Hoofdstuk 1: Basisprincipes en basisbegrippen van wetenschappelijk onderzoek
Doel van wetenschappelijk onderzoek:
Problemen oplossen, verklaringen vinden, waarnemingen veralgemenen, theorieën testen,
evidence-based practice
Evidence-based practice: de kwaliteit van behandeling van de kiné door zijn keuzes en
vermogen. Zijn keuzes en behandelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijks – en
onderzoeksliteratuur.
Een klinisch onderzoeksvraag wordt gevormd volgens de PICO/PECO methode. Daardoor
wordt er een kritisch klinisch beslissing gemaakt, beïnvloed door:
- Voorkeur van patiënt
- Klinische omstandigheden (omgeving waarin er wordt behandeld)
- Klinische ervaringen van de therapeut
- Feiten uit wetenschappelijk onderzoek
Dit allemaal resulteert in een goede behandeling van de patiënt.
PICO/PECO = de basis om een onderzoeksvraag duidelijk te formuleren en zo een antwoord
kunne vinden.
P = Probleem, patiënt of doelpopulatie
I/E = Intervention/Exposure = behandeling, zorgproces of diagnostiche test die je wil doen
C = Comparison of controle = verschil tussen twee behandelingen of twee methodes
O = Outcome of resultaat die je wil behalen voor je patiënt
Onderzoeksvragen uit de praktijk
- Diagnostische vragen = vragen die de aandoeningen of beperkingen vaststellen
- Etiologische vragen = vragen naar de oorzaak van ziekte of gevolgen van blootstelling
- Interventie/preventie vragen = vragen naar effectiviteit/doeltreffenheid van een
interventie, behandeling of preventieve maatregel
- Prognostische vragen = vragen naar voorspelling van beloop of uitkomst
Revalidatiewetenschappen
Het behoort tot de toegepaste wetenschappen en is multidisciplinair. Dat wil zeggen dat het
zich baseert ook op andere wetenschappen zoals biomedische wet (fysiologie, anatomie,
, fysica, chemie, …) en gedragswet (psychologie, deontologie, ethiek, …). Daarbij worden ook
onderzoeksmethoden uit verschillende wetenschapsdomeinen gebruikt.
Basiseigenschap van een wetenschapper en/of beroepsbeoefenaar
Het is belangrijk om een kritische geest te hebben en zich ook de vraag “waarom” stellen.
Het is belangrijk om te weten waarom je bepaalde behandelingen/ methodes gebruikt. Je
moet altijd je updaten op het nieuw wetenschappelijk literatuur.
Onwetenschappelijk denken/doen
Zich vasthouden aan gewoontes, wat je op school hebt geleerd 40 jaren geleden,
vertrouwen op intuïtie, op eigen ervaring, vertrouwen op oordeel van grote autoriteit,
verkeerde conclusie bij redenering.
2 vormen van wetenschappelijk redeneren:
- Deductieve redenering: Hier vertrek je van een algemene theorie die al
aangetoond werd. Je gaat zelf verder op deze feiten en
gaat zelf een nieuw onderzoeksvraag of hypothese
maken op basis van verleden informatie. Je gaat toch
zelf een onderzoek/testen doen om te zien als je nieuwe
hypothese juist of fout is. Je gaat geen nieuwe kennis
vormen omdat je verder werkt op al bestaande
onderzoeken. Het is ook belangrijk dat je je baseert op
effectieve onderzoeken. Dit noemen we ook top-
bottom.
Theorie Hypothese Observatie Bevestiging
- Inductieve redenering: Je vertrekt vanuit observatie/waarnemingen in de
parktijk of omgeving die bij bepaalde casussen komen.
Je gaat een observatie willen veralgemenen die je eerst
bij enkele personen zag. Om te veralgemenen ga je
eerst testen moeten uitvoeren om te zien als jouw
bevinding te veralgeeenbaar is. Bij deze vorm ga je
nieuwe kennis ontwikkeling, dit noemt men bottom-up.
