B1-K1-W1
Observatie-
opdracht
[Naam]
[Naam opleiding]
[naam praktijkopleider]
Datum:
, INLEIDING
Voor mijn opleiding tot onderwijsassistent is mij gevraagd om een observatieopdracht uit te
voeren voor één van de leerlingen van [naam school]. Ik loop hier inmiddels sinds [datum] stage
en de kinderen zijn nu een beetje bekend geraakt met mij in de klas.
In overleg met [naam juf] van groep 1/2 op [naam school] hebben wij [ leerling ] geselecteerd
voor de verdere invulling van mijn Observatieopdracht. Op de [school] hebben ze voor de
kleutergroepen geen vaststaand format aan de hand waarvan een leerling wordt geobserveerd.
Wél maakt de [school] gebruik van de doelen die beschreven zijn in het Leerlingvolgsysteem
(hierna LVS) Leer Ontwikkeling Volgsysteem (LOVS).
[leerling] is een meisje die voor haar leeftijd al veel doelen heeft behaald uit het leerling
volgsysteem. Ze heeft moeite met het “opzeggen van een telrij tot 12.” De afzonderlijke getallen
weet ze wel te benoemen, het in de juiste volgorde plaatsen gaat moeizaam. [ leerling ] houdt
niet van hardop spreken en ze praat ook heel snel en onverstaanbaar.
In overleg met [Leerkracht] dit ook gelijk het doel geworden van mijn observatie: ”Ik wil graag
onderzoeken hoe ik [leerling] kan helpen met het LVS doel “Opzeggen van een telrij t/m 12”.”
Observatiedoel:
“Ik weet na de observatie van [ leerling ] welke cijfers zij kan
opnoemen in de telrij en aan welke cijfers wij nog moeten werken
aanvullend wil ik achterhalen wat [ leerling ] motiveert bij leren. ”
Om de privacy van de leerlingen in dit verslag te waarborgen zijn de namen in dit verslag
anoniem gemaakt. De observaties hebben plaatsgevonden in bijzijn van de praktijkopleider en/of
bevoegd leerkracht.
BESCHRIJVING VAN HET KIND
Op het moment van observeren is [leerling] bijna 5 jaar en zit ze al een tijdje op [school].
leerling] is klein van stuk voor haar leeftijd maar ze kan goed aangeven wat ze wel/niet wil.
[leerling] weet veel. Bij het thema beroepen kon ze heel goed verbanden leggen tussen
voorwerpen en het beroep. [leerling] maakt snel nieuwe vriendjes en vriendinnetjes, ook is ze
zorgzaam richting leerlingen die net binnenkomen in de kleuterklas. Opvallend is dat ze in het
groepje vaak de leiding neemt en de andere kinderen helpt. De woordenschat van [leerling] is
1
Observatie-
opdracht
[Naam]
[Naam opleiding]
[naam praktijkopleider]
Datum:
, INLEIDING
Voor mijn opleiding tot onderwijsassistent is mij gevraagd om een observatieopdracht uit te
voeren voor één van de leerlingen van [naam school]. Ik loop hier inmiddels sinds [datum] stage
en de kinderen zijn nu een beetje bekend geraakt met mij in de klas.
In overleg met [naam juf] van groep 1/2 op [naam school] hebben wij [ leerling ] geselecteerd
voor de verdere invulling van mijn Observatieopdracht. Op de [school] hebben ze voor de
kleutergroepen geen vaststaand format aan de hand waarvan een leerling wordt geobserveerd.
Wél maakt de [school] gebruik van de doelen die beschreven zijn in het Leerlingvolgsysteem
(hierna LVS) Leer Ontwikkeling Volgsysteem (LOVS).
[leerling] is een meisje die voor haar leeftijd al veel doelen heeft behaald uit het leerling
volgsysteem. Ze heeft moeite met het “opzeggen van een telrij tot 12.” De afzonderlijke getallen
weet ze wel te benoemen, het in de juiste volgorde plaatsen gaat moeizaam. [ leerling ] houdt
niet van hardop spreken en ze praat ook heel snel en onverstaanbaar.
In overleg met [Leerkracht] dit ook gelijk het doel geworden van mijn observatie: ”Ik wil graag
onderzoeken hoe ik [leerling] kan helpen met het LVS doel “Opzeggen van een telrij t/m 12”.”
Observatiedoel:
“Ik weet na de observatie van [ leerling ] welke cijfers zij kan
opnoemen in de telrij en aan welke cijfers wij nog moeten werken
aanvullend wil ik achterhalen wat [ leerling ] motiveert bij leren. ”
Om de privacy van de leerlingen in dit verslag te waarborgen zijn de namen in dit verslag
anoniem gemaakt. De observaties hebben plaatsgevonden in bijzijn van de praktijkopleider en/of
bevoegd leerkracht.
BESCHRIJVING VAN HET KIND
Op het moment van observeren is [leerling] bijna 5 jaar en zit ze al een tijdje op [school].
leerling] is klein van stuk voor haar leeftijd maar ze kan goed aangeven wat ze wel/niet wil.
[leerling] weet veel. Bij het thema beroepen kon ze heel goed verbanden leggen tussen
voorwerpen en het beroep. [leerling] maakt snel nieuwe vriendjes en vriendinnetjes, ook is ze
zorgzaam richting leerlingen die net binnenkomen in de kleuterklas. Opvallend is dat ze in het
groepje vaak de leiding neemt en de andere kinderen helpt. De woordenschat van [leerling] is
1