LEH 5 – Erfelijkheid & selectie deel 1
TE KENNEN UIT PPT & PADLET ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Door filmpjes, artikels, actua, extra informatie, … inzicht verwerven, een loutere opsomming geven wordt niet gevraagd, inzicht noodzakelijk om
later toepassingen te kunnen begrijpen!
LEERDOELEN:
Kruisingstabellen kunnen opstellen
Oefeningen kunnen oplossen met betrekking tot het overdragen van erfelijke eigenschappen op het
nageslacht
Voorspelling kunnen geven omtrent het voorkomen van bepaalde eigenschappen
Toepassingen geven waarbij het interessant is te selecteren op bepaalde genetische eigenschappen
Enkele termen
1. Verklaar volgende woorden:
Allel:
o Variant ve gen (verschillende bp)
o Bv. eigenschap vorm rijpe zaden (gen): rond of gekreukt (twee allelen)
Dominant
o Overheersende eigenschap (R)
o Bv. rond
Recessief
o Eigenschap die ondergeschikt is (r)
o Bv. gekreukt
Locus
o Plaats vh gen op het chromosoom
Homologe chromosomen
o Voor iedere eigenschap: twee genen aanwezig genenpaar bestaat uit twee allelen
o 2n
Homozygoot
o Allelen zijn hetzelfde
o Bv. RR of rr
Heterozygoot
o Allelen zijn verschillend
o Bv. Rr
Genotype
o = opbouw vh genenpatroon
o (RR) of (rr) of (Rr)
o = wat we niet zien, op DNA niveau
Fenotype
o = zichtbare uiterlijk, bepaald door genotype én milieu-invloeden
Erfelijkheid en selectie =
Op welke wijze worden erfelijke eigenschappen op het nageslacht overgedragen?
Hoe kunnen individuen geselecteerd worden op hun genetische eigenschappen?
Startvraag:
Hoe komt het dat verwante individuen overeenkomsten vertonen?
Enige brug tss ouders en nakomelingen = geslachtscellen = enige brug tss generaties
Mutaties in DNA = verkeerde basen ingebouwd A & T C
↪️drijvende kracht achter proces v evolutie ligt vaak aan basis v erfelijke aandoeningen
, OVERERVING VAN GENEN GELEGEN OP VERSCHILLENDE CHROMOSOMEN
Wetten van Mendel
2. Wat is de eerste wet van Mendel?
= monohybride kruising = monohybride overerving
1 allelenpaar bestuderen
1 kenmerk / eigenschap verschilt tss de individuen
P-generatie: 2 homozygote ouders (voor een bepaalde eigenschap)
↪️F1-generatie: heterozygoot (voor die eigenschap)
↪️Recessieve eigenschap lijkt te verdwijnen
Kruisingstabel
3. Welke fenotypische en genotypische eigenschappen heeft de parental generation?
Ronde zaden: fenotype = rond – genotype = RR (= homozygoot)
Gekreukte zaden: fenotype = gekreukt – genotype = rr (= homozygoot)
4. Welke fenotypische en genotypische eigenschap heeft F1?
Zygoten in F1:
fenotype = rond
genotype = Rr (heterozygoot)
terwijl beide ouders homozygoot zijn voor die eigenschap.
5. Welke mogelijke kruisingstabellen zijn er bij de eerste wet van Mendel?
RR x rr RR x RR rr x rr
r r
Gameten P1
(gekreukt (gekreukt
P2
) )
rr rr
r
(gekreukt (gekreukt
(gekreukt)
) )
rr rr
r
(gekreukt (gekreukt
(gekreukt)
) )
F1 - genotype: Rr (heterozygoot) F1 - genotype: RR (homozygoot) F1 - genotype: rr (homozygoot)
F1 - fenotype: rond F1 - fenotype: rond F1 - fenotype: gekreukt
Zaadonvast of fokonzuiver Zaadvast of fokzuiver Zaadvast of fokzuiver
TE KENNEN UIT PPT & PADLET ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Door filmpjes, artikels, actua, extra informatie, … inzicht verwerven, een loutere opsomming geven wordt niet gevraagd, inzicht noodzakelijk om
later toepassingen te kunnen begrijpen!
