Aantekeningen periode 2.1
Hoorcollege 1 Fonetiek en fonologie
Articulatorische fonetiek
Fonologie is de taal, hoe het in je hoofd gevormd wordt.
Fonetiek is de spraak, het formuleren van de bedachte taal.
Verschil fonologie – fonetiek
Fonologen zijn geinteresseerd in de rol van een
klank, bijv. de /r/ in het systeem van de taal bijv.
het NL.
bv /r/ is betekenisonderscheidend: ‘rook’ betekent
iets anders dan ‘kook’, maar geen
verschil in betekenis tussen ‘rook’ gerealiseerd als
[ro:k] of als [Ro:k]
Bij fonetisch onderzoek richten ze zich meer op de
realisatie van de klank. De fysieke manifestaties en
perceptie van /r/ in het NL.
Op de afbeelding van spraakketen:
- Fonologie = 2. formuleren en 6. Verstaan
- Fonetiek = 3. spreken, 4. spraakgeluid, 5. horen
3 onderdelen fonetiek:
1. spraakproductie
2. spraakgeluid
3. spraakperceptie
Fonetiek let op de fysiologische, fysische en perceptieve
aspecten van spraak.
De primaire taak van fonetiek is om aan te geven wat de
verzameling is van alle mogelijke vormen van taaltekens.
3 deelgebieden in de fonetiek:
- Articulatorische fonetiek: de plaats en de wijzen van klanken
- Akoestische fonetiek: spraakgeluid, natuurkundige kenmerken van klanken
- Auditieve fonetiek: kant van de luisteraar. Waarneming van klanken.
Spraakproductiesysteem kun je opdelen in verschillende stukken:
- Subglottaal: de longen ademhalingsapparaat
- Glottaal: stemplooien/stembanden
- Supraglottaal: aanzetstuk
Subglottale systeem
Primaire functie: lucht aanzuigen en daar zuurstof aan onttrekken.
Er ontstaat een vergroting van borstkas door afplatting middenrif +
samentrekking van de buitenste tussenribspieren (ribben gaan opzij en omhoog)
De druk in longen wordt lager --> lucht aangezogen (actief proces).
Lucht wordt uit longen gedreven door:
, – ontspanning van middenrif en tussenribspieren
– gewicht van borstkas
– elasticiteit van longen
Hoe werkt de ademhaling?
Als je inademt komt er lucht en zuurstof via je mond neus
en luchtpijp je longen in. Longen worden beschermd door je ribben. Tussen de ribben zitten
spieren (tussenribspieren). Samen met het middenrif maken ze de borstkas groter of kleiner.
Middenrif gaat omhoog wanneer de buikspieren zich samen trekken. Als het middenrif
omhoog gaat neemt de luchtdruk toe. Dan wordt de lucht uit Glottaal
de longen geperst uitademing.
Glottale systeem bestaat uit je:
- Strottenhoofd (larynx)
- Stemplooien – glottis
a. ademen, b. stemgeven, c. fluisteren (zie afbeelding)
Supraglottale systeem bestaat uit:
Alle holten boven de glottis die ervoor kunnen zorgen dat het
aanzetstuk (mond-keelholte) van vorm verandert.
Hier wordt het versterkt. 90% Supraglottaal
komt door de versterking van
je aanzetstuk (de
resonantieholtes). Supra zorgt
voor de vorming van klanken.
Fases in de
spraakproductie:
- Initiatiefase:
Wanneer de luchtstroom op gang komt. subglottale component
Verschillende dingen die kunnen onderscheiden:
o De richting: je hebt egressieve luchtstroom
(van je longen naar buiten persen) en
ingressieve luchtstroom (van binnen naar
buiten, lucht opzuigen als het ware)
o De plaats: de lucht kan zich op verschillende
plaatsen bevinden, zoals in de longen (pulmonair), het strottenhoofd
(glottaal), mond (oraal), en in het geval van stemloze sprekers slokdarm
(oesofagaal).
Ejectieve klanken: een nog krachtigere versie van de ‘gewone plofklank’. Wordt aangetroffen
in Kaukasische talen. De implosief werkt omgekeerd.
- Fonatiefase:
Fase waarin stem gemaakt wordt, bij je stemplooien.
Wanneer de transglottale druk (druk boven en onder de stembanden) groot genoeg is
gaan stembanden van elkaar af. Hierdoor versnelt de luchtstroom en wordt de
Hoorcollege 1 Fonetiek en fonologie
Articulatorische fonetiek
Fonologie is de taal, hoe het in je hoofd gevormd wordt.
Fonetiek is de spraak, het formuleren van de bedachte taal.
Verschil fonologie – fonetiek
Fonologen zijn geinteresseerd in de rol van een
klank, bijv. de /r/ in het systeem van de taal bijv.
het NL.
bv /r/ is betekenisonderscheidend: ‘rook’ betekent
iets anders dan ‘kook’, maar geen
verschil in betekenis tussen ‘rook’ gerealiseerd als
[ro:k] of als [Ro:k]
Bij fonetisch onderzoek richten ze zich meer op de
realisatie van de klank. De fysieke manifestaties en
perceptie van /r/ in het NL.
Op de afbeelding van spraakketen:
- Fonologie = 2. formuleren en 6. Verstaan
- Fonetiek = 3. spreken, 4. spraakgeluid, 5. horen
3 onderdelen fonetiek:
1. spraakproductie
2. spraakgeluid
3. spraakperceptie
Fonetiek let op de fysiologische, fysische en perceptieve
aspecten van spraak.
De primaire taak van fonetiek is om aan te geven wat de
verzameling is van alle mogelijke vormen van taaltekens.
3 deelgebieden in de fonetiek:
- Articulatorische fonetiek: de plaats en de wijzen van klanken
- Akoestische fonetiek: spraakgeluid, natuurkundige kenmerken van klanken
- Auditieve fonetiek: kant van de luisteraar. Waarneming van klanken.
Spraakproductiesysteem kun je opdelen in verschillende stukken:
- Subglottaal: de longen ademhalingsapparaat
- Glottaal: stemplooien/stembanden
- Supraglottaal: aanzetstuk
Subglottale systeem
Primaire functie: lucht aanzuigen en daar zuurstof aan onttrekken.
Er ontstaat een vergroting van borstkas door afplatting middenrif +
samentrekking van de buitenste tussenribspieren (ribben gaan opzij en omhoog)
De druk in longen wordt lager --> lucht aangezogen (actief proces).
Lucht wordt uit longen gedreven door:
, – ontspanning van middenrif en tussenribspieren
– gewicht van borstkas
– elasticiteit van longen
Hoe werkt de ademhaling?
Als je inademt komt er lucht en zuurstof via je mond neus
en luchtpijp je longen in. Longen worden beschermd door je ribben. Tussen de ribben zitten
spieren (tussenribspieren). Samen met het middenrif maken ze de borstkas groter of kleiner.
Middenrif gaat omhoog wanneer de buikspieren zich samen trekken. Als het middenrif
omhoog gaat neemt de luchtdruk toe. Dan wordt de lucht uit Glottaal
de longen geperst uitademing.
Glottale systeem bestaat uit je:
- Strottenhoofd (larynx)
- Stemplooien – glottis
a. ademen, b. stemgeven, c. fluisteren (zie afbeelding)
Supraglottale systeem bestaat uit:
Alle holten boven de glottis die ervoor kunnen zorgen dat het
aanzetstuk (mond-keelholte) van vorm verandert.
Hier wordt het versterkt. 90% Supraglottaal
komt door de versterking van
je aanzetstuk (de
resonantieholtes). Supra zorgt
voor de vorming van klanken.
Fases in de
spraakproductie:
- Initiatiefase:
Wanneer de luchtstroom op gang komt. subglottale component
Verschillende dingen die kunnen onderscheiden:
o De richting: je hebt egressieve luchtstroom
(van je longen naar buiten persen) en
ingressieve luchtstroom (van binnen naar
buiten, lucht opzuigen als het ware)
o De plaats: de lucht kan zich op verschillende
plaatsen bevinden, zoals in de longen (pulmonair), het strottenhoofd
(glottaal), mond (oraal), en in het geval van stemloze sprekers slokdarm
(oesofagaal).
Ejectieve klanken: een nog krachtigere versie van de ‘gewone plofklank’. Wordt aangetroffen
in Kaukasische talen. De implosief werkt omgekeerd.
- Fonatiefase:
Fase waarin stem gemaakt wordt, bij je stemplooien.
Wanneer de transglottale druk (druk boven en onder de stembanden) groot genoeg is
gaan stembanden van elkaar af. Hierdoor versnelt de luchtstroom en wordt de