Boek: Ontwikkelingspsychologie – Robert S. Feldman
Samenvatting
ontwikkelingspsychologie
(2023-2024)
Prof: Patricia Bijttebier
Noara Macchiafave
Psychologie, eerste bachelor
,1
, 1. DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
EEN INLEIDING IN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
EEN ORIENTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspsychologie
= wetenschappelijke studie nr patronen v groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de
conceptie helemaal tot aan de ouderdom
→ nadruk op de jaren tot de volwassenheid (veranderingen volgen elkaar het snelst op)
→ maakt gebruik vd wetenschappelijke methoden om hypotheses te toetsen
→ heel globaal: ontwikkelingspsychologen specialiseren zich vaak in 1 thema/leeftijdscat.
THEMATISCHE GEBIEDEN BINNEN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE:
- FYSIEKE ONTWIKKELING:
= de invloed van het lichaam op ons gedrag
o invloed vd hersenen, ZS, spieren, zintuigen
o maar ook: behoefte aan eten, drinken en slaap
o vb. effecten v ondervoeding op groeitempo/motoriek v kind, seksuele rijpingsproces
tijdens de adolescentie
- COGNITIEVE ONTWIKKELING:
= hoe groei/verandering in intellectuele vermogens gedrag beïnvloedt
o gericht op denken, leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie
o vb. hoe veranderen intellectuele vermogens id loop vd kindertijd?, achterhalen in
hoeverre culturele verschillen bestaan in hoe lln. hun successen/mislukkingen op
school verklaren.
- SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING:
o = manier waarop interactie + sociale relaties groeien/veranderen/stabiel blijven
o = manier waarop zij meer en meer hun emoties bewust ervaren + greep erop krijgen
o Soms ook focus op seksuele ontwikkeling → vb. stressbeleving bij homo’s
O Vb. kijken nr uitgaansgedrag v adolescenten, kijken nr effecten v klasstructuur op het
emotionele welbevinden v schoolgaande kinderen
- PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING:
= stabiliteit/verandering in karaktereigenschappen die ind. onderscheidt van anderen
o Vb. afvragen of een mens tijdens zijn leven stabiele, duurzame karaktertrekken bezit
o Speciale aandacht vr morele ontwikkeling → vb. studie nr invloed v ouderlijke gedrag
op ontwikkeling vh besef v goed en kwaad bij kinderen
2
, LEEFTIJDSGROEPEN EN INDIVIDUELE VERSCHILLEN:
peuter- en
prenatale periode babytijd schooltijd adolescentie
kleutertijd
!OPMERKINGEN!
➔ leeftijdsgroepen zijn gebaseerd op westers onderzoek: sociale constructie = idee over realiteit
dat breed geaccepteerd is, maar afhangt vd SL + cultuur op bepaald moment
➔ leeftijdsgroepen zijn willekeurig
o duidelijke grens: babytijd start bij geboorte, kleutertijd eindigt bij 1e leerjaar
o gn heldere grens:
▪ einde babytijd:
• sommige zeggen 1 – 1,5 jaar
• anderen zeggen 2 jaar (dreumes)
▪ overgang tussen schooltijd en adolescentie:
grens is gebaseerd op biologische verandering → vr iedereen anders
➔ Eveline Crone (‘het puberende brein’): puberteit vormt het begin vd adolescentie →
adolescentie is dus de puberteit EN de periode daarna (volgens Crone)
(sommige zeggen dat adolescentie pas begint NA puberteit)
➔ ‘prepuberteit’ = periode voor puberteit waarin al (hormonale) veranderingen ih lichaam
optreden, maar nog nt zichtbaar zijn v buitenaf
➔ Jeffrey Arnett spreekt vd ‘opkomende volwassenheid’: vd late tienerjaren tot midden 20, nt
langer adolescenten, maar hebben al verantwoordelijkheden vd volwassenheid volledig op
zich genomen
Tijdstippen waarop gebeurtenissen zich ih leven v mensen voltrekken, kunnen fel variëren:
- BIOLOGISCHE OORZAAK:
De ene mens is sneller volgroeid dan de andere. Dat kan betekenen dat hij sneller bepaalde
mijlpalen in zijn ontwikkeling bereikt.
- OMGEVINGSFACTOREN:
De leeftijd waarop mensen meestal liefdesrelaties aangaan varieert bv. per cultuur + is deels
afhankelijk vd manier waarop mensen in die cultuur aankijken tegen relaties.