Beide vormen van redeneren kunnen in eenzelfde onderzoek van toepassing komen. Bv:
- Deductief: Om de onderzoekvraag te formuleren op basis van al bestaande theorie of
kennis, testen van een al bestaande theorie
Doel van wetenschappelijk onderzoek:
Problemen oplossen, verklaringen vinden, waarnemingen veralgemenen, theorieën testen,
evidence-based practice
Evidence-based practice: de kwaliteit van behandeling van de kiné door zijn keuzes en
vermogen. Zijn keuzes en behandelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijks – en
onderzoeksliteratuur.
Een klinisch onderzoeksvraag wordt gevormd volgens de PICO/PECO methode. Daardoor
wordt er een kritisch klinisch beslissing gemaakt, beïnvloed door:
- Voorkeur van patiënt
- Klinische omstandigheden (omgeving waarin er wordt behandeld)
- Klinische ervaringen van de therapeut
- Feiten uit wetenschappelijk onderzoek
Dit allemaal resulteert in een goede behandeling van de patiënt.
PICO/PECO = de basis om een onderzoeksvraag duidelijk te formuleren en zo een antwoord
kunne vinden.
P = Probleem, patiënt of doelpopulatie
I/E = Intervention/Exposure = behandeling, zorgproces of diagnostiche test die je wil doen
C = Comparison of controle = verschil tussen twee behandelingen of twee methodes
O = Outcome of resultaat die je wil behalen voor je patiënt
Onderzoeksvragen uit de praktijk
- Diagnostische vragen = vragen die de aandoeningen of beperkingen vaststellen
- Etiologische vragen = vragen naar de oorzaak van ziekte of gevolgen van blootstelling
- Interventie/preventie vragen = vragen naar effectiviteit/doeltreffenheid van een
interventie, behandeling of preventieve maatregel
- Prognostische vragen = vragen naar voorspelling van beloop of uitkomst
Revalidatiewetenschappen
Het behoort tot de toegepaste wetenschappen en is multidisciplinair. Dat wil zeggen dat het
zich baseert ook op andere wetenschappen zoals biomedische wet (fysiologie, anatomie,
, fysica, chemie, …) en gedragswet (psychologie, deontologie, ethiek, …). Daarbij worden ook
onderzoeksmethoden uit verschillende wetenschapsdomeinen gebruikt.
Basiseigenschap van een wetenschapper en/of beroepsbeoefenaar
Het is belangrijk om een kritische geest te hebben en zich ook de vraag “waarom” stellen.
Het is belangrijk om te weten waarom je bepaalde behandelingen/ methodes gebruikt. Je
moet altijd je updaten op het nieuw wetenschappelijk literatuur.
Onwetenschappelijk denken/doen
Zich vasthouden aan gewoontes, wat je op school hebt geleerd 40 jaren geleden,
vertrouwen op intuïtie, op eigen ervaring, vertrouwen op oordeel van grote autoriteit,
verkeerde conclusie bij redenering.
2 vormen van wetenschappelijk redeneren:
- Deductieve redenering: Hier vertrek je van een algemene theorie die al
aangetoond werd. Je gaat zelf verder op deze feiten en
gaat zelf een nieuw onderzoeksvraag of hypothese
maken op basis van verleden informatie. Je gaat toch
zelf een onderzoek/testen doen om te zien als je nieuwe
hypothese juist of fout is. Je gaat geen nieuwe kennis
vormen omdat je verder werkt op al bestaande
onderzoeken. Het is ook belangrijk dat je je baseert op
effectieve onderzoeken. Dit noemen we ook top-
bottom.
Theorie Hypothese Observatie Bevestiging
- Inductieve redenering: Je vertrekt vanuit observatie/waarnemingen in de
parktijk of omgeving die bij bepaalde casussen komen.
Je gaat een observatie willen veralgemenen die je eerst
bij enkele personen zag. Om te veralgemenen ga je
eerst testen moeten uitvoeren om te zien als jouw
bevinding te veralgeeenbaar is. Bij deze vorm ga je
nieuwe kennis ontwikkeling, dit noemt men bottom-up.
Beide vormen van redeneren kunnen in eenzelfde onderzoek van toepassing komen. Bv:
- Deductief: Om de onderzoekvraag te formuleren op basis van al bestaande theorie of
kennis, testen van een al bestaande theorie