LEERDOELEN:
Kruisingstabellen kunnen opstellen
Oefeningen kunnen oplossen met betrekking tot het overdragen van erfelijke eigenschappen op het
nageslacht
Voorspelling kunnen geven omtrent het voorkomen van bepaalde eigenschappen
Toepassingen geven waarbij het interessant is te selecteren op bepaalde genetische eigenschappen
Enkele termen
1. Verklaar volgende woorden:
Allel:
o Variant ve gen (verschillende bp)
o Bv. eigenschap vorm rijpe zaden (gen): rond of gekreukt (twee allelen)
Dominant
o Overheersende eigenschap (R)
o Bv. rond
Recessief
o Eigenschap die ondergeschikt is (r)
o Bv. gekreukt
Locus
o Plaats vh gen op het chromosoom
Homologe chromosomen
o Voor iedere eigenschap: twee genen aanwezig genenpaar bestaat uit twee allelen
o 2n
Homozygoot
o Allelen zijn hetzelfde
o Bv. RR of rr
Heterozygoot
o Allelen zijn verschillend
o Bv. Rr
Genotype
o = opbouw vh genenpatroon
o (RR) of (rr) of (Rr)
o = wat we niet zien, op DNA niveau
Fenotype
o = zichtbare uiterlijk, bepaald door genotype én milieu-invloeden
Erfelijkheid en selectie =
Op welke wijze worden erfelijke eigenschappen op het nageslacht overgedragen?
Hoe kunnen individuen geselecteerd worden op hun genetische eigenschappen?
Startvraag:
Hoe komt het dat verwante individuen overeenkomsten vertonen?
Enige brug tss ouders en nakomelingen = geslachtscellen = enige brug tss generaties
Mutaties in DNA = verkeerde basen ingebouwd A & T C
↪️drijvende kracht achter proces v evolutie ligt vaak aan basis v erfelijke aandoeningen
, OVERERVING VAN GENEN GELEGEN OP VERSCHILLENDE CHROMOSOMEN
Wetten van Mendel
2. Wat is de eerste wet van Mendel?
= monohybride kruising = monohybride overerving
1 allelenpaar bestuderen
1 kenmerk / eigenschap verschilt tss de individuen
P-generatie: 2 homozygote ouders (voor een bepaalde eigenschap)
↪️F1-generatie: heterozygoot (voor die eigenschap)
↪️Recessieve eigenschap lijkt te verdwijnen
Kruisingstabel
3. Welke fenotypische en genotypische eigenschappen heeft de parental generation?
Ronde zaden: fenotype = rond – genotype = RR (= homozygoot)
Gekreukte zaden: fenotype = gekreukt – genotype = rr (= homozygoot)
4. Welke fenotypische en genotypische eigenschap heeft F1?
Zygoten in F1:
fenotype = rond
genotype = Rr (heterozygoot)
terwijl beide ouders homozygoot zijn voor die eigenschap.
5. Welke mogelijke kruisingstabellen zijn er bij de eerste wet van Mendel?
RR x rr RR x RR rr x rr
r r
Gameten P1
(gekreukt (gekreukt
P2
) )
rr rr
r
(gekreukt (gekreukt
(gekreukt)
) )
rr rr
r
(gekreukt (gekreukt
(gekreukt)
) )
F1 - genotype: Rr (heterozygoot) F1 - genotype: RR (homozygoot) F1 - genotype: rr (homozygoot)
F1 - fenotype: rond F1 - fenotype: rond F1 - fenotype: gekreukt
Zaadonvast of fokonzuiver Zaadvast of fokzuiver Zaadvast of fokzuiver