3
Samenvatting
ontwikkelingspsychologie
(2023-2024)
Prof: Patricia Bijttebier
Noara Macchiafave
Psychologie, eerste bachelor
,1
, 1. DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
EEN INLEIDING IN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
EEN ORIENTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspsychologie
= wetenschappelijke studie nr patronen v groei, verandering en stabiliteit bij mensen vanaf de
conceptie helemaal tot aan de ouderdom
→ nadruk op de jaren tot de volwassenheid (veranderingen volgen elkaar het snelst op)
→ maakt gebruik vd wetenschappelijke methoden om hypotheses te toetsen
→ heel globaal: ontwikkelingspsychologen specialiseren zich vaak in 1 thema/leeftijdscat.
THEMATISCHE GEBIEDEN BINNEN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE:
- FYSIEKE ONTWIKKELING:
= de invloed van het lichaam op ons gedrag
o invloed vd hersenen, ZS, spieren, zintuigen
o maar ook: behoefte aan eten, drinken en slaap
o vb. effecten v ondervoeding op groeitempo/motoriek v kind, seksuele rijpingsproces
tijdens de adolescentie
- COGNITIEVE ONTWIKKELING:
= hoe groei/verandering in intellectuele vermogens gedrag beïnvloedt
o gericht op denken, leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie
o vb. hoe veranderen intellectuele vermogens id loop vd kindertijd?, achterhalen in
hoeverre culturele verschillen bestaan in hoe lln. hun successen/mislukkingen op
school verklaren.
- SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING:
o = manier waarop interactie + sociale relaties groeien/veranderen/stabiel blijven
o = manier waarop zij meer en meer hun emoties bewust ervaren + greep erop krijgen
o Soms ook focus op seksuele ontwikkeling → vb. stressbeleving bij homo’s
O Vb. kijken nr uitgaansgedrag v adolescenten, kijken nr effecten v klasstructuur op het
emotionele welbevinden v schoolgaande kinderen
- PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING:
= stabiliteit/verandering in karaktereigenschappen die ind. onderscheidt van anderen
o Vb. afvragen of een mens tijdens zijn leven stabiele, duurzame karaktertrekken bezit
o Speciale aandacht vr morele ontwikkeling → vb. studie nr invloed v ouderlijke gedrag
op ontwikkeling vh besef v goed en kwaad bij kinderen
2
, LEEFTIJDSGROEPEN EN INDIVIDUELE VERSCHILLEN:
peuter- en
prenatale periode babytijd schooltijd adolescentie
kleutertijd
!OPMERKINGEN!
➔ leeftijdsgroepen zijn gebaseerd op westers onderzoek: sociale constructie = idee over realiteit
dat breed geaccepteerd is, maar afhangt vd SL + cultuur op bepaald moment
➔ leeftijdsgroepen zijn willekeurig
o duidelijke grens: babytijd start bij geboorte, kleutertijd eindigt bij 1e leerjaar
o gn heldere grens:
▪ einde babytijd:
• sommige zeggen 1 – 1,5 jaar
• anderen zeggen 2 jaar (dreumes)
▪ overgang tussen schooltijd en adolescentie:
grens is gebaseerd op biologische verandering → vr iedereen anders
➔ Eveline Crone (‘het puberende brein’): puberteit vormt het begin vd adolescentie →
adolescentie is dus de puberteit EN de periode daarna (volgens Crone)
(sommige zeggen dat adolescentie pas begint NA puberteit)
➔ ‘prepuberteit’ = periode voor puberteit waarin al (hormonale) veranderingen ih lichaam
optreden, maar nog nt zichtbaar zijn v buitenaf
➔ Jeffrey Arnett spreekt vd ‘opkomende volwassenheid’: vd late tienerjaren tot midden 20, nt
langer adolescenten, maar hebben al verantwoordelijkheden vd volwassenheid volledig op
zich genomen
Tijdstippen waarop gebeurtenissen zich ih leven v mensen voltrekken, kunnen fel variëren:
- BIOLOGISCHE OORZAAK:
De ene mens is sneller volgroeid dan de andere. Dat kan betekenen dat hij sneller bepaalde
mijlpalen in zijn ontwikkeling bereikt.
- OMGEVINGSFACTOREN:
De leeftijd waarop mensen meestal liefdesrelaties aangaan varieert bv. per cultuur + is deels
afhankelijk vd manier waarop mensen in die cultuur aankijken tegen relaties.
3