cultuur; vandaag zijn er geen verdedigers meer van het Platonisme
• Concept voor ruimte = Chora
Wat wij zien is maar een schaduw van de werkelijkheid.
Hetgeen wat we waarnemen zijn zintuigelijke dingen en
zijn afschaduwen / afbeeldingen van ideeën.
21/a Filosofie
,1. De Inleiding van Filosofie
• Filosofie: Ontstaan doordat mensheid streeft naar kennis (v nature)
“Waarom is er iets, eerder dan niets?”
> Iemand wandelt naakt over straat, wij vragen ons
af waarom hij dat doet, hond zou dat niet doen.
> Waarom ziek? → Waarom serven we?: onze vraag
naar reden gaat steeds dieper.
= drukt verlangen / streven naar kennis en wijsheid uit
Waarom is de wereld er? : Zoeken hiervoor uitleg : vinden geen
antwoord op? : uitleg ontwikkelen : ontstaan mythes / verhaal
2. Het ontstaan van Filosofie
2.1. Mythes
• Vóór filosofie: mythes (komt van Griekse MYTHO: verhaal):
Verhaal dat een uitleg ontwikkeld voor dingen die we niet verstaan:
“ooit was er ergens eens” = Onbepaalde tijd & plaats
o Mythe van Stephanos: Oorsprong v alles : Wereld & Goden
Wij als bolvormige wezens (Perfectie & voldaan)
> Bol = perfect geometrisch figuur
Oppergod Zeus gooide bliksem (door jaloezie en
nutteloos gevoel hadden) stukken die ons (als bol) in 2
brak: met als gevolg dat iedereen op zoek is naar zijn
wederhelft om hun terug compleet te maken → LIEFDE
o Mythe van Adam & Eva: Er is geen connectie met deze wereld van
adam & eva, en de wereld waar wij leven: parallelle wereld
o God zegt: Eet niet van de appel aan de boom
van kennis (boom van goed & kwaad)
o Word toch gedaan met als gevolg: weggestuurd
o Uit het paradijs gestuurd: Schaamte/Naaktheid
Mensen hebben een geweten (dieren niet)
> Weet van goed & kwaad
o Scheppingsverhaal Bijbel: God schiep de wereld in 7 dagen
o Waarom niet in 4 dagen?
o Kan niet doorvragen ≠ geldige reden
, 2.2. Van Mythe naar Filosofie: “Het Grieks Mirakel”
• Mensen aanvaarden minder mythes: Willen een echte verklaring
> Komst van rede door menselijk verstand (geweten)
de
• Circa 5 Eeuw VC ontstaan
• Rede zorgt ervoor dat we het verschil zien tussen werkelijkheid &
verhaaltjes. We eisen een verstaanbare (en dus redelijke) uitleg:
inzichtelijk en begrijpbaar
2.3. Socrates
• Eerste filosoof
• Eerste filosoof met figuren en werk: PLATO (met als leermeester Socrates)
o Geschreven op redelijke manier door inzichten en geen verhalen
o In Dialoogvorm via theaterstukken (in vorm van een gesprek)
o Hoe te werk gaan:? → Dialoog en discussie aangaan
▪ Gaat kritisch en gericht vragen stellen in een conflict (tussen
bv 2 mensen) als een soort van onderhandelaar.
(Ondervraagt opponent over redeneringen die zijn
consistenties en zwakheden moet toegeven)
▪ Weet zelf niet en heeft geen meningen
▪ Techniek om anderen tot inzicht te laten komen via simpele
maar moeilijke vragen en uw persoonlijke meningen te laten
verdwijnen (DOXA).
▪ Stelt vragen zoals “zou het dit zijn of dat”? Gaat verder de
argumenten uitvragen waardoor persoon ziet dat zijn
mening niet doordacht is.
▪ Oorzaak: komen tot de definitie dat bij beiden past
• Tot EPISTÈMÈ: de echte mening/kennis; iets waar
iedereen moet en mee kan instemmen.
Socrates was hierbij de persoon die steeds in dialoog ging in Plato zijn boeken.
Hij bleef vragen stellen en deed zich niet voor als alwetende.
Gestorven door mensen en kinderen slechte invloed te geven (laat jeugd
zelfbeeld geven om niet te luisteren) en moest gifbeker drinken.
, 2.4. De reflectie van filosofie
• Filosofie = Nadenken over dingen die er al zijn en afstand nemen
van een mening. Geen antwoord geven maar alleen maar de vraag
analyseren. → = de basis van wetenschap (zonder verwijzing naar
iets mythisch een echte verklaring kunnen vinden).
• Ontstaan doordat de mensheid streeft naar kennis (v nature)
• Dingen die vanzelfsprekend zijn en geen uitleg nodig hebben
gaan filosofen net in vraag stellen
• Het verkondigt de waarheid niet maar achterhaalt ze door vragen te stellen
• Filosofen geven geen antwoord/mening maar gaan enkel de feiten laten zien
• Filosofie is radicaal kritisch & vraagt zichzelf ook de vraag, wetenschap
is hier een spin off van; dit zijn eerder tijdelijke vaststellingen.
• F= Attitude om ergens bij stil te kunnen staan; hoe we
kijken naar bepaalde dingen en de omgang ervan.
• Onze waarheid is de wetenschap in de vorm van bepaalde stellingen
die gebaseerd zijn op een x aantal observaties. Dit kan wel nog altijd
ontkracht worden door nieuwe observaties.
• “Alle zwanen zijn wit” → Later ontdekt men toch een zwarte
3. Plato
3.1. Algemeen
• Had belangrijke rol op Aristoteles
• De oervader van filosofie met als leraar Aristoteles
• Stichter van eerste universiteit in het westen
• Systematische denker: ontwikkelde eigen gedachtensysteem (als 1ste)
• Zit NU nog steeds in onze mentaliteit door de grote impact op onze
cultuur; vandaag zijn er geen verdedigers meer van het Platonisme
• Concept voor ruimte = Chora
Wat wij zien is maar een schaduw van de werkelijkheid.
Hetgeen wat we waarnemen zijn zintuigelijke dingen en
zijn afschaduwen / afbeeldingen van ideeën.