A: waterhuishouding bij de vertebraten
Inleiding
Onderwerp
1. waterhuishouding + organen (nieren)
2. wateruitwisseling
3. waterschaarste
metabolisme
vorming afvalstoffen => zo snel mog uit lichaam
o bv ammoniak
moet sterk verdund + zo snel mog weg zijn
medium verdunnen = water
waterverlies
via excretiestelsel
via slijmvliezen
o bv inw longopp
versnelde ademhaling => afkoelen
via zweten
water aanvullen
1. drinken
2. voedsel
3. endogene productie
a. eindproduct bij verbranding
4. osmose
a. via transport
b. bij hypotoon milieu
i. zoutconcentratie lichaamsvocht = groter dan vh water
1
, Waterbalans
Waterdieren
Zoetwatervissen
hypotoon milieu: veel zouter dan milieu
veel water opnemen
o veel urine
o ammoniak geen probleem
Beenvissen
hypertoon: zout water veel zouter
veel zout opnemen via osmose en voedsel
o redelijke urine
o ammoniak => veel waterverlies
OPLOSSING: zouten worden actief geëlimineerd!!
o Divalente zouten via urine
o Monovalente ( Na+¿¿, Cl−¿¿) via kieuwen
2