HC’s Dysfagie
Hoorcollege 1
Dysfagie
Rebekka Hillen
1 op afbeelding is nasopharynx
2 is strottenklepje
3 is oesofagus
4 neusholte
5 palatum durum
6 molle
7 de tong
8 orofagus
9 larynx / strottenhoofd
Die afbeelding komt uit KALF
Gezond slikproces
4 fases:
Pre-orale fase: voedsel brengen naar de mond
1. orale voorbereidende fase: kauwen, afhappen
2. orale fase: orale transport fase, de bolus wordt getransporteerd.
3. faryngeale fase: het slikken
4. oesofageale fase: het toebrengen naar de maag.
Orale voorbereidende fase = pre-orale fase
- Afhappen: hierbij is voldoende kaakkracht en kaakopening nodig. De tong is ook
nodig. Denk aan een hap uit een appel.
- Zuigen: net zoals bij het slikken wordt de neusholte afgesloten. Hierdoor komt een
onderdruk waardoor we kunnen zuigen.
- Kauwen
- Manipuleren van voedsel: betekent dat we zelf kunnen besluiten wanneer we
voedsel van links naar rechts kunnen verplaatsen. Als je aan een droog broodje
denkt heb je drinken nodig. Bij een appel moet je na een paar keer kauwen al slikken,
door het vocht.
- Dit is een willekeurige manier.
Orale fase:
- Start met slikinzet
- Is willekeurig, wel geautomatiseerd. Gaat vanzelf. We maken cliënten heel erg
bewust om voorwaarden te creëren die het slikken zo veilig mogelijk maken.
- Tong brengt bolus naar de (oro-)farynx.
De orale voorbereidende fase en de orale fase zijn beide willekeurig inzetbaar.
, Faryngeale fase:
- Start met slikreflex: wordt getriggerd door stimulatie van de bolus aan de
farynxachterwand. Sensibiliteit is belangrijk.
o Uitgelokt wanneer bolus de farynx binnendringt (kruising mandibula en
tongbasis) dan larynxheffing
- Bescherming van luchtwegen
o 3 beschermniveaus: strottenhoofd gaat omhoog en daardoor daalt de
epiglottis, de stemplooien sluiten en we zetten de ademhaling stop.
- Transport van voedsel in oesophagus
- Opening oesophagus
o 3 processen
- Geautomatiseerd
Je bent je niet bewust van speeksel, omdat het geen smaak heeft, geen temperatuur. We
voelen speeksel bijna niet.
Tijdens het slikken:
De larynx beweegt naar boven en naar voren, de kringspieren ontspannen.
Oesofageale fase:
- Peristaltiek van de oesofagus brengt bolus richting maag: dit is ook weer
geautomatiseerd.
De 4e slikfase wordt niet meer behandeld door een logopedist.
Het slikken wordt pas volledig beschouwd wanneer de bolus in de maag terecht is gekomen.
Slikken
Dit is een semireflectorisch sensomotorisch proces met als doel verschillende materialen
van het mondgebied veilig en snel naar de maag te transporteren.
Semi-reflectorisch = half op reflex
Sensomotorisch = samenspel van sensorisch en motorisch
Alleen bij de 3e fase stopt de ademhaling even.
Dysfagie
Twee aspecten:
Bij de neurologie zie je vooral orofaryngeale dysfagieën.
- Orofaryngeale dysfagie
- Kauw- en slikstoornis
Hoofdproblemen:
- Moeite om voedsel te slikken
- Aspiratie van eten en drinken’
Gevolgen van dysfagie:
1. Risico op ondervoeding en dehydratie:
- behoefte aan aanvullende voeding. In gesprek gaan met bijv. dietiste.
2. Beperking in voedselconsistenties
- verminderde kwaliteit van leven. Bijv. geen zin om met de familie uiteten te gaan.
3. Risico op aspiratiepneunomie: longontsteking ontwikkelen. BELANGRIJK ASPECT!
Hoorcollege 1
Dysfagie
Rebekka Hillen
1 op afbeelding is nasopharynx
2 is strottenklepje
3 is oesofagus
4 neusholte
5 palatum durum
6 molle
7 de tong
8 orofagus
9 larynx / strottenhoofd
Die afbeelding komt uit KALF
Gezond slikproces
4 fases:
Pre-orale fase: voedsel brengen naar de mond
1. orale voorbereidende fase: kauwen, afhappen
2. orale fase: orale transport fase, de bolus wordt getransporteerd.
3. faryngeale fase: het slikken
4. oesofageale fase: het toebrengen naar de maag.
Orale voorbereidende fase = pre-orale fase
- Afhappen: hierbij is voldoende kaakkracht en kaakopening nodig. De tong is ook
nodig. Denk aan een hap uit een appel.
- Zuigen: net zoals bij het slikken wordt de neusholte afgesloten. Hierdoor komt een
onderdruk waardoor we kunnen zuigen.
- Kauwen
- Manipuleren van voedsel: betekent dat we zelf kunnen besluiten wanneer we
voedsel van links naar rechts kunnen verplaatsen. Als je aan een droog broodje
denkt heb je drinken nodig. Bij een appel moet je na een paar keer kauwen al slikken,
door het vocht.
- Dit is een willekeurige manier.
Orale fase:
- Start met slikinzet
- Is willekeurig, wel geautomatiseerd. Gaat vanzelf. We maken cliënten heel erg
bewust om voorwaarden te creëren die het slikken zo veilig mogelijk maken.
- Tong brengt bolus naar de (oro-)farynx.
De orale voorbereidende fase en de orale fase zijn beide willekeurig inzetbaar.
, Faryngeale fase:
- Start met slikreflex: wordt getriggerd door stimulatie van de bolus aan de
farynxachterwand. Sensibiliteit is belangrijk.
o Uitgelokt wanneer bolus de farynx binnendringt (kruising mandibula en
tongbasis) dan larynxheffing
- Bescherming van luchtwegen
o 3 beschermniveaus: strottenhoofd gaat omhoog en daardoor daalt de
epiglottis, de stemplooien sluiten en we zetten de ademhaling stop.
- Transport van voedsel in oesophagus
- Opening oesophagus
o 3 processen
- Geautomatiseerd
Je bent je niet bewust van speeksel, omdat het geen smaak heeft, geen temperatuur. We
voelen speeksel bijna niet.
Tijdens het slikken:
De larynx beweegt naar boven en naar voren, de kringspieren ontspannen.
Oesofageale fase:
- Peristaltiek van de oesofagus brengt bolus richting maag: dit is ook weer
geautomatiseerd.
De 4e slikfase wordt niet meer behandeld door een logopedist.
Het slikken wordt pas volledig beschouwd wanneer de bolus in de maag terecht is gekomen.
Slikken
Dit is een semireflectorisch sensomotorisch proces met als doel verschillende materialen
van het mondgebied veilig en snel naar de maag te transporteren.
Semi-reflectorisch = half op reflex
Sensomotorisch = samenspel van sensorisch en motorisch
Alleen bij de 3e fase stopt de ademhaling even.
Dysfagie
Twee aspecten:
Bij de neurologie zie je vooral orofaryngeale dysfagieën.
- Orofaryngeale dysfagie
- Kauw- en slikstoornis
Hoofdproblemen:
- Moeite om voedsel te slikken
- Aspiratie van eten en drinken’
Gevolgen van dysfagie:
1. Risico op ondervoeding en dehydratie:
- behoefte aan aanvullende voeding. In gesprek gaan met bijv. dietiste.
2. Beperking in voedselconsistenties
- verminderde kwaliteit van leven. Bijv. geen zin om met de familie uiteten te gaan.
3. Risico op aspiratiepneunomie: longontsteking ontwikkelen. BELANGRIJK ASPECT!