100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting Frans module 3/4

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
29-05-2024
Written in
2023/2024

samenvatting Frans module 3/4 bachelor rechtspraktijk eerste jaar

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
May 29, 2024
Number of pages
32
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Secteurs économiques en Belgique - Economische sectoren in België

1. Secteur primaire - Primaire sector
Le secteur primaire comprend l'exploitation des ressources naturelles.
Activités typiques:
- Agriculture: culture des céréales et des légumes.
- Élevage: élevage des animaux pour la viande, le lait, etc.
- Extraction minière: extraction de ressources naturelles comme le charbon et le fer.


De primaire sector omvat het winnen van natuurlijke hulpbronnen.
Typische activiteiten:
- Landbouw: verbouwen van granen en groenten.
- Veeteelt: het fokken van dieren voor vlees, melk, enz.
- Mijnbouw: het winnen van natuurlijke hulpbronnen zoals steenkool en ijzer.


2. Secteur secondaire - Secundaire sector
Le secteur secondaire se concentre sur la transformation des matières premières en
produits finis.
Exemples:
- Production d'énergie: production d'électricité et autres formes d'énergie.
- Construction: construction de bâtiments et d'infrastructures.
- Industrie manufacturière: fabrication de produits comme les voitures et l'électronique.


De secundaire sector richt zich op de verwerking van grondstoffen tot eindproducten.
Voorbeelden:
- Energieproductie: productie van elektriciteit en andere vormen van energie.
- Bouw: constructie van gebouwen en infrastructuur.
- Productie-industrie: fabricage van producten zoals auto's en elektronica.


3. Secteur tertiaire - Tertiaire sector
Le secteur tertiaire offre des services à l'économie et à la population.
Exemples:
- Services financiers: banques et assurances.
- Transport et logistique: transport de marchandises et de personnes.
- Santé et éducation: hôpitaux et écoles.
- Services de loisirs: hôtels, restaurants et installations de loisirs.




1

,De tertiaire sector biedt diensten aan de economie en de bevolking.
Voorbeelden:
- Financiële diensten: banken en verzekeringen.
- Transport en logistiek: vervoer van goederen en personen.
- Gezondheidszorg en onderwijs: ziekenhuizen en scholen.
- Vrijetijdsdiensten: hotels, restaurants en recreatieve voorzieningen.


4. Secteur quaternaire - Quartaire sector
Le secteur quaternaire est une extension du secteur tertiaire et comprend des services
souvent non commerciaux mais essentiels.
Exemples:
- Éducation et recherche: technologies innovantes et établissements d'enseignement.
- Services gouvernementaux: institutions gouvernementales et organisations à but non
lucratif.

De quartaire sector is een uitbreiding van de tertiaire sector en omvat diensten die vaak
niet commercieel zijn maar wel essentieel.
Voorbeelden:
- Onderwijs en onderzoek: innovatieve technologieën en onderwijsinstellingen.
- Overheidsdiensten: overheidsinstellingen en non-profitorganisaties.

SUBSTANTIF VERBE

 une hausse – être en hausse: een stijging – stijgen
 une croissance – croître: een groei – groeien
 une augmentation – augmenter: een toename – toenemen
 un accroissement – accroître: een toename – toenemen
 un redressement – (se) redresser: een herstel – (zich)
herstellen
 une expansion – expandre: een uitbreiding – uitbreiden
 une relance – relancer: een heropleving – heropleven
 une reprise – reprendre: een herstel – herstellen
 une envolée – s’envoler: een sterke stijging – sterk stijgen
 une flambée - flamber: een plotselinge stijging – plotseling
stijgen


 une diminution – diminuer: een afname – afnemen
 un ralentissement – ralentir: een vertraging – vertragen
 une réduction – réduire: een vermindering – verminderen
 un affaiblissement – (s’) affaiblir: een verzwakking – (zich)
verzwakken
 une baisse – baisser: een daling – dalen
 un fléchissement – fléchir: een verzwakking – verzwakken

2

,  un recul - reculer: een achteruitgang – achteruitgaan
 Assujetti à la TVA: btw-plichtig
 traduisant une hausse: stijging met zich meebrengen
 être à l’origine de: De oorzaak zijn van
 l’absence de compétences requises: Het ontbreken van de
vereiste vaardigheden
 le secteur de la construction est touché: De bouwsector is
getroffen
 une hausse des prix: Een prijsstijging
 une perturbation de l’offre: Een verstoring van het aanbod
 réduire la disponibilité: De beschikbaarheid verminderen
 les prix pratiqués/en vigueur: De gehanteerde prijzen
 dépasser le niveau précédent: Het vorige niveau
overschrijden
 la relance/la reprise économique: Het economisch herstel


synoniemen:

le chiffre d’affaires antérieur = précedent

le secteur des événements = l’événementiel

une envolée = une hausse

mondial = du monde

les matières premières = les intrants

ralentir le redressement = enrayer la relance

la totalité = l’ensemble des

50% = la moitié



Antoniemen:

La hausse  la baisse

À long terme  à court terme

Le débarquement  l’embarquement

L’excès  la pénurie




3

, Vervoersmiddelen en bijbehorende termen:

 Par avion / air → aérien: Met het vliegtuig / lucht → luchtvaart

 Par train / chemin de fer → ferroviaire: Met de trein / spoorweg → spoorweg

 Par camion / route → routier: Met de vrachtwagen / weg → wegtransport

 Par bateau / mer / fleuve → maritime / fluvial: Met de boot / zee / rivier →
maritiem / rivier

 Par la poste → postal: Via de post → post

Locaties van aankomst en vertrek:

 L’endroit où arrivent et partent les trains : La gare: De plaats waar treinen
aankomen en vertrekken: het station

 L’endroit où arrivent les bateaux : Le port: De plaats waar boten aankomen: de
haven

 L’endroit où arrivent les avions : L’aéroport: De plaats waar vliegtuigen
aankomen: de luchthaven

Verschil tussen een pad en een weg:

 Un chemin : une voie plus étroite et réservée aux piétons, cyclistes et
cavaliers: Een pad: een smallere weg, gereserveerd voor voetgangers, fietsers en
ruiters

 Une route : une voie plus large et souvent pavée pour permettre le passage des
véhicules motorisés: Een weg: een bredere en vaak geplaveide weg voor
gemotoriseerd verkeer

Verschil tussen een rivier en een stroom:

 En néerlandais on ne fait pas la différence (rivier/stroom): In het Nederlands
maken we geen onderscheid (rivier/stroom)

 Un fleuve termine sa course dans l’océan, la mer ou une mer intérieure: Een
rivier eindigt in de oceaan, de zee of een binnenzee

 Une rivière = un affluent d’un fleuve: Een rivier = een zijrivier van een grotere
rivier




4
$11.73
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
lisabollen87

Get to know the seller

Seller avatar
lisabollen87 Artesis Hogeschool Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions