Hoofdstuk 14
Massabeweging= De beweging van een massa van aardse materialen door zwaartekracht.
Bijvoorbeeld aardverschuivingen (landslides) en modderstromen (mudflows).
Verwering De afbraak van materialen.
Erosie Het transport van afgebroken materialen.
Denudatie/ontbloting = Alle processen waarbij landvormen wegslijten of opnieuw worden
gerangschikt. Dit houdt in: verwering, massa bewegingen, erosie, transport en afzetting van
materialen. Deze processen komen voor uit de beweging van lucht, water en ijs, die alle beïnvloed
zijn door de aantrekkingskracht van zwaartekracht.
Differentiële verwering Een meer resistente laag gesteente beschermt de onderliggende lagen
gesteente.
Endogene processen bouwen landschappen op, exogene processen breken landschappen af, zo
vormen ze afwisselende landschappen. Deze tegenstellende processen gebeuren tegelijkertijd.
Hellingen en heuvels zijn gebogen, geïnclineerde oppervlakken die grenzen vormen in landvormen.
A free face = Een steile helling of klif, die duidt op een afgebroken stuk gesteente.
Onderaan een free face is een puinhelling, die stukken gesteente en materialen verzamelts die naar
beneden vallen. De conditie van zo een puinhelling is een reflectie van het lokale klimaat. In een
vochtig klimaat is de hoek van de helling verlaagd door bewegend water (in het materiaal). Bij een
droog klimaat hoopt al het puin zich op en veranderd de helling in een afnemende helling. (ᴖ vs. ᴧ))
De hellingshoek verschilt en is niet alleen afhankelijk van het klimaat, maar ook van de grootte en
textuur van de korrels van het materiaal. De hoek representeert een balans van de drijvende kracht
(zwaartekracht) en de weerstand biedende kracht (sterkte van het materiaal).
Grondgesteente = geconsolideerd of vast gesteente. Gebroken grondgesteente wordt regolith
genoemd.
Wanneer regolith wordt getransporteerd en gedeponeerd, wordt het losse oppervlakmateriaal dat er
ooit onder lag blootgesteld. Dit vormt vervolgens de basis van bodemontwikkeling. Om deze reden
word grondgesteente ook wel moedergesteente genoemd (oudergesteente). Moedergesteente is
het materiaal waaruit bodem zich ontwikkelt.
Factoren die verwering beïnvloeden: Samenstelling van gesteente, klimaat, hellingshoek en vorm,
ondergronds water en vegetatie.
Er zijn verschillende soorten verwering: Fysische, chemische en biologische.
Fysische verwering/mechanische verwering = Het desintegreren van gesteente zonder chemische
veranderingen. Het komt voornamelijk voor bij de volgende drie processen:
Vorst-ontdooiing. Wanneer water bevriest zet het met 9% uit. Deze uitzetting produceert
een sterke mechanische druk die groter is dan de spanningskracht van het gesteente. Het
herhalende proces van bevriezing en ontdooiing van de vorst zorgt ervoor dat het gesteente
breekt.
Zoutkristalgroei. Verdamping trekt vocht naar het oppervlak van gesteente. Opgeloste
mineralen in het vocht blijven achter in de vorm van kristallen. Op den duur hopen de