Paragrafen: 7.3.1, 9.1.1, 9.2.2, 10.1.1, 10.1.2, 10.1.3, 10.2.1, 10.2.3
2.1 De kritische en gevoelige perioden
- Kritieke periode: een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis
grote gevolgen heeft
wanneer een kind gestimuleerd moet worden op een bepaalde functie/vaardigheid anders
leert hij het bv nooit meer en dat heeft gevolgen (kind bouwt wantrouwen op omdat hij
nooit het vertrouwen heeft gekregen van zijn ouders)
- Gevoelige periode: een afbakende periode, meestal vroeg in het leven waarin een kind extra
gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een bepaald facet in de
ontwikkeling.
periode waarin een fase/vaardigheid belangrijk is om dan te leren/ mee te maken (hechting
met zijn moeder zodat hij vertrouwen opbouwt)
Vroeger dachten mensen dat je een bepaalde vaardigheid in een bepaalde fase in je leven moest
ontwikkelen anders zou je het nooit meer leren en had dat ernstige gevolgen op je leven (kritieke
periode). Nu zeggen we eigenlijk dat je in een bepaalde periode van je leven het beste een
vaardigheid kunt leren (gevoelige periode) maar wanneer dat niet gebeurt kan het later altijd nog
aangeleerd worden.
Het kind wat tussen wolven is opgegroeid heeft nooit contact met mensen gehad en kan dus
niet praten (kritieke periode) maar het kind zou het nog wel kunnen aanleren. Alleen het
beste en makkelijkste was wel geweest als het kind rond zijn baby/peutertijd in contact met
mensen was geweest zodat hij dan kon leren praten (gevoelige periode)
2.2 Plasticiteit en de voordelen ervan
Plasticiteit: de mater waarin zich ontwikkelende structuren of gedragspatronen te veranderen zijn
als gevolg van ervaringen. Er is een overvloed aan zenuwcellen en ze krijgen pas na een tijdje hun
specifieke functie. Zo lang ze die functie nog niet hebben, kunnen ze nog allerlei functies aannemen.
Na beschadiging in de hersenen kunnen dus nog niet gespecialiseerde zenuwcellen andere functie’s
overnemen -> vroege vulnerabiliteit
- kinderen kunnen latere ervaringen gebruiken om eerder opgelopen achterstanden in te
halen
- Kinderen kunnen zich makkelijk aanpassen, hun brein ook (bv wanneer maar 1 hersenhelft
het doet)
- Ontwikkeling is flexibel
Is wel beperkt, kunnen niet oneindig veel